Zaterdag 20 februari 2010 KL 871. Een Boeing 747. ‘Nairobi’. We vertrekken om 11.30. We maken kennis met een in de USA (Michigan) wonende Amerikaan van Indiase origine die met een deel van zijn familie naar zijn geboorteland op bezoek gaat.
Aankomst 19.00 uur NT maar dus al 23.30 Indiase tijd. We zijn 4,5 uur kwijt. De informatie die we uit Rijswijk kregen met betrekking tot het Indira Ghandi International Airport stemde niet vrolijk: het zou hier een grote chaos zijn in verband met verbouwingen enz., maar daar is niets van te merken. Alle formaliteiten verlopen vlot. Achter de vertrekhal staat mijnheer Vishal Bhatnagar van de NRV ons al op te wachten. De auto komt eraan. Een ruime witte Toyota. (Als de remmen het nou maar doen!) De chauffeur, die een week lang bij ons zal blijven is een kleine magere man die snel de loodzware koffer de auto in helpt.
Een ca. drie kwartier durende rit naar ons hotel. Onderweg zien we de voorbereidingen voor de aanleg van een belangrijke metrolijn, e.e.a. in verband met de komende Commonwealth spelen in oktober.Als we in de buurt van ons hotel komen slaat de schrik ons om het hart. Een sloppenwijk zonder weerga. Koeien en geiten wandelen door de verlaten donkere straten. Moeten we hier overnachten? Het Hotel (Florence Inn , 13 Aradhana Enclave) ziet er daarentegen netjes uit. De kamer ook. (307). De ophaaltijd morgenochtend verschuiven we in overleg met Vishal van 9.30 naar 10.30 want het is inmiddels al 2 uur in de morgen en we willen toch nog wel even wat slapen.
Er is zowaar een minibar op de kamer en er staat ook nog een blikje bier in. Dat komt goed uit want daar ben ik wel aan toe. Blikje leeggedronken, slaappil genomen en naar bed. Het is half drie.
Zondag 21 februari 2010 De slaappil werkte uitstekend. Geslapen als een blok. Om ca. 8 uur opgestaan. De Hindustan Times ligt onder de deur geschoven. Op een van de binnenpagina’s: ‘Dutch govt casualty of Afghan war’. Eenvoudig self-service ontbijt. De koffie is oploskoffie en niet te drinken. India is overduidelijk een theeland. De gids is een tamelijk lange jongeman en heet Abishek Kumar De kleine chauffeur blijkt Laxman Singh te heten. Het stuur in de Toyota zit rechts en wij rijden links.
We hebben nog geen twee stappen uit het hotel richting auto gezet of de eerste bedelares komt al op mij af. Een magere vrouw van onbestemde leeftijd die met smekende handgebaren duidelijk maakt dat ze niets te eten heeft. Wat moet je hier mee? Moet je die nou iets geven?
Kleine kinderen verzorgen een kleine voorstelling: een koprolletje. Daarna houden ze hun hand op. De gids adviseert om niets te geven. Deze kinderen gaan niet naar school maar worden door hun ouders op pad gestuurd om te bedelen. Door wat te geven houdt je een en ander alleen maar in stand.
Eerst gaan we naar het 15 kilometer ten zuiden van Delhi gelegen Qutab Minar. De plaats van het eerste moslim-koninkrijk in Noord India.We maken een foto van de 73 meter hoge toren en we bezoeken de resten van de Quwwat-ul-Islammoskee, de oudste moskee van het land. We zien de onvoltooide Alai Minar en de uit de 5e eeuw stammende ijzeren pilaar. Interessant allemaal maar niet het Delhi waarvoor wij gekomen zijn.
India Gate. Een soort Arc de Triomphe ter nagedachtenis aan de in de eerste wereldoorlog gevallen Engelse en Indiase soldaten. Daar ontmoeten we de zuster van Abishek en haar man die vanuit Mumbai (waar Abishek zelf ook vandaan komt) op bezoek zijn in Delhi. Abishek zegt in Delhi te studeren maar het wordt niet duidelijk wat dan wel.
Over de indrukwekkende Rajpath naar het presidentieel paleis, met rechts het North Block en links het South Block en even verder het Parliament House. We geven aan dat we er hier niet uit hoeven want we vinden het allemaal niet zo bijster interessant.
