Donderdag, 26 februari 2009: Colombo - Negombo Een half uur voor de landing maakt Johan mij wakker. Ik heb heerlijk geslapen. Om 5.05 uur landen we op Bandaranaike International Airport, 30 km ten noorden van Colombo. Dit is vijf minuten eerder dan gepland. Iedereen wil, zoals gebruikelijk, tegelijk het vliegtuig uit. We lopen de meute achterna en staan al snel in de rij bij de immigratiedienst. Het zijn vele lange rijen en het gaat heel langzaam. Als ik zo rondkijk kan ik geen Nederlander ontdekken. Wel Engelse, Duitse en Franse toeristen. Als we de douane zijn gepasseerd lopen we naar band 4 waar de koffers al op ons liggen te wachten. We zetten de koffers op een bagagekar en gaan op zoek naar de chauffeur met het bordje NRV. Johan ziet het bordje als eerste. We schudden Manoj, onze chauffeur de hand. Hij hangt ons een mooie ketting van roze geurende tempelbloemen om de hals. Wat geuren die bloemen heerlijk. Ik vraag of Manoj nog even wil wachten want ik wil nog euro’s wisselen. Op mijn transactiebon van de SampathBank staat dat ik om 05:46:35 uur voor € 150, 21.585 rupees heb ontvangen. Dat is € 0,6949 voor 100 rupees. We lopen met Manoj naar buiten. Hij vraagt of we even willen blijven staan want hij moet het busje ophalen. Het is een drukte van jewelste in de vroege ochtend. Manoj komt al snel met het busje aanrijden. Een mannetje wilt persé onze koffers in het busje zetten in de hoop dat hij een fooitje van ons zal krijgen. Dit is wellicht zijn dagelijkse inkomen. Het is ongeveer een half uurtje rijden naar het hotel Club Dolphin in Negombo. Onderweg vallen mij de enorme hoge palmbomen op en de rode aarde. Ook vele Katholieke kerken en kapelletjes op de hoeken van de straat sieren het straatbeeld. In zo’n kapelletje staat veelal een glazen vitrine met het beeld van Maria of Christus.
Als we bij het hotel aankomen blijkt de kamer nog niet klaar te zijn. NRV heeft ons hier van te voren op gewezen. Ik had stilletjes gehoopt dat we meteen naar de kamer zouden kunnen. Eigenlijk ook wel goed dat we even moeten wachten want Manoj heeft nog zoveel te vertellen en nu heeft hij alle tijd en hoeft hij zich niet te haasten. Ik vertel hem alvast maar dat onze Engelse taal niet zo best is. Ik versta het beter dan dat ik het spreek. Ik wil natuurlijk ook graag weten of hij getrouwd is en of hij kinderen heeft. Hij loopt naar de bus en komt vol trots terug met een map met daarin een foto van zijn vrouw, zijn zevenjarige dochter en vijfjarige zoon. In de map zitten ook leuke herinneringen van reizigers die hem foto’s, fotoboekjes, ansichtkaarten en brieven gestuurd hebben. Hij is duidelijk trots op zijn “presents”, zoals Manoj ze noemt. Het personeel doet haar uiterste best om de kamer zo snel mogelijk schoon te maken.
Om 8.00 uur krijgen we de sleutel. Manoj regelt voor morgenochtend de wake-up call en de breakfast-box. We spreken af dat we morgenochtend om 7.00 uur vertrekken. De chauffeur vertrekt met de bus en wij gaan naar onze kamer. De koffers worden door de jongens gebracht. Ik heb nog geen kleine rupees maar wel één dollar biljetten. Deze heb ik altijd me en dat is altijd gemakkelijk voor een fooitje. Johan gaat slapen want die heeft in het vliegtuig geen oog dicht gedaan. Ik ga buiten zitten. De kamer grenst aan het zwembad met uitzicht op de bar en de zee. Ik zit nu nog in de schaduw. Ik pak pen en papier om mijn aantekeningen verder uit te werken. Het is echt wennen aan de temperatuur. De zon staat hoog aan de strak blauwe hemel en zorgt voor heel wat zweetdruppeltjes. In dit hotel zitten voornamelijk all inclusive gasten. Ze verraden zichzelf door het armbandje dat ze dragen. Hele legers liggen in de zon te bakken. Zij liever dan ik. Ik kan niet lang op mijn stoel zitten en loop tussen de gebruinde lichamen door naar het strand. Bij ons vliegen de meeuwen langs het strand en de zee. Hier zijn het die vieze zwarte kauwen die bij ons in de straat de schoorstenen onveilig maken. Het strand bij het hotel is niet veel bijzonders. De gasten liggen ook allemaal op een ligbed in de tuin rond het zwembad. Even over twaalven wordt Johan wakker. Hij heeft trek. We lunchen op een overdekt terras bij het zwembad. Ik neem een sandwich met friet en Johan een biefburger met friet. Het smaakt best lekker. Johan gaat weer slapen en ik ga op ons terras wat lezen. De zon zoekt steeds meer het terras op en op een gegeven moment wordt het me te warm. Ik zoek mijn heil elders. De kok is met zijn hebben en houwen vertrokken van het overdekt terras en de gasten liggen allemaal weer aan het zwembad. Ik pak mijn Insight Guide en ga aan een tafeltje zitten. Uit de zon is het goed vertoeven en met de regelmaat voel ik een briesje. Even later krijg ik gezelschap. Nog iemand die liever niet in de zon ligt te bakken.
