Reisverslag Vietnam: 21-daagse privérondreis Parel van Indochina

Zondag 12 september

Vietnam - Saigon - Verkeer in de starten van Saigon

Na een vliegreis van in totaal 15,5 uur, excl. 3,5 uur wachten op Kuala Lumpur, landen we vol verwachting op het vliegveld van Hanoi. We worden onmiddellijk met de communistische bureaucratie geconfronteerd. Tientallen douaniers, ondersteund door bijna evenzoveel chefs van dienst, bestuderen het ingevulde immigratieformulier; visum en paspoort gelijk een notaris een koopakte of belastinginspecteur een aangifte. Lange rijen dus voor de loketten. Met minimaal drie stempels op zak snellen we naar de bagageband. Daar wordt ons snel duidelijk waarom zoveel Vietnamezen ons vanaf Kuala Lumpur vergezelden. Een niet aflatende stroom van dozen, zakken, balen en ander exotisch verpakkingsmateriaal in alle soorten en omvang passeren ons zeker een uur lang. Iedere Vietnamees lijkt wel met minimaal een bestelbus te worden afgehaald. Blijkbaar is het in Maleisië goed inkopen. De schaarse hoeveelheid toeristen hebben het nakijken… onze koffers nemen als laatste plaats op de bagageband. Zelfs onze gids vindt het wel erg lang duren.


Op weg naar Hanoi

We begrijpen onmiddellijk waarom het huren van een auto voor een toerist hier not done is. 6,5 miljoen inwoners (volgens de laatste telling in 2009) en velen daarvan bezitten een eigen voertuig (gigantisch veel brommers, ezels, wagens getrokken door ander soortig vee, auto’s, fietsen) en hanteren hun eigen verkeersregels met ondersteuning van claxon, bel of toeter. Een symfonie van deze herriemakers vullen de stad in verschillende toonsoorten van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat.
Onze gids brengt ons tot in hartje Hanoi waar we voor de komende twee nachten zijn gehuisvest. Overal waar we kijken zien we kleurrijke handelswaar. In ‘onze’ straat is prullaria, kleurrijk speelgoed en vooral feestelijke artikelen populair. Dit laatste in verband met het duizendjarige bestaan van Hanoi begin oktober. Ruim honderd meter verderop brengen we de enige en dus belangrijkste verkeersregel in praktijk. Hier komen namelijk vijf straten op 1 punt uit. Zo te zien komt hier zeker het merendeel van de bromfietsindustrie samen en het is goed om te zien hoe efficiënt dit vervoermiddel wordt ingezet. Het aantal passagiers varieert van minimaal twee tot maximaal vijf. In dit decor storten we ons in het verkeerspraktijkexamen: stoer kijkend en in een gestaag maar rustig tempo de overkant zien te halen … iedere aarzeling of versnelling vergroot de kans op aangereden te worden. HET WERKT: luidt toeterend zwenkt de zwerm scooters links en rechts aan ons voorbij, zonder daarbij van tempo te veranderen.


Maandag 13 september

Vietnam - Verkeer Hanoi

Een nachtje overslaan maakt dat onze nachtrust niet wordt verstoord door het orkest van toeters, bellen en claxons. Fris en fruitig melden we ons klokslag 08.30 in de lobby van ons hotel waar onze gids zich gelijktijdig meldt. Een sightseeing trip met privé chauffeur staat op het programma. We leren het Hanoi van Ho Chi Minh kennen. Dertig jaren na zijn overlijden neemt de verering van deze ‘Vader des vaderlands’ nog altijd mythische vormen aan. Het mausoleum waar zijn gebalsemde lichaam voor iedereen zichtbaar bewaard is gebleven, is op maandag gesloten. Onze gids meldt verder dat ieder jaar het stoffelijk overschot door specialisten onder handen wordt genomen om te voorkomen dat ook het lichaam van Ho Chi Minh het aardse ontstijgt. Het schijnt sowieso een wonder te zijn dat de in 1890 geboren beste man 2 september 1969 heeft gehaald. Niet alleen als gevolg van de nodige ballingschappen en verblijven in Franse en Chinese gevangenissen, maar vooral door zijn niet aflatende honger naar sigaretten. We moeten het doen met de bezichtiging van zijn eenvoudige onderkomens en een bezoek aan het naar hem genoemde museum.
Zeer indrukwekkend is het bezoek aan de Tempel van de literatuur, vanaf de elfde eeuw achthonderd jaar lang het centrum van de Vietnamese wetenschap gebaseerd op de leer van Confucius. Wie hier mocht studeren had een selectie van tien jaren achter de rug!
Deze dag staat verder in het teken van bezoeken aan de meest belangrijke en oudste Pagodes, waarvan de geschiedenis zelfs terug gaat naar de zesde eeuw. De verering en het respect voor het verleden lopen nog altijd als rode draad door het leven van de Vietnamezen.
We wandelen door het oude Hanoi rondom de oevers van één van de vele meren die deze stad rijk is. We staan stil bij het monument ter nagedachtenis van het Amerikaanse bombardement op Hanoi in 1967. Vijf jaar later herhaalden de Amerikanen nog eens dit zinloze kunststukje. Toch kennen de Vietnamezen geen wrok. Respect voor het verleden dat bovendien onomkeerbaar is, maken dat ze liever vooruit kijken.