Een verrassing is Humayuns Tombe, een prachtig gebouw ,lijkende op en voorloper van de Taj Mahal. Op de Taj Mahal na het mooiste gebouw dat we in India gezien hebben. Op het grasveld voor het mausoleum liggen een zevental honden te slapen. Ik maak een foto maar de gids waarschuwt niet al te dichtbij te komen.
Dan gaan we lunchen in een restaurant met de niet bijster originele naam ‘Chicken Inn’ De chauffeur eet om een of andere reden niet met ons mee en heeft dat de hele week niet gedaan. Die schijnt ergens apart iets te eten. Het restaurant wordt duidelijk praktisch alleen door westerse toeristen met hun gidsen bezocht. Chicken Tandoori voor mij. Herma heeft een of ander tomatengerecht besteld en Abishek eet iets chinees. Het is allemaal behoorlijk pittig. Het restaurant schenkt geen alkohol dus nemen we er maar Cola bij. Op aandringen van de gids drinken we er ook nog een romig-zoete yoghurtdrank bij, die uitstekend smaakt. (Lassi) De rekening bedroeg, geloof ik, ongeveer 2000 Rps. (40 Euro)
We moeten ook nog zo nodig een kledingzaakje bezoeken maar we vertikken het om iets te kopen want souvenirs kunnen we beter op de laatste dag kopen. Wel regelt hij, op mijn verzoek, de aanschaf van een viertal blikjes bier. Het gesjouw langs van alles en nog wat maakt dorstig. Abishek, die zegt alleen te wonen in Delhi spreekt een nerveus en haastig soort Engels dat af en toe moeilijk te volgen is. Soms knik ik dan ook maar instemmend terwijl ik er niet alles van begrepen heb.
Het fameuze Rode Fort bekijken we alleen maar van de buitenkant hetgeen onze instemming heeft want we willen eigenlijk nu naar Chandni Chowk, het centrum van Old Delhi. Een gebied met smalle straten en honderden winkeltjes, deels op straat. We maken een riksja-ritje door dit oude gedeelte en dat is een ervaring apart. De jonge man die ons door de nauwe straatjes fietst gaat op zijn beurt voor gids spelen en dat is erg vermakelijk. Dan naar de Jami Mashid moskee, de grootste moskee van India. De schoenen moeten uit en Herma moet in een soort jurk gehesen worden. Waarom is niet duidelijk want ze is allesbehalve bloot gekleed. Waarschijnlijk omdat het een kleinigheid aan geld oplevert. Als laatste naar Raj Ghat, de plaats waar Ghandi op 31 januari 1948 werd gecremeerd, een dag nadat hij door een fanatieke hindoe was vermoord.
Dan hebben we de pap wel op. In het restaurant van het hotel, dat overigens meer aan een huiskamer doet denken dan aan een restaurant, eten we ‘Mixed Vegetables’, witte rijst en Naanbrood. Elk een fles bier erbij (Kingfisher, het nationale bier). Heerlijk! We zijn met z’n tweetjes in het kleine restaurant en er lopen drie obers om ons heen. Totaal 600 Rps (12 Euro).
Maandag 22 februari 2010 Om kwart over 9 staat onze chauffeur al weer klaar voor de reis naar onze volgende bestemming: Jaipur. Dat wordt een ervaring apart. Het eerste gedeelte is het gewoon alleen maar druk, maar na een half uur komen we in een gigantische verkeersopstopping terecht. Dit slaat alles wat ik op dit punt ooit meegemaakt heb: auto’s , motoren, bromfietsen, volgepakte bussen, tuktuks enz. Na een uur zijn we Delhi nog niet echt uit. Volgens Laxman komt dat omdat deze weg zowel naar het vliegveld als ook naar het industriële komplex Gurgaon voert. Als we de afslag naar Gurgaon voorbij zijn wordt het wat rustiger. Naar Jaipur is het dan nog een 220 kilometer. We zijn toe aan een sanitaire stop en gaan om die reden even bij een McDonalds aan.