Om 15.00 uur is het tea time. De all inclusive gasten komen thee drinken met een plak cake erbij. Ik heb geen idee of de Engelssprekende gasten Amerikanen, Nieuw Zeelanders of Australiërs zijn. Wel heb ik het vermoeden dat de gasten met kinderen, Russen zijn. Nu ken ik wel geen Russisch maar het uiterlijk van de mensen en de spraak geven me dit gevoel. Na een half uur is iedereen weer vertrokken en Johan is intussen wakker geworden. Hij staat op het terras op zoek naar mij. Ik zit maar een paar meter bij hem vandaan maar hij ziet me niet. Ik pak mijn spullen en loop naar hem toe. We drinken wat bij de poolbar en hangen nog wat op het terras. We hebben een prachtig uitzicht op de ondergaande zon. Ik loop snel naar het strand om een mooi plaatje te schieten. Het wordt nu echt donker en we krijgen gezelschap van de de muggen. We gaan naar binnen en nemen een lekkere douche. Ik heb hoofdpijn en neem een paracetamol en ga daarna even plat.
Om 20.00 uur gaan we eten. De hoofdpijn is gezakt en we hebben trek. Het is een heel uitgebreid buffet. Zowel Westerse als Aziatische gerechten. We gaan eerst voor de tomatensoep. Ik laat de kok spaghetti maken en daarna neem ik nog lekkere gebakken aardappeltjes met groentecurry. Johan eet rijst met kip en rauwkost. Daarna nog fruit na. Het restaurant is een open ruimte en we hebben ons goed ingesmeerd voor de muggen en toch hebben we nog last van die irritante beestjes. We drinken nog wat op het terras van de kamer en om 22.00 uur gaan we slapen. In de kamer hangt een apparaatje voor de muggen en dat is ook nodig want ik hoor muggen zoemen. Ik hoop wel dat ze ons vannacht met rust laten.
Vrijdag, 27 februari 2009: Negombo - Pinnawela - Dambulla - Giritale Om 5.30 uur gaat de wekker. We hebben goed geslapen maar zijn een aantal keren wakker geworden van de blaffende honden. De muggen hebben ons wel een goede nachtrust gegund en toch blijkt dat we gebeten zijn. Het voordeel van deze muggen is dat de muggenbeet niet jeukt. Om 6.00 uur ben ik klaar en maak alvast de koffers in orde zover dat mogelijk is. Als Johan klaar is zet ik de koffers buiten de kamer. De jongens staan al klaar om ze op te halen. Om 6.30 uur zijn we bij het restaurant. Ik reken eerst de drankjes van gisteren af en daarna drinken we nog koffie en thee. Manoj komt al aanrijden. Zodra we de koffie en thee door onze keel hebben laten glijden, vertrekken we.