Wat opvalt zijn de smalle huizen. De grond is duur vandaar dat men traditioneel ervoor kiest om in de hoogte te bouwen. In tegenstelling tot Aziatische steden zoals bijvoorbeeld Kuala Lumpur en Singapore weigert de Vietnamese overheid vooralsnog in Hanoi de hemel bouwkundig te bestormen.
De oude stad is nog altijd rijk aan ambachtslieden. Iedere straat kent zijn kenmerkende branche. Loop je door de ijzerwarenstraat dan overstemt het gehamer op plaatstaal zelfs het getoeter van de zwerm bromfietsen. De handel in groente en fruit heeft zich verzameld, drogisterijen hokken naast elkaar, evenals keukengerei, maar ook een lange rij van reisbureaus zitten naast- en tegenover elkaar. Hetzelfde geldt voor de eethuisjes. Zoals eerder opgemerkt is ‘onze’ straat het domein van versiering, spelletjes, speelgoed en feestartikelen. Een kleurrijk en gezellig buurtje dus.


Dinsdag 14 september

Vietnam - Halong Bay - Halong Bay

Klokslag 08.00 uur verlaten we ons ‘feestterrein’ in Hanoi. Ha Longbaai staat op het programma. Het verlaten van de stad is misschien wel het hoogtepunt van deze dag. Omgeven door een steeds groter wordende zwerm bromfietsen en auto’s die te pas en te onpas zonder enige waarschuwing van rijbaan veranderen, zoekt onze chauffeur naar de uitgang. Veel getoeter om ons heen, maar het lijkt allemaal veel erger dan het is. Niemand doet een ander kwaad. Ook wij verlaten na een uur ongeschonden de stad.
Inmiddels regent het flink. We passeren het ene na het andere dorp. We rijden door een soort van polderlandschap waar moderne en hoogwaardige industrie continu wordt afgewisseld met traditionele landbouw en de al eerder beschreven ambachtelijke technieken. Halverwege de ruim drie uur tellende rit leggen we aan in een stadje waar keramiek de belangrijkste bron van inkomsten is. In een modern ingerichte toonzaal produceren jonge meiden en jongens dermate fijnmazig borduurwerk dat op afstand nauwelijks van foto’s is te onderscheiden.
Eindelijk zijn we dan in Ha Long Bay en lijkt het weer op te klaren. We monsteren aan voor een tocht door grillige karstbergen die in allerlei omvang uit zee op rijzen. Met de laaghangende bewolking een mysterieus schouwspel. Het zicht neemt door de elkaar opvolgende plensbuien snel af. Het geologische hoogtepunt van ons bezoek aan Vietnam valt dus letterlijk in het water. Dat wordt fotoshoppen …


Woensdag 15 september

In Halong worden we gewekt door de zon die met grote kracht de laatste bewolking van een dag eerder verdrijft. Het uitzicht is prachtig: uit zee oprijzende Karsteilanden, zo ver het oog reikt. Het stadje wordt grotendeels gevormd door hotels. De snel handelende toeristenindustrie is vooralsnog niet klaar met bouwen gezien de enorme hoeveelheid bouwrijp gemaakte vlaktes. Onze gids meldt dat Halong Bay ook zeer gewild is onder de Vietnamezen en inmiddels als een magneet toeristen uit Japan en China trekt. Een vergelijk met de Turkse en Spaanse kusten dringt zich op. Toch maar even rondscharrelen … even verder dan de hotels ontdekken we mooie straatjes waar veel nieuwbouw plaatsvindt in de authentieke stijl.
De retourtrip naar Hanoi voert ons door twee verschillende keramiekstreken. De eerste richt zich volledig op vazen en allerlei keukengerei. Zowel voor de eigen markt als voort de export. Alles handwerk! Al lijken de motieven sterk op elkaar, geen vaas, pot, schotel of lepel is hetzelfde. De bewoners van een paar dorpen zijn er mooi zoet mee.
In de tweede streek is de eindbestemming minder vrolijk. Hier worden fraai gedecoreerde kistjes gebakken voor de overledenen. Dat wil zeggen: eerste wordt de overledene voor drie jaar begraven, waarna de stoffelijke resten weer worden opgegraven, schoongemaakt en volgens gaan de botjes in een bepaalde volgorde het aardewerken kistje in. De jonge generatie kiest echter meer en meer voor cremeren, zodat deze industrie spoedig ter ziele lijkt te gaan.


Smakelijk eten!