Zoals gezegd: het wordt een ervaring apart. Op deze toch wel belangrijke verbindingsweg tussen Delhi (16 miljoen inwoners) en Jaipur (4 miljoen) rijdt van alles: auto’s uiteraard en bussen, maar ook motoren, bromfietsen, gewone fietsen, paard en wagens, wandelaars. Het eerste deel van het traject rijden we door een tamelijk dor en droog gebied maar wat later wordt het wat groener en verschijnen er velden met tarwe en mosterdzaad. Langs de weg is het een gezellige bende: hotelletjes, restaurantjes, eethuisjes, terrasjes , benzinepompen, koeien, honden, kamelen,.enzovoorts. Een kleurrijke chaos. Soms is wat je ziet gewoon verbijsterend: complete tentenkampen langs de weg, daar waar de armste van de armste wonen in de meest primitieve omstandigheden. Dat dit in een economische en nucleaire grootmacht mogelijk is!
Na 2,5 uur zien we rechts bergen opdoemen. Volgens de ‘driver’ zijn dat de Inbrama Mountains. Op zo’n 160 km. van Jaipur zien we links een groot aantal schoorstenen opdoemen, daar waar zich steenfabrieken bevinden en 5 kilometer verder passeren we de provinciegrens en rijden we van Haryana dus Rajasthan binnen. Om een uur of 12 eten we een hapje bij een wegrestaurant ‘Taj Moti Mahal’. We kiezen voor Navratan Korma en op ons uitdrukkelijke verzoek ‘not so spicy’, verder ‘Steamed Rice’ en Naanbrood. Met bier en cola erbij ca. 20 Euro.
Verder gaan we. We zien steeds grotere groepen met grote gele vlaggen getooide wandelaars. Volgens de chauffeur zijn dat aanhangers van de Krishna beweging die een voettocht maken naar een van hun tempels. Of dit deel uitmaakt van het grote Holi-feest dat op 28 februari en 1 maart in heel India wordt gevierd is ons niet duidelijk. Wel dat de wandelaars die, naarmate we Jaipur naderen, in steeds grotere groepen langs de weg marcheren, onderweg op talloze plaatsen in tenten worden opgevangen om iets te drinken of gewoon uit te rusten. Goed georganiseerd.
Op 65 kilometer van Jaipur gaat er een weg links naar het Sariska Nationale Park waar je tijgers in het wild kunt zien. In Jaipur aangekomen krijgen we een al een voorproefje van wat we morgen te zien krijgen: het Amber Fort, het Hawa Mahal ( het paleis der winden) en het Waterpaleis waar we even uitstappen om een foto te maken. Verder zien we het Stadspaleis en wijst de chauffeur ons op de ingang waar alleen de maharadja doorheen mag. Zo tegen een uur of vier komen we bij ons hotel aan. De gids is aanwezig en heet Narendra Singh. Hij stelt dat alle monumenten nu zo’n beetje dicht zijn en dat we vandaag eventueel het centrum even kunnen bezoeken. We spreken af dat we ons een beetje opfrissen en dat hij om 5 uur weer voor de deur staat.
Het bezoek aan de bazaar leidt tot een demonstratie kleedjes bedrukken en uiteraard een bezoek aan de belendende winkel waar we, meer om de gids dan om onszelf te gerieven, een shawltje en een stropdas met kamelen kopen. Ach, zo’n stropdas is nooit weg. Daarna rijden we naar het Hawa Mahal, het ééndimensionale Paleis der Winden. Foto gemaakt. Zoiets kun je net zo goed laten want kaarten met afbeeldingen van de Hawa Mahal worden je overal aangeboden, maar goed. De gids vertelt dat Jaipur aan drie zijden omringd wordt door bergen (de Aravli Hills). Alleen vanuit het zuiden is de stad toegankelijk.
Het Hotel dan. Alsisar Haveli aan de Sansar Chandra Road. Een sprookjesachtig mooi hotel, met een fraaie binnentuin, terassen en een zwembad. Een kleine lusthof temidden van de herrie en de stank van de stad. Een fraaie ruime kamer ( 102) die met een hangslot afgesloten moet worden.
Het diner is self-service wat een beetje vreemd is voor zo’n sjiek hotel maar wel zo makkelijk. Ook de eetzaal is een juweeltje. Schalen vol met flink gekruide vlees- en groentengerechten. Een half flesje rode wijn erbij. Sarino of iets dergelijks, van de Merlotdruif. (Wel duur, 900 Rps) Het personeel, allemaal mannen, is stemmig gekleed en draagt een tulband.
Na het diner begint het te onweren en vervolgens te regenen. De kleine man die in de binnentuin een soort poppenkast heeft opgezet breekt de boel snel weer af. Die heeft geen cent verdiend. Als het weer droog is maken we nog een kort wandelingetje buiten de poort waar we regelmatig door riksjarijders aangeklampt worden. Nog even voor onze kamer met een van de in Delhi aangeschafte blikjes bier buiten gezeten en daarna naar bed.
Dinsdag 23 februari 2010 Goed geslapen. Om kwart voor 6 gewekt door de oproep tot gebed van de mullah’s . Op naar het Amber Fort. Een beetje een toeristencircus. Met de olifant gaan we over het keienpad naar boven. Wie ooit bedacht heeft dat het met een olifant moet is waarschijnlijk een slimme zakenman geweest, want dat stukje kun je net zo goed lopen. Er zijn in totaal 115 olifanten, 114 vrouwtjes en 1 mannetje, die elke dag vier keer op neer naar boven gaan. Onderweg worden foto’s van ons gemaakt.
Het Amber Fort is een prachtig bouwwerk dat dateert uit 1727. Prachtig zijn de hoofdpoort de Ganesh Pol en het spiegelpaleis Sheesh Mahal. Dat gebouwtje is van binnen en van buiten overdekt met kleine stukjes spiegelend glas. Hoog boven ons zien we het indrukwekkende Jaigarh Fort.
Terug naar Jaipur. Eerst naar het waterpaleis Jal Mahal dat als jachtslot in gebruik was bij de maharadja’s. Vooral voor de eendenjacht (‘Duck shooting’). Aan de oever van het meer voert een kleine ongeveer 7 jaar oude jongen een ‘Magic Show’op. Een soort balletje-balletje, een en ander tot vermaak van de omstanders. Na afloop kun je in een linnen zakje wat geld stoppen.
We gaan naar een restaurant. Onderweg passeren we een marktplein waarop we een aantal varkens bezig zien tussen het afval. Midden op straat! Het kan dus altijd nog gekker.
We lunchen in het Peacock restaurant. Navratan Curry met een glaasje bier erbij. Daarna gaan we op weg naar Jantar Mantar, het observatorium dat Sawai Jai Singh II tussen 1728 en 1734 liet bouwen. In totaal 16 instrumenten voor het bepalen van de tijd, de positie van sterren en planeten en voor het trekken van horoscopen. Een merkwaardig landschap van stenen instrumenten. Een kunstwerk op zich. Dan naar het stadspaleis. We laten het textiel- en wapenmuseum voor wat zij zijn, maken een foto van een van de olifanten voor de Rajendra Pol poort en bewonderen het niet voor publiek toegankelijke Chandra Mahal en de enorme zilveren urnen die Madho Singh II in 1901, gevuld met Gangeswater, mee naar Londen nam om daar de kroning van Edward VII bij te wonen. De maharadja wilde geen gebruik maken van het Engelse kraanwater. Op mijn verzoek gaan we nog even naar de achterkant van het Hawa Mahal en dan zetten we er voor vandaag een punt achter. In het hotel nog even een biljet van 50 Euro gewisseld. Zelfde koers als op het vliegveld: 1 Euro voor 55 Roepies. Na een biertje op het terras nog even in mijn eentje in de omgeving rondgewandeld. Een ervaring apart!
Na het diner in de binnentuin een voorstelling bijgewoond van de opnieuw aanwezige ‘Puppetshow’. Het gebeuren duurt maar een minuut of vijf en de bedoeling is natuurlijk dat je een pop koopt. Hebben we gedaan. Rps. 300. We noemen hem (want het is een hij) Mr. Singh.
Woensdag 24 februari 2010 Goed geslapen. De vogeltjes in de binnentuin kwetteren er vrolijk op los. Vandaag gaan we naar Agra. Ook een dikke 200 kilometer.
Het verkeer hier blijft verbazingwekkend. Alles kan hier. Pa voorop op de scooter, ma zit schrijlings achterop met een baby op schoot en tussen hen in geklemd nog een kleuter. Pa draagt als enige een helm. Vijf jongemannen achter elkaar op één bromfiets. Twee om een graspol kibbelende koeien midden op de snelweg. Op diezelfde snelweg een man die een tractorband voortrolt. Een kudde geiten en schapen waarbij de geiten parmantig vooroplopen.
Als je denkt dat je alles meegemaakt hebt komt er een spookrijder ons tegemoet, op onze weghelft dus! En later nog een en nog een. De reactie van onze chauffeur is laconiek: ‘dat doet-ie waarschijnlijk maar voor een klein stukje’. En dat is hier de mentaliteit: niemand houdt zich aan de regels en iedereen weet dat en dus gaat alles toch nog betrekkelijk soepel. Niemand maakt zich druk, geen verontwaardigd geschreeuw of opgestoken middelvingers, wel veel claxongebruik, maar meer bedoelt om elkaar te waarschuwen dan wat anders.
Al met al is deze weg toch rustiger dan die van Delhi naar Jaipur. In de middenberm staan veelkleurige Bougainvilleachtige struiken maar wat de naam precies is weet Laxman ook niet. Op 175 kilometer van Agra links een prachtige veelkleurige Hindoetempel Als we nog een 100 kilometer van Agra zijn wordt een korte stop ingelast. Rajasthani Midway heet het hier. Ook deze tent wordt voornamelijk bezocht door toeristen. We drinken wat maar vinden het te vroeg om te gaan eten. Bij het restaurant is natuurlijk ook weer de onvermijdelijke souvenirwinkel maar die negeren we. Verder gaan we. Links zien we weer schoorstenen van steenfabrieken. Op een 50 kilometer van Agra verlaten we Rajasthan en rijden we Uttar Pradesh binnen.
Fatehpur Sikri. Het Pompeï van India. Die vergelijking gaat natuurlijk niet helemaal op want Pompeï werd bedolven terwijl Fatehpur Sikri gewoon achtergelaten werd. De gids heet Noor, is moslim en een bewonderaar van Clinton en Obama, niet van Bush. Het maakt hier inderdaad beetje verlaten indruk. Wel mooi is de nabijgelegen Jami Masjid moskee met de prachtige door Akbar gebouwde Buland Darwaza poort.
Om half 3 drie komen we in Agra (1,4 miljoen inwoners) aan. Hotel Howard Park Plaza aan de Fatehabab Road. Kamer 111. Het meest luxe hotel tot dusverre, maar niet zo leuk als het paleisje in Jaipur.
Op het dakterras eten we een kleinigheid. Herma tosti’s en ik bestel op goed geluk Samosa Chat. Smaakte uitstekend. Rode wijn en cola. Uitzicht op de Taj Mahal. Een wandelingetje door de omgeving waarbij we voortdurend aangesproken worden door meneer S. Jain, ‘Taxi Service’. Op zijn kaartje staan twee automobielen. Waarom hij dan zelf op een fiets-riksja rijdt is niet helemaal duidelijk. We spreken af hem morgenmiddag, na het bezoek aan de Taj Mahal, te zullen bellen voor een ritje door de stad.
Donderdag 25 februari 2010 Gisteravond geen eetlust genoeg meer om nog eens uitgebreid te gaan dineren dus, na een bad genomen te hebben, gaan we vroeg naar bed en tegen de verwachting in goed geslapen. Onze gids voor Agra belt nog om te vertellen dat we ook wat later kunnen vertrekken maar we hakken nu de knoop door: vertrek om 7 uur en dat betekent om 6 uur op. Wat doet een mens zich aan! Vakantie is hard werken en thuis nagenieten, daar komt het eigenlijk op neer.
Zonder ontbijt op pad dus. Naar de Taj Mahal, waar het allemaal om begonnen was. De gids heet Neeraj Gupta. Een aardige man. Volgens hem staat de Taj Mahal bovenaan de Unesco-lijst van zeven wereldwonderen. De andere zes weet hij ook direct te noemen: Itzen Chitza, Machu Piccu, Chinese muur, Petra, Colosseum en het Christusbeeld in Rio.
Om kwart over 7 komen we aan. Helder zonnig weer. Wij zijn niet de eersten en ook niet de enigen die zo vroeg op pad zijn gegaan, maar echt druk is het nog niet. Het zicht is nog een beetje vaag, maar toch is de aanblik van dit witmarmeren mausoleum een fantastische ervaring. Adembenemend! Alleen dit gezien te hebben is de hele reis waard. Genoeg foto’s gemaakt om een klein album mee te vullen. De gids laat ons een klein uurtje alleen om rustig rond te lopen en te genieten.
Terug naar het hotel. Een licht ontbijt. Na ons even opgefrist te hebben opnieuw op pad. Het Agra fort waar Sjah Jahan de laatste jaren van zijn leven in gevangenschap sleet, met uitzicht op de Taj Mahal die hij voor zijn overleden echtgenote Mumtaz had laten bouwen.
Van het Agra Fort hebben we niet veel meegekregen want er dienen zich stofwisselingsproblemen aan, laat ik het netjes zeggen, en op mijn verzoek maken we snel een einde aan de excursie en gaan we terug naar het hotel. Snel de meegebrachte pillen ingenomen en dagboek bijgewerkt.
Een uurtje op bed en daarna de straat weer op. Mr. Jain vergeten we maar even. Op naar Purami Mandi. Een drukke volkswijk. Uurtje rondgewandeld. Ogen tekort, ook al vanwege het razend drukke verkeer.
Biertje op het terras en daarna self-service diner. Slaappil genomen en goed geslapen.
Vrijdag 26 februari 2010 We gaan weer op weg. Het is 10 uur. Op een bord staat: Delhi 201 km. We komen door de heilige stad Mathura waar het bij een prachtige witte hindoetempel een drukte van belang is. (Jaigurudev Temple No Fee for Entrance, No Donation, Photography allowed.) Volgens de chauffeur is men al druk met de voor bereidingen van het Holi-feest.
Deze weg is minder druk dan die van Delhi naar Jaipur, maar daardoor ook wat saaier. Links en rechts velden met tarwe. De lunch gebruiken in het ‘Rajasthan Motel’, waar een prachtige tuin bij hoort met veel bloemen. We bestellen de vertrouwde Navratan Kurma ( not to spicy). In de oprijlaan vertoont een slangenbezweerder zijn kunstjes, of eigenlijk doen de twee kleine slangetjes dat.
Afgezet worden we in het Sara Green Hotel in Delhi. Een paar uurtjes op bed gelegen. Van al dat autorijden wordt je moe. Tegen de avond een wandelingetjes door de fraaie binnentuin. Het hoogteverschil tussen terras en gazon heb ik niet in de gaten dus ik maak ook nog een doodsmak. Personeel holt toe. Gelukkig niets aan de hand. Je zal op de avond van vertrek nog even je poot breken zeg! Het diner wordt geserveerd in dezelfde binnentuin. Er is ook nog een show met twee hindoe-danseressen. We hebben niet gegeten, want geen honger. Om half 9 staat Laxman al weer voor de deur en gaan we op weg naar het vliegveld.
We nemen afscheid van Laxman en Vishal en bereiden ons opnieuw voor op de chaos die hier zou heersen, maar daar is geen sprake van. Alles verloopt snel en soepel. Het Indira Ghandi International Airport lijkt kleiner dan Schiphol, maar bedacht moet worden dat het vliegveld voor de binnenlandse vluchten waarschijnlijk veel groter is en zoiets hebben wij in Nederland natuurlijk niet. De faciliteiten vallen een beetje tegen. Een kop koffie ja, maar een drankje of een potje bier is hier niet te krijgen. We hangen hier maar een beetje rond. Vertrek om 1 uur 40! Mijn laatste roepies geef ik aan een schoonmaker hier. Wat het geld betreft: met euro’s kom je hier overal terecht. Wisselen kan in de hotels. Als fooitje zijn losse euro’s heel geschikt. Daar zijn ze blij mee.
Zaterdagmorgen 27 februari 2010KL 872. Aankomst op Schiphol om half 6 in de morgen. Die 4,5 uur hebben we dus weer terug. Goed, alles gaat voorbij. Ook die 7,5 uur durende vlucht net als die hele reis naar India. Ik ben er echter van overtuigd: als je India meegemaakt hebt, druk, kleurrijk, chaotisch, smerig ook hier en daar, dan heb je alles gezien en zul je je, waar je ook verder nog komt, nergens meer over verbazen! Over de organisatie in India, de gidsen, de chauffeur, niets dan lof!
 |