De eerste reisdag, ik ben benieuwd. We hebben veel ruimte in het busje en dat reist heel prettig. We zitten hoog zodat we alles goed kunnen overzien door de voorruit en aan de zijkanten heeft de bus ook nog grote ramen. De Insight Guide van Sri Lanka ligt voor me op een plateau met daarnaast een schrijfblok, een doos met Napoleon zuurtjes en een blik met Venco drop. Wat wil je nog meer. Manoj vertelt dat Negombo en omgeving bekend staan om de fabricage van dakpannen. We passeren ook menig fabriekje. De schoolkinderen zijn al vroeg op pad. Ze dragen allemaal een uniform maar wel heel verschillend. Meisjes dragen lichtblauwe schortjurkjes met daaronder een witte bloes, nog wat jongere meisjes zijn helemaal in het wit met een schattig plooirokje en de kleine jongetjes dragen een marine blauw kort broekje met daarop een wit bloesje. Ik vraag mezelf af hoe ze de kleding zo mooi wit houden. Met alle respect, ik heb thuis alle hulpmiddelen voorhanden om mijn was helder te krijgen en dan lukt het mij nog niet altijd. De mensen hier moeten het met heel wat minder doen en de schoolkleding ziet er piekfijn uit! Het straatbeeld en alles daarom heen is schitterend. De huisjes worden aan alle kanten omringd door torenhoge palmbomen en de vrouwen op straat zijn gekleed in prachtig gekleurde sarongs. We verlaten het stadsleven en rijden langs geoogste rijstvelden waar witte koereigers zich tegoed doen aan al het lekkers dat op de velden is achtergebleven. De vrouwen die te voet langs de weg lopen beschermen zich met een paraplu voor de brandende zon. We rijden via smalle en bochtige landweggetjes en Manoj trapt het gas goed in. Tenminste, dat gevoel heb ik. Op een gegeven moment stopt hij om te zeggen dat we tijdens het rijden kunnen ontbijten. We pakken onze breakfast box en peuzelen een sandwich naar binnen. Veel trek hebben we nog niet.
Om 9.00 uur zijn we in Pinnawela. Manoj koopt de kaartjes voor de entree en voor de videocamera moeten we 500 rupees (€ 3,50) betalen. We lopen naar de voederplaats. Op deze toeristische trekpleister zijn heel veel kinderen die op schoolreis zijn en een enkele westerse toerist. Nu begrijp ik waarom Manoj zoveel haast had. Hij wilde hier om 9.15 uur zijn zodat we het voederen van de olifanten kunnen meemaken. Het is leuk om te zien hoe de kleintjes de fles krijgen maar ik heb er toch moeite mee dat de olifanten met één poot vast zitten aan een ketting. De olifanten moeten vast staan want anders is het te gevaarlijk maar toch sta ik hier met gemengde gevoelens. Als je het leuk vindt mag je de olifanten de fles geven. Dit is iets voor de oudere kinderen en die maken daar ook gretig gebruik van. Ik heb veel meer oog voor de kleine donkere kindjes met hun prachtige bruine ogen. Deze kinderen dragen een mooi rood geruite broekje of rokje met daarop een groen bloesje dat afgebiesd is met hetzelfde ruitje als het broekje of rokje. Het zijn echte schatjes. We hebben genoeg gezien van het voederen en lopen naar het leefgebied van de olifanten. De olifanten lopen daar los onder het toezicht van enkele mahouts. We mogen naar mijn gevoel best dichtbij komen en als de olifanten nog meer onze kant opkomen staan we oog in oog met die reusachtige beesten. De mahouts grijpen in. Het overgrote deel zijn kinderen en zij zien het gevaar niet. Het is op de open “savanne” aardig warm en we besluiten om 10.00 uur naar de rivier te lopen. We steken de verharde weg over. Langs het zandpad waar straks de olifanten langs denderen staan aan beide kanten alleen maar souvenirwinkeltjes. De uitbaters staan buiten en vragen of we binnen komen kijken. Ze hebben pech want aan ons kunnen ze niets verkopen. Manoj zoekt voor ons een mooi plekje uit zodat we de olifanten in de verte kunnen zien aankomen en pal vóór ons ligt de rivier Maha Oya. Ik bestel voor ons beiden een fanta en ga ook maar even naar de wc. Het duurt niet lang voordat we de olifanten zien aankomen. Johan gaat met zijn videocamera pal voor de aanstormende olifanten staan. Het is één stofwolk maar wel héél mooi. Ik weet zeker dat het mooie shots zullen worden. Alleen is het voor mij moeilijker foto’s maken. Ik wil foto’s zonder Johan zijn hoofd. Naast ons zijn er nog een paar toeristen en een kleine groep kinderen zit beneden bij de rivier. We hebben alle ruimte voor onszelf. De olifanten zoeken hun eigen weg naar de rivier. Een enkeling steekt de rivier over en doet zich tegoed aan al het sappige groen dat aan de overkant van de rivier groeit. Hij staat daar zo mooi onder die palmbomen en stoort zich niet aan de andere olifanten die door de mahouts gewassen worden. Na het bad zoeken een groep olifanten het zand op. Ze zuigen met de slurf het stof op en gooien dat over hun kop en rug zodat ze helemaal geel kleuren. Een andere groep olifanten lopen een heel eind de rivier op. Op een gegeven moment worden alle olifanten door de mahouts weer wij elkaar gedreven. Het duurt niet lang of de olifanten lopen alle kanten weer op. Het is heel leuk om het gezien te hebben maar voor ons is het genoeg geweest.