Ondanks dat het Vietnamees schrift inmiddels van Latijnse origine is, blijft het toch verrekte lastig te begrijpen. Met name erg hinderlijk wanneer we vooraf toch enig zicht willen hebben op hetgeen ons in een restaurant wordt voorgeschoteld. Onze gids in Hanoi tipt een restaurant met een internationaal toegankelijk tintje: een menukaart met plaatjes en afwisselend in het Vietnamees en Engels. Ondanks dat Hanoi op dit moment niet overloopt van toeristen, weten met name de Europeanen deze tent te vinden. Kan ook niet anders met een vermelding in de Lonely Planet.
Het eten in Vietnam is fijn van snit, veel vis of kip, groente, rijst en/of nudels. In de hotels staat ’s morgens als ontbijt al een complete rijstschotel klaar, inclusief een soort van maaltijd soep van taugé. En natuurlijk veel fruit, ook te bestellen als ‘fruitshake’.
Tijdens onze verregende boottocht door de baai van Ha Long worden we getrakteerd op het volgende: kleine loempia’s gevuld met gefrituurde groente; gamba’s; stukjes gegrild krab; gestoofde groente met inktvis; soort van Franse frietjes; gestoofde vis gedecoreerd met pittig gekruide groente … en dat allemaal vers voor ons klaargemaakt. Donders lekker!
Nu we het toch over de verzorging van de inwendige mens hebben … We zijn na een vlucht van een klein uurtje woensdagavond in Hue aangekomen. Onze gids ter plaatse, dit keer een dame, heeft voor ons ergens een tafel gereserveerd waar we een compleet menu krijgen voorgeschoteld zodat we de juiste gerechten en sauzen met elkaar weten te combineren. Het menu: kleine krokante loempia’s op stokjes; groentesoep; gestoofde garnalen; loempia speciaal van Hue; gemengde salade van varkensvlees en garnalen met kroepoek; gebakken vis met ui en tomaat; gemengde rijst; watermeloen; geglazuurde cake in de vorm van een vruchtje met groene thee. En dat allemaal voor de prijs van bijna vijftien Euro.


Vorstelijk verblijf

Hue is een overzichtelijke stad met een soort Muiderslot binnen haar grenzen. Dit historisch erfgoed vertelt het verhaal van de vele vorsten, wier macht en afgedwongen verering goddelijke proporties hebben aangenomen. Meer dan 100 kinderen bij even zoveel vrouwen waren geen uitzondering. En de heren werden zelfs in huis van plek naar plek gedragen, zodat ze geen stap teveel hoefden te verzetten. Echter, veel van de verblijven zijn door de Fransen en Amerikanen vernield.

Overigens, bij aankomst in Hue lijkt even iets mis te gaan. ‘Ons’ hotel is geheel in duister gehuld en een ketting siert de binnenkant van de glazen toegangsdeur. Onze chauffeur weet binnen een paar minuten iemand op te trommelen, die elders onderdak voor ons heeft geregeld. Vijf minuten later worden we allerhartelijkst ontvangen door de receptie van het meest prestigieuze hotel van Hue: Imperial Hotel. Wat een prachtige kamer … aan werkelijk alles is gedacht. Aan dit vorstelijk verblijf komt vrijdagochtend weer een einde. We verlaten Hue voor de volgende etappe die iets weg heeft van een soort van naaste familie aangelegenheid …Hoi An(nelies)


Vrijdag 17 september

Vietnam - Danang - Uitzicht over Danang

Tijdens de autorit van Hué naar Hoi An ontdekken we hoe snel Vietnam zich ontwikkeld. Naast de groen beboste bergpassen (1100 meter hoog) met fraaie uitzichten maakt vooral hetgeen rondom de stad Da Nang plaatsvindt veel indruk. Vanuit het noorden rijden we over een kilometerslange en kaarsrechte invalsweg waarlangs aan de zeezijde intensief wordt gebouwd. Aan landzijde staan hier en daar nog wat huizen met de gebruikelijke handel om zich heen, maar veel is inmiddels afgebroken. Eenmaal in de stad hetzelfde beeld van veel nieuwbouw en wellicht onderstrepen de grote showrooms van automerken als Toyota en Hyundai wel het duidelijkst wat hier gebeurt. Het aantal brommertjes en scootertjes wint het weliswaar nog ruimschoots van het aantal auto’s, maar toch … waar we in Hué een paar auto’s telden, zien we in Da Nang voortdurend auto’s om ons heen.
Deze op twee na grootste metropool van Vietnam (ruim 1 miljoen inwoners) vormt het economisch centrum van Midden-Vietnam dank zij haar diepzeehaven. Ons bezoek aan Da Nang beperkt zich tot een stop bij het Chammuseum. De Cham bouwden hun heiligdommen in deze streek van Vietnam totdat ze in de 14e eeuw werden verdrongen. Pas in 1898 ontdekte een Franse onderzoeker de ruines van My Son, het belangrijkste religieuze bolwerk van de Cham. We zien prachtige sculpturen van dansers, muzikanten, groepen mensen en vrouwenborsten, allemaal zeer realistisch en levendig weer gegeven.
We verlaten Da Nang en gaan via de kust naar het 40 km verderop gelegen Hoi An. Onderweg passeren we volop in ontwikkeling zijnde (golf)resorts langs schijnbaar eindeloze stranden. Dit moet de golfkust van Vietnam worden, zo staat in een internationaal tijdschrift vermeld.
Hoi An ligt zo’n 10 kilometer van de kust af aan de oevers van de Thu Bonrivier. In de 17e eeuw streken met name de Japanners en Chinezen hier neer en brachten allerlei kunstnijverheid mee. Met de bouw van grotere schepen verloor Hoi An in de 19e eeuw haar betekenis aan Da Nang. Sinds 1999 behoort Hoi An tot het werelderfgoed van de Unesco.
Het oude stadje is een openluchtmuseum van nauwe straatjes waaraan smalle en lage koopmanshuizen en kleurrijke tempelcomplexen liggen. De 50.000 inwoners lijken nagenoeg allemaal in de handel of kunstnijverheid te zitten met als absolute koploper het aanbod van kleding waar alles op maat wordt gemaakt en binnen 36 uur is af te halen. Natuurlijk breek je ook je nek over de kitsch en prullaria, cafés en restaurants. We kijken onze ogen uit in markthal. Ongelooflijk zoveel rotzooi iedere handelaar op een paar vierkante meter bijeen weet te brengen. Absoluut zeker is dat in Vietnam niet aan voorraadbeheer wordt gedaan.

Altijd bijzonder blijft een bezoek aan de groeten- en vismarkt: kleurrijk en karakteristieke personen. Iedereen is druk, ook al is het slechts met het snijden van een handjevol groente of schoonmaken van wel hele kleine visjes. Er wordt geveegd, messen geslepen, water gehaald, groenten gewassen, hapjes gemaakt, fruit gesneden en zo scharrelt een ieder zijn kostje bijeen. Vietnamezen blijken een zeer ijverig volk.
Ook in Hoi An genieten we enorm van de Vietnamese keuken. We smullen van deegballetjes van kleefrijstmeel gevuld met garnalenvlees en gedoopt in een vissaus. Helemaal te gek van smaak is hoanh thanh chien, een soort van gefrituurde ravioli met garnalen- en kippenvlees met een zoetzure saus. Absoluut hoogtepunt vormt een soort van fondue: in een bouillon met allerlei verse groenten dopen we dun gesneden stukjes bief om deze vervolgens met een lepel groenten en bouillon te mixen met ragfijne vermicelli… heerlijk. Twee halve dagen slenteren we door Hoi An. Het verveelt niet, maar de tropische temperatuur drijft ons beide dagen richting strand. Op gehuurde fietsen trappen we stoer mee met de Vietnamezen, die ook graag de fiets pakken. Tegen het einde van de middag drijven steevast dondergrijze wolken vanuit het binnenland richting kust. Alleen de eerste dag leidt dit tot een tropische stortbui van ruim een uur, waarna alles behoorlijk blank staat. We laten ons vertellen dat het in de maanden oktober en november in deze omgeving ontzettend kan spoken. De rivier treedt dan regelmatig buiten haar oevers en veroorzaakt manshoge kolkende waterstromen met veel overlast tot gevolg. Dit herhaalt zich ieder jaar weer. Dertien maanden geleden nog! Waarom belt men niet even met Ballast Nedam vragen we ons af. Ook weer typisch Vietnamees: men neemt de zaken zoals ze zich voor doen…!


Cote d’ Nha Trang

Strand Sunrise Beach Nha Trang Vietnam

Vanaf het vliegveld van Da Nang reizen we door naar Nha Trang: voor Vietnamezen badplaats nummer één met 300 dagen zon per jaar en een gemiddelde temperatuur van 27° Celsius. Hoge hotelcomplexen aan een 6,5 kilometer lange boulevard die de weg scheidt van het goudgele zandstrand. We vinden anderhalve dag wel genoeg. Het strand is prachtig, de boulevard uitnodigend, het decor van bergen op de achtergrond ook fraai en het vissershaventje kleurrijk, maar dit vinden we ook allemaal aan de Cote d’Azur of Costa Blanca. Bovendien wordt er van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat met de nodige herrie gebouwd. En we worden gek van het continu gezeur aan ons hoofd van families die op het strand van alles en nog wat aan je proberen te slijten.
Wat er al aan hotels is gebouwd blijkt nog niet voldoende … tussen het vliegveld en het stadje ligt verspreid over een lengte van ruim 40 kilometers de infrastructuur al klaar (dat doen ze wel weer heel goed om met de wegen te beginnen) om nog meer en vooral grotere resorts te ontwikkelen. Voor wie? Vanuit Singapore en Japan wordt volgend jaar wekelijks rechtstreeks op deze plek gevlogen.
Wij zijn morgenvroeg ook gevlogen. We trekken per auto een paar honderd kilometer het binnenland in richting Da Lat, gelegen op 1500 meter hoogte.


Een hele kluif

Vanuit Nha Trang duiken we het binnenland in. Na een aantal dagen langs de kust te hebben getrokken, verheugen we ons zeer op deze trip. Evenwel, om in voedseltermen te blijven: het wordt een hele kluif …
Onze chauffeur blijkt namelijk geen woord Engels te spreken en te verstaan. En de eerlijkheid gebied ons te bekennen dat wij na elf dagen vooralsnog geen enkel woord Vietnamees verstaan dan wel spreken. We hebben sterk de indruk dat de beste man sowieso in het geheel niet kan communiceren. We doen met behulp van de kaart nog een poging aan ons de route te duiden, maar helaas …
Vietnam is bepaald niet rijk gezegend met verkeerborden en die paar die er wel zijn, kunnen wij in ieder geval niet lezen. Kortom, we hebben Nha Trang nog maar net achter ons gelaten of we zijn het spoor al geheel bijster. Hoe verder we van de kust geraken hoe meer we terug in de tijd lijken te gaan: oude karren worden getrokken door waterbuffels (de chauffeur begrijpt niet waarom ik met mijn camera zit te zwaaien); kippen en koeien scharrelen hun kostje bijeen in de berm van de weg; dorpen worden kleiner en kleiner en de weg wordt steeds slechter. Onze chauffeur kan en mag zich wat ons betreft volledig op het autorijden concentreren, maar vergeet daarbij constant terug te schakelen. De versnellingsbak kreunt voortdurend van ongenoegen en vermoeidheid. Met stevige rukken aan het stuur doet onze Schumacher net te laat verwoede pogingen de gaten in de weg te omzeilen. Helemaal spannend wordt het wanneer het vlakke landschap steeds heuvelachtiger wordt. Tergend langzaam kreunt het Toyotaatje in haar overdrive omhoog. Net voordat de motor het dreigt op te geven, roert Schumi driftig in de versnellingsbak in een uiterste poging het wagentje in leven te houden. En dan gaat het mis. Een aantal voor ons rijdende vrachtauto’s hebben dermate diepe sporen getrokken dat ons coureurtje én terug moet schakelen én naar links uit moet wijken. Helaas, dat gaat niet tegelijk. Met een onheilspellend schurend geluid van onder de auto komen we flink overhellend naar rechts tot stilstand. We zijn met het rechtervoorwiel in een greppel beland, die ook nog eens gevuld is met water en de bodemplaat heeft zich vast gevreten in de oever. Ik doe een poging het Japannertje aan de voorkant op te tillen en naar achteren te duwen. Ons coureurtje begrijpt de bedoeling en ondersteunt mijn inspanning door het gaspedaal eens flink in te trappen, zodat een lekker opspattende modderdouche ontstaat, waaraan ik op het nippertje weet te ontkomen. De voorkant laat ik vervolgens aan een lokale brommerheld over, terwijl ik mijn krachten botvier op de deurstijl. De auto komt weer vrij en op vier wielen te staan. We trekken verder in de hoop in het eerst volgende dorp even aan te leggen voor op z’n minst een kop koffie en wie weet een lunch. Helaas, onze chauffeur vindt blijkbaar dat we zoveel luxe nog niet hebben verdiend en koerst onverwijld door. Na bijna vijf uur komen we hongerig en dorstig in Da Lat aan. Onze koffers hebben we nog maar nauwelijks uit het Japannertje losgewrikt of onze chauffeur is al weer vertrokken. Alsof hij het wereldrecord pitstops wil verbreken. Jammer, jammer, jammer … we hebben geen idee waar we de afgelopen uren langs zijn gereden, wat we allemaal hebben gezien, welke plaatsen we zijn gepasseerd, wat de omgeving te bieden heeft en wat de bewoners op hun akkers en op de flanken van de heuvels verbouwen. Gelukkig hebben we onderdak gevonden in een fantastisch mooi hotel.
Als de avond valt, worden we getroffen door een verrassende stilte. Geen fel toeterende brommers en luid claxonerende auto’s op straat. Met het afnemende geluid daalt ook de temperatuur. Voor de eerste keer slapen we in Vietnam met de ramen open.


Dalat

Omgeving Dalat

Dalat ligt op 1500 meter hoogte en wordt omringd door zeer vruchtbare grond. Dat laatste gecombineerd met een gemiddelde temperatuur van rond de 20° maakt dat deze plek zeer in trek is. En dat is ook te zien. Het heeft alles weg van het Westland. Groenten en bloemen zijn de producten waar het om draait. We laten ons vertellen dat ene Thomassen uit Nederland de beste en mooiste bloementeler uit de wijde omgeving is. Verder zien we opmerkelijk veel mooie en vooral grote huizen. Tijdens een fikse wandeling naar het centrum zien en horen we dat er nog veel meer bijgebouwd wordt. Voor wie eigenlijk? Onze gids vertelt ons de volgende morgen dat Dalat ruim 250.000 inwoners telt en dat veel rijken uit Saigon en Hanoi hier hun tweede huis laten bouwen. Na zojuist genoemde steden staat Da Lat op de derde plaats voor wat betreft de hoogte van de grondprijs. De gids wil ons graag meenemen voor een tourtocht van ongeveer drie uren. We hebben inmiddels begrepen dat de chauffeur voor deze dag opnieuw geen woord Engels spreekt en verstaat. We besluiten de tour te laten voor wat deze is en maken samen met de gids een plan de campagne voor de 350 km lange tocht naar Saigon. Zorgvuldig noteert hij een en ander voor onze chauffeur zodat er onderweg tenminste wordt gestopt voor een hapje en een drankje.
Op naar Saigon dus. Evenals gisteren wanen we ons voor wat betreft het landschap in midden Frankrijk. Slechts de vegetatie is anders. Onze ‘driver’ stuurt en schakelt als de beste, maar na een uurtje begint de beste man te geeuwen, door zijn gezicht te wrijven, over zijn arm te strijken … volgens ons is hij zo duf als een konijn aan het worden. We doen een poging hem duidelijk te maken dat er best even gepauzeerd kan worden. Het Vietnamese woord voor pauzeren schiet ons even niet te binnen dus deze poging mislukt. Met extra stemverheffing maken we hem duidelijk dat we van dat duffe gedoe niet gediend zijn. Hij begrijpt er waarschijnlijk geen snars van, maar schrikt wel flink wakker. Hij houdt zich stipt aan de afspraken die onze gids voor hem op papier heeft gezet en loodst ons keurig door het “Franse” landschap richting Saigon. Het wordt drukker en drukker. Met nog ruim 40 km te gaan stroomt de vierbaansweg zowel in onze als in tegengestelde richting helemaal vol: één rijbaan voor het vrachtverkeer, openbaar vervoer en een spaarzame auto; één rijbaan voor de gemotoriseerde tweewielers die zich schouder aan schouder voortbewegen.
Onze chauffeur kent de weg en voelt zich in de als maar groter wordende heksenketel van getoeter en enorme zwerm van brommers prima thuis. Vooral op de enorm grote en brede rotondes weten we niet door welk aanstormend voertuig we het eerst worden geramd. Maar het gaat allemaal goed en zonder één schrammetje te hebben opgelopen worden we afgezet bij ons hotel in Saigon. Houden we de indruk dat we in Hanoi al wel iets gewend waren … Evenwel, Hanoi is maar een in slaap gevallen provinciestadje vergeleken bij de heksenketel van Saigon. We zijn benieuwd naar wat deze stad ons de komende dagen te bieden heeft.


Saigon

Stipt om 8.30 uur meldt een nieuwe gids met chauffeur zich voor een uitgebreide kennismaking met Saigon. Tijdens de bezetting door de Amerikanen kreeg deze stad al de eerste trekken van een metropool. Deze ontwikkeling kwam na 30 april 1975 abrupt tot stilstand toen Noord-Vietnamese troepen de Amerikanen uit de stad verdreven. De stad dreigde dood te bloeden omdat tienduizenden (waaronder de ouders van onze gids) in heropvoedingskampen belandden en nog veel meer mensen het land verlieten. Vanaf 1978 werd de particuliere handel nog eens verboden en bezit onteigend, zodat nog meer bewoners het land verlieten. Pas na de hervorming van 1986 pakte Saigon de draad weer op. Mede dankzij het geld van de in het buitenland woonachtige Vietnamezen. Wat we nu zien is een bruisende stad die in alles een vergelijk met West-Europese steden moeiteloos aan kan. Naast de bekende shoppingcentra en ruim bemeten straten waarin alle luxe merken zich uitbundig manifesteren combineert Saigon heel knap de charme van de overbekende (veelal Chinese) markthallen en nauwe straten die helemaal uitpuilen van de goederen die niet meer in de kleine winkeltjes passen. Alleen voor wat betreft het vervoer kent Saigon een geheel eigen karakter. In de spits trekken de brommers 14 rijen dik naast elkaar door de stad met daartussen slechts één rij vierwielers (bussen, taxi’s en een enkele personenauto). Van de naar schatting 8 miljoen inwoners beweegt zich ruim 5 miljoen per brommer door de stad. Vooralsnog zal het particuliere autobezit de brommer niet verdrijven. De overheid heft zo’n 150% belasting over de nieuwprijs van een geïmporteerde auto. Een draconische maatregel, maar wel begrijpelijk. De infrastructuur van Saigon (en ook Hanoi) kan een groei van het autoverkeer helemaal niet aan.
Wat ons ook enorm verbaast is de bovengrondse bekabeling van Saigon. In veel gevallen zien we een wirwar van kabels gebundeld in een omvang van zeker een meter doorsnede losjes aan allerlei palen hangen. Het werkt ook nog en zelfs een enorme onweersbui doet nergens de stoppen doorslaan.
Naast de bezichtiging van de voor Europeanen verplichte kost, doet het bezoek aan het War Remnants Museum ons het zwijgen opleggen. De schokkende foto’s en teksten geven niet alleen een adembenemend beeld van oorlogstaferelen, de gruwelijkheden en oorlogsmisdaden van de Amerikanen, maar ook de onuitwisbare sporen die zij hebben nagelaten in de vorm van mismaakte kinderen als gevolg van Agent Orange. En nog steeds vallen er jaarlijks nog zo´n duizend slachtoffers omdat het gebied rondom Saigon nog bezaaid ligt met Amerikaans oorlogstuig.
Onze gids heeft het er nog altijd moeilijk mee. Later vertelt hij ons dat zijn volk met respect en bedroefd terug denkt aan het verleden, maar gelijktijdig met een glimlach vooruit kijkt naar de toekomst. Dat is de aard van zijn volk.
Eenmaal op adem gekomen nemen we het advies van onze gids om kennis te maken met culinair Saigon serieus ter harte. Met zijn hulp krijgen we een tafel toegewezen in een restaurant met de naam Quan An Ngon. In een voormalige koloniale villa met open tuin heeft men het koken op straat op werkelijk zeer hoog culinair niveau weten te brengen. Langs alle zijkanten van het restaurant maken de ´koks van de straat´ allerlei culinaire hoogstandjes klaar. We maken o.a. kennis met banh xeo, een soort pannenkoek gevuld met allerlei soorten fijngesneden groeten, vlees en garnalen. Tsjonge, wat hebben we lekker gegeten. Het lijkt eentonig te worden, maar echt … de Vietnamezen kunnen ontzettend lekker koken en weten ons voor de zoveelste maal te verrassen. En daarmee is de zware kluif van de afgelopen twee reisdagen weer snel in de vergetelheid geraakt.


Onderaards verzet

Verkeer Vietnam

Het is zaterdagochtend 25 september 06.30 uur. Saigon en haar bevolking zijn al lang uit de veren. Wij volgen als vanzelf. Mede geholpen door het gegons en getoeter van de enorme zwerm brommers vier verdiepingen beneden ons.
Vandaag verdiepen we ons verder in de Vietcong en haar taaie verzet tegen het machtige Amerika. We bezoeken het tunnelstelsel van Cu Chi 70 km ten noordwesten van Saigon. Het onderaards gangenstelsel in drie lagen en met een totale lengte van ruim 200 km stamt uit 1948 toen de aanhangers van Ho Chi Minh bij wijze van verzet tegen de Franse overheersing schuilplaatsen aanlegden. Hieruit is tijdens de Vietnamese oorlog het wijdvertakte tunnelstelsel ontstaan met onderaardse kamers, keukens, veldhospitaal, werkplaatsen en ontzettend slimme en effectieve valkuilen voor de Amerikanen. Nadat de Amerikanen deze tunnels hadden ontdekt, konden ze er nauwelijks iets tegen doen. Wat hen restte waren de niets ontziende bombardementen, napalmbommen en ontbladeringsmiddelen. De Vietcongstrijders werd er nauwelijks door geraakt, wel ruim 44.000 bewoners.

Met een behoorlijk beklemmend gevoel in onze maag trekken we vandaag nog een stukje verder naar het westen voor een bezoek aan de Cao Daitempel in het stadje Tay Ninh. Onderweg passeren we Trang Bang waar op 8 juni 1972 een van de beroemdste foto’s van de Vietnamoorlog is gemaakt: het straatbeeld van het naakte meisje op de vlucht voor een napalmaanval.
Wie meer over de achterliggende gedachte van de Cao Dai wil weten adviseren we internet te raadplegen. Wij verwonderen ons over de potpourri van kleuren en vormen in de gigantische tempel met een linkeroog als centraal middelpunt. De gebedsdienst begint klokslag 12.00 uur, herhaalt zich vier keer in een etmaal en duurt 90 minuten per keer. De volgelingen zijn volledig in het wit gekleed en afhankelijk van het aantal ‘dienstjaren’ zit men verder naar voren in de tempel. Wie helemaal voorin wil zitten, heeft negentig dienstjaren te gaan. Vroeg beginnen dus …
Bezoekers zijn tijdens de dienst van harte welkom, moeten zich wel volgens een bepaald protocol gedragen en er mag naar hartenlust worden gefotografeerd: een simpele en effectieve vorming van marketing die inmiddels wereldwijd ruim twee miljoen volgelingen heeft opgeleverd.


Mekong Delta

Met een fikse wandeling door het centrum van Saigon en de ontdekking van twee kroegen waar uitstekende cappuccino wordt gemaakt, komen we meer en meer tot de conclusie dat het hier goed toeven is en dat deze stad niet snel verveeld. Toch verlaten we Saigon zondagochtend in alle vroegte voor een tweedaags bezoek aan de Mekongdelta, het groene en vruchtbare hart van Vietnam met als einddoel het stadje Can Tho. Aanvankelijk trekken we door een soort van polderlandschap waar uitbundig veel rijst wordt geteeld. In dit gebied wordt maar liefst drie keer per jaar geoogst. Eenmaal voorbij het plaatsje My Tho, waar we de meest noordelijke tak van de Mekongrivier oversteken, verandert het gebied meer en meer in een soort Weerribben maar dan bijna net zo groot als geheel Nederland en met een inwoneraantal van 23 miljoen. Gegraven kanalen en sloten verbinden allerlei zijtakken van rivieren met daartussenin enorme vruchtbare bouwgrond. Naast rijst worden allerlei soorten groenten en tropische fruit verbouwd. Onze gids meldt dat sinds het communistische bewind in 1995 de vrijhandel toestond vooral de levensstandaard van de bevolking in de Mekongdelta enorm is toegenomen. Het inkomen is in de afgelopen jaren van 100 dollar gegroeid naar ruim 1000 dollar per maand (US-dollar wel te verstaan).
We verlaten plotseling de doorgaande route voor een kruipdoor – sluipdoortocht. We belanden in een soort park waar we nieuwsgierig worden aangestaard door dames geheel in zwarte kleding gehuld. Onze gids trommelt ons mee naar een aanlegsteigertje waar langs een soort punter dobbert, maar dan slechts veertig centimeter breed. Via een strak georganiseerde instapprocedure nemen we onder leiding van een Vietnamese soldaat plaats aan boord waarbij de kunst is het bootje in balans te houden zodat geen water wordt gemaakt. Bij de bouw van het scheepje is duidelijk geen rekening gehouden met de lengte en bijbehorend gewicht van een uit de kluiten gewassen Zwollenaar. Met zijn peddel van hooguit een meter lengte brengt onze ‘matroos’ het bootje behoedzaam in beweging. Omringd door mangrovewortels, manshoge waterhyacinten, bamboeplaten en ander tropisch groenspul zwerven we door allerlei smalle slootjes. Het betreft een gebied van ongeveer 50 hectare van waaruit de Vietcong met succes het Amerikaanse leger flink dwars heeft gezeten.
Het is weliswaar slechts een afstand van 170 km, maar pas tegen het einde van de middag bereiken we het doel van deze dag: Can Tho, het economisch centrum van de Mekongdelta. Deze stad is gelegen aan de zuidelijke arm van de Mekong, telt momenteel 170.000 inwoners en groeit als kool. Toerisme en landbouwtechnologie zijn momenteel de pijlers waarop deze plaats drijft. Over drijven gesproken: het is indrukwekkend om te zien hoe het leven zich op de rivier en haar oevers afspeelt. Ondanks een nieuwe brug met een overspanning van bijna 3.000 meter wemelt het nog van de veerdiensten die variëren van eenpersoons tot complete vrachtschepen. Ook hier wordt ons duidelijk dat Vietnamezen in alles handel zien. Ongelooflijk wat er op de speciaal daarvoor ingerichte veerboten wordt gesjouwd om naar elders te worden verscheept. Alles en iedereen sjouwt door elkaar heen, her en daar staan een paar mensen iets te registreren en aan de toevoer van goederen lijkt geen einde te komen. Intussen varen vrachtschepen van verschillend formaat af en aan. Veelal diep gelegen door vooral de ladingen zand.
De plaatselijke horeca verrast ons weer eens met een onvervalst en vooral smakelijk Vietnamees menu, waarna we onze hotelkamer met uitzicht op de rivier opzoeken. Volgens afspraak is het om 06.00 uur appel.

Een kamer met rivierzicht blijkt in de Mekong geen plus! Rond de klok van tweeën worden we wreed gewekt door het eerste scheepje dat luidt knetterend voorbij tuft. Met het verstrijken van de nachtelijke uren neemt het aantal actieve deelnemers aan de riviervaart in kwadratische omvang toe. Kort samengevat: we doen geen oog meer dicht en melden ons ruimschoots voor de klok van zessen in de lobby.
Op naar de drijvende markt. Per boot natuurlijk. Na ruim een halfuur varen bevinden we ons tussen de drijvende handel van voornamelijk groenten en fruit, die van elders uit de Mekong wordt aangevoerd. Het is een wirwar van schepen en scheepjes. Aan de mast bungelt het product wat wordt aangeboden. We mogen aan boord bij een echtpaar dat in ananas handelt. Na twee dagen handel is het ruim van hun scheepje tot volle tevredenheid leeg. Alvorens ze weer de Mekong intrekken om inkopen te doen, trakteert de kapiteinsvrouw ons op verse ananas, die zij persoonlijk en op kunstzinnige wijze voor ons ontdoet van de toch lastige bast. Heerlijk!!


Een lange rit

Terug in het hotel maken we ons na het ontbijt op voor een lange autorit. Eerst terug naar Saigon waar we afscheid nemen van onze gids en door naar Phan Thiet, een badplaats aan de Zuid-Chinese Zee. Weliswaar gelegen ter hoogte van Saigon, alleen nog wel even ruim 250 kilometer naar het oosten. Alleen al een rondje Saigon kost ruim twee uur en veel verbazing over de voortdurende stroom van bloedstollende acties van de ons omringende verkeersdeelnemers. Zonder kleerscheuren zet de chauffeur ons om 16.30 uur af bij ons laatste doel van deze trip: een luxe resort. We krijgen een prachtig huisje toegewezen met alles er op en er aan en op veertig meter van het strand.

We hebben ons zelf een dagje rust beloofd, dus geen wekker! Blijkbaar is het de stilte of het geruis van de zee wat ons op breekt, want ruim voor zessen kijken we al over zee uit. Voor achten zitten we al aan het ontbijt en rond negenen nestelen we ons onder een parasol en een dek van palmboombladeren aan het strand: 35° en het zeewater meet er 30°. Het is hier nog lang geen hoogseizoen zoals blijkt uit het verlaten strand dat dagelijks door de huismeester persoonlijk wordt aangeharkt. We genieten van het uitzicht over zee waar talloze vissersbootjes rondvaren. Probleemloos houden we dit twee dagen vol. Even lekker uitpuffen en nagenieten van 18 intensieve dagen. Het is de moeite waard geweest. Vietnam en haar bevolking hebben ons enorm bekoord met hun levenswijze, glimlach, kookkunst en geschiedenis…


element reizen6
banner nrv holidaybanner nrv holidaybanner nrv holidaybanner nrv holiday
Volg NRV Holiday via of neem contact op    070 - 30 767 00