Om 10.45 uur rijden we naar Dambulla. We rijden over kleine hobbelige weggetjes door een prachtig heuvelachtig landschap met hoge palmbomen, bananenbomen en rijstvelden. Op één van de rijstvelden wordt de rijst geoogst. We vragen Manoj om even te stoppen. Toch wel fijn als je zelf kunt aangeven wanneer je wilt stoppen. Een aantal mensen zijn aan het werk met een dorsmachine en één man maait de rijstaren met een sikkel. Even verder grazen een tweetal waterbuffels. We rijden weer verder. We passeren een grote school, de jongens en meisjes zijn helemaal in het wit gekleed. Toch wel erg besmettelijk die witte kleding. We steken een spoorlijn over. Even verder is een tuk tuk standplaats. Elk dorpje heeft wel één of meerdere tuktuk standplaatsen. Deze tuktuk’s zijn naast de lijnbussen het openbaar vervoer van Sri Lanka. Ze rijden in de grote steden maar ook in de kleinste dorpjes. We verlaten het hobbelige weggetje en vervolgen onze weg via de A6. We rijden door de grote drukke stad Kurunegala. Op de imposante Etagala (olifantsrots) staat een wit Boeddhabeeld. In de stad zie ik een grote luxe fietsenwinkel. We rijden de stad weer uit. Bij een school is een betonnen trap over de weg gebouwd zodat de kinderen veilig de gevaarlijke weg kunnen oversteken. Kort achter elkaar passeren we twee controleposten. Beambten in bruin uniform geven auto’s een stopteken. Wij mogen doorrijden. Een grote vijver met lotusbloemen ligt naast de weg. Vlak voor Dambulla is volgens mij een opleidingsinstituut voor politie of voor de militairen. Vele jongens en mannen paraderen in uniform.
Het is 13.00 uur, we rijden de gouden Boeddha, van de Tempel van Dambulla, voorbij. Volgens Manoj is het tempelcomplex nu gesloten en daarom gaan we eerst lunchen. We eten een clubsandwich met friet. Ik drink een fanta en Johan een grote fles bier. De clubsandwich kost 600 rupees (€ 4,20) fanta 90 rupees (€ 0,65) bier 300 rupees (€ 2,10). Het restaurant J.C.’s Village ligt in een mooie tuin. Na het eten maak ik een foto van een palmeekhoorn. Die beestjes hebben we bij het hotel in Negombo ook gezien. Het is niet eenvoudig om de beestjes te fotograferen want ze zijn vliegensvlug. Uiteindelijk lukt het me om een duidelijke foto te maken. Om 14.00 uur rijden we naar de grottempels van Dambulla. De tempels liggen op een 160 meter hoge rots. Om die rots te kunnen beklimmen zijn er trappen gemaakt. We klimmen heel rustig omhoog want de zon zorgt ervoor dat de temperatuur hoog oploopt. Mijn gevoel zegt dat het ver boven de dertig graden moet zijn. Op de trappen zitten gehandicapten. Zij houden hun hand open in de hoop dat ze iets krijgen. Ik heb alleen een fles water en mijn camera bij me. Omdat we moeten klimmen heb ik mijn rugtas in de bus laten staan en kan ik de arme mensen niets geven. Het knaagt aan me dat ik deze mensen voorbij moet lopen zonder ze iets te geven. We lopen heel rustig naar boven zodat we volop kunnen genieten van de prachtige omgeving. Mooie schijfcactussen met rode bloemen en prachtige bomen met geurende tempelbloemen. De grote zittende Boeddha kijkt uit over de prachtige natuur met in de verte de leeuwenrots van Sigiriya. De apen spelen op de trappen en witte geiten doen zich te goed aan het struikgewas. Twee jonge Franse toeristen en wij, zijn de enige bezoekers. Wel fijn dat je het hele complex voor jezelf hebt maar voor Sri Lanka en de mensen die ervan moeten leven is het bar slecht dat er zo weinig toeristen het land bezoeken. We moeten de schoenen uit voordat we de grottempels mogen betreden. Johan en ik lopen op onze sokken, Manoj loopt op zijn blote voeten. Een man waakt over onze schoenen. Er zijn vijf grotten. In de eerste grot (Devaraja Viharaya) Tempel van de Heer der Goden, ligt een 14 meter lange slapende Boeddha die in de rots is uitgehouwen. De tweede grot, de Tempel van de Grote Koningen is de grootste en mooiste grot. Deze grot is 50 meter lang en 25 meter breed en 7 meter hoog en er bevinden zich heel veel beelden. De derde grot is de (Maha Alut Viharaya) Grote Nieuwe Tempel. In deze tempel bevinden zich veel mediterende Boeddhabeelden en een 9 meter lange liggende Boeddha. In de eerste drie tempels maak ik de foto’s met de flits en de foto’s zijn best aardig gelukt. Totdat een man me komt vertellen dat ik niet mag flitsen. Manoj zegt dat ik gewoon moet flitsen. Ik doe het toch maar niet want je brengt wel schade toe aan de kleuren van de beelden en muren. In de vierde grot (Pacchima Viharaya), staan langs de wanden prachtige beelden van zittende Boeddha’s. De vijfde grot is de (Devana Alut Viharaya) Tweede Nieuwe Tempel. De beelden in deze tempel zijn allemaal, in tegenstelling tot de andere vier tempels, van baksteen en stucwerk gemaakt. Bij de tempels is het oppervlaktewater van een vijvertje begroeid met lotusbloemen. De nationale bloem van Sri Lanka volgens Manoj. We lopen terug en trekken de schoenen weer aan. Manoj betaalt de man. Op de terugweg komen we grote groepen met schoolkinderen en locals tegen. We zijn de drukte net voor geweest. Ik maak nog foto’s van de vlooiende apen en de leuke geitjes.
Om 16.00 uur rijden we richting Giritale. De weg loopt dwars door de jungle. Aan de kanten van de weg staan cashownotenbomen en mangobomen. Jammer dat in dit seizoen de mango’s niet rijp zijn. Ik vind die zó lekker. Weer een controlepost. De passagiers van de lokale bussen moeten allemaal de bus uit en bij de controlepost wordt hun bagage gecontroleerd. Wij mogen doorrijden.
Om 17.10 uur arriveren we bij Hotel Giritale. Het hotel ligt hoog en aan de achterkant van het hotel kijken we uit over de Minneriya-tank. Een van de vele kunstmatig aangelegde meren tussen 400 v. Chr. en 1215 n. Chr. De meren heten in het Singalees, wewas en het Engelse woord is tanks. We drinken ons welkomstdrankje in een zitje bij het zwembad vanwaar we een riant uizicht hebben op het meer. In het kleine zwembad ziet het zwart van de locals. Ze vermaken zich met een bal en hebben veel plezier. Het zijn rijke Sri Lakanen die een weekendje weg zijn. We moeten nog even geduld hebben want de kamer is nog niet klaar. We zitten hier goed en hebben niet zo’n behoefte om naar de kamer te gaan. Even later krijgen we de sleutel en de jongens sjouwen de koffers. We hebben een kamer met balkon waar we ook om gevraagd hebben. Toch blijven we daar niet lang want vanuit de bar en de lobby die zich buiten bevinden, hebben we een prachtig uitzicht. Ik drink een lemon jus en Johan Tiger bier. De lemon jus is echt lekker.
Om 19.45 uur gaan we naar de kamer om te douchen en daarna lopen we naar het restaurant. Het is fris daarbinnen en wij zijn met nog enkele toeristen de enige gasten. Het is een buffet. We eten eerst een bruine bonensoep daarna neem ik aardappeltjes met een dressing en rauwkost, een komkommercurry en vakensvleescurry. De varkensvleescurry is een beetje spicy. Daarna nog een visje in botersaus. Johan neemt rijst met groente- en vleescurry. We sluiten af met een mierenzoet toetje, een beetje te zoet voor ons. Ik drink nog thee na om de zoete smaak weg te spoelen. Het heeft ons goed gesmaakt. We rekenen de drankjes af en nemen deze mee naar de lobby. Daar is live muziek. Drie jongens met een mooi stemgeluid, een gitaar en een djembe, zorgen voor een goed entertainment. De locals, die bij onze aankomst in het zwembad aan het spelen waren, zitten in het zitje naast ons. Zo te zien zijn het een aantal gezinnen. Als de westerlingen gegeten hebben gaan zij naar het restaurant om te eten. We smeren ons nog eens extra in voor de muggen want dat is geen overbodige luxe. Ik heb het spul continue in mijn tas zitten en dat is deze reis ook bittere noodzaak. Het bandje speelt voor ons herkenbare nummers en uiteraard is een fooitje onze tegenprestatie. Ik probeer nog een orange jus maar die smaakt niet zo lekker. Om 22.30 uur gaan we slapen.
Zaterdag, 28 februari 2009: Giritale - Polonnaruwa - Giritale Om 7.30 uur gaat de wekker. We hadden vannacht gasten en daarom hebben we de airco maar aangedaan. Ondanks het lawaai van de airco hebben we toch redelijk geslapen. We lopen naar het restaurant voor het ontbijt. We zijn de enige in het restaurant. Er is meer personeel dan gasten. Eigenlijk wel heel triest. Het ontbijt is eenvoudig. Johan bestelt een scrambled ei. Hij krijgt een bord met daarop een wit hoopje in de vorm van een kopje. Het lijkt wel of de dooiers hier wit zijn i.p.v. geel. Het hoopje ei is niet gaar en blijft op het bord liggen. We krijgen gezelschap, de Sri Lakaanse gasten komen ook ontbijten. We gaan de rugzak en de videocamera halen en wachten buiten op Manoj.
Het is nog maar 9.00 uur en het is al prachtig weer. Manoj komt aanrijden. We rijden naar Polonnaruwa. Omdat het zo warm is besluiten we niet te gaan fietsen. Manoj regelt een gids (Nihal Gunasekara) voor ons. In het museum laat de gids in grote lijnen zien hoe de Middeleeuwse hoofdstad er destijds heeft uitgezien. Vele daken waren van hout en die zijn uiteraard allemaal verdwenen. In duidelijk Engels en a.d.h.v. maquettes krijgen we een goed beeld van hetgeen we straks zullen zien. We stappen in het busje en gaan op pad naar de overblijfselen van de voormalige hoofdstad van Sri Lanka. Het lijkt erop of wij de enige toeristen in deze oude stad zijn. Toch vreemd, dat je haast geen toerist tegenkomt. We stoppen al vrij snel en lopen met de gids naar een 3½ meter hoog beeld dat in de 12de eeuw is vervaardigd. Het beeld is uitgehouwen uit een rots en het lijkt net of het naar voren wil stappen. Het beeld draagt de naam “De wijze”, is blootsvoets en gekleed in een sarong. De handen houden een manuscript vast. Voor de geleerden is nog steeds niet duidelijk wie er afgebeeld is, Agastaya of Parakramabahu1. Even verder is de Pothgul Vihara (Zuidelijk Klooster). We lopen naar de bus en rijden weer naar de volgende bezienswaardigheid. We zijn bij de Citadel en stappen uit. Manoj blijft zitten en wij lopen met de gids mee. Vóór ons lopen een aantal monniken en dat maakt het plaatje toch wat levendiger en kleurrijker. Zij bezoeken net zoals wij de overblijfselen van het Paleis van de Koning Parakramabuhu 1. Kleine afstanden lopen we en voor de langere afstanden nemen we de bus. In de omgeving van het Paleis ligt ook de Raadszaal van Parakramabahu1 en de Kumara Pokuna (koninklijke baden). We lopen richting straat want in een kanaaltje tussen de straat en de oude stad zijn vrouwen de kleren aan het wassen. De gids roept ons terug, we moeten wel bij de les blijven. De gids vraagt ons om bovenaan op de trap van de Raadszaal te gaan zitten zodat hij een foto van ons kan maken. Dat doen we dan maar.
Tijdens de rit naar de volgende bezienswaardigheid zien we een viertal donkerbruine herten met witte stippen (axishert) in de jungle lopen. Snel de bus uit. In de boom die pal voor ons neus staat, zit een grote hagedis of een kameleon. Hij valt niet op vanwege zijn camouflagekleur. We rijden nu richting het centrum van de oude stad. Tegenwoordig wordt het de Quadrangle (Rechthoek) genoemd. Bij de ingang links is de ronde Vatadage. Boeddha zit boven aan de trap. Onderaan staan aan beide kanten bewakers en voor de trap ligt een prachtig gedecoreerde maansteen. De Atadage en Hatadage zijn tempels met stenen zuilen en staande Boeddhabeelden. Sathmahal Pasade (Gebouw van Zeven Verdiepingen) maakt ook onderdeel uit van het centrum. Daarna rijden we naar het noorden van de stad. Het is aardig warm. Als we naar de Dagoba lopen worden de souvenirverkopers wakker. Ze gooien alle charmes in de strijd om ons iets te verkopen maar helaas we hebben geen belangstelling. Daarna willen ze euromunten wisselen voor rupees. We maken een deal en de man is zeer tevreden. We lopen een rondje rond de grote Dagoba. Deze Dagoba staat in een jungleachtige omgeving en rondom de Dagoba staan bomen met de geurende tempelbloemen. Daarna lopen we naar de Gal Vihara. Op het zandpad ernaar toe, zit een moeder makaak met haar jong en nog twee volwassen makaken. De Gal Vihara is een wand van graniet waar drie Boeddhabeelden uitgehouwen zijn. Een staande, een zittende en een 14 meter lange liggende Boeddha. Deze laatste is uitgebeeld tijdens zijn intrede in het Nirwana (voeten sluiten niet meer aaneen en het hoofd is enigszins van de rechterhand afgegleden. Onze rondleiding zit erop. We lopen terug naar de bus en rijden naar de ingang en zetten de gids af. Manoj vraagt of we belangstelling hebben om een houtbewerkingbedrijfje te bezoeken. Heel graag want ik wil een mooi masker als souvenir. We rijden langs een groot meer en ik denk dat dit Parakrama Samudra (zee van Parakrama) is. Het kunstmatig aangelegde meer is 2.430 ha groot. Het is een reusachtig spaarbekken waaruit elf kanalen in verschillende richtingen leiden die vervolgens weer een netwerk vormen van irrigatiekanalen en kleinere spaarbekkens die ten slotte de rijstvelden bevloeien. De mensen baden en wassen de kleren in het meer.
Om 12.30 uur stoppen we bij Nishantha Wood Carving in Polonnaruwa. Een man legt ons uit welke houtsoorten in het bedrijfje gebruikt worden. Sandelhout geurt heel lekker en is tevens een van de duurste houtsoorten. Een jongen is bezig met het uitbeitelen van een zittende Boeddha. Even verder staat een kudde olifanten van hout. Op de vloer ligt een blok hout waarvan de contouren van een olifant al zichtbaar worden. De man die met het karwei bezig is, heeft alles laten vallen en is naar een begrafenis van een familielid in Colombo. Achter de werkplaats ligt een plein zo groot als een voetbalveld. Dit hele plein is bezaaid met een dik pak rijstkorrels. Twee mannen waden met hun blote voeten door de rijstkorrels. We lopen ook nog even het rijstmeelfabriekje binnen. Het is daar erg donker. Drie mannen zijn aan het werk maar als wij binnenkomen stoppen ze meteen en zijn wij de bezienswaardigheid. We lopen terug naar het houtbewerkingbedrijfje en worden door de zaakwaarnemer een grote winkel binnengeloodst. We worden in een zitje weggezet en de gastheer biedt ons iets te drinken aan. Ik heb wel trek in een kop thee. Johan hoeft niets maar krijgt toch een flesje water aangeboden. Boven het zitje hangen prachtige antieke maskers. De prijs is 70.000 rupees, dus bijna € 500. Ik vind ze wel heel bijzonder maar dat is toch een beetje te prijzig voor een souvenir. Ik heb alleen nog oog voor maskers. De nieuw gemaakte maskers zijn te fel beschilderd. Ik hou meer van neutrale kleuren zoals die van de antieke exemplaren. Johan heeft toch iets met kleur want hij vindt een prachtexemplaar. Het masker is beschilderd met verf op basis van plantaardige kleurstoffen. Zacht grijs, zacht geel en zacht rood zijn de hoofdkleuren. Het masker heet Cobra (de slangen zijn zichtbaar uitgehouwen) en beschermt het huis. De houtsoort (zeer licht), zou magojwood zijn. Ik weet niet of ik het juist schrijf. De creditcard ligt in de safe bij het hotel Giritale en we hebben niet voldoende geld bij ons. Dit is geen probleem. De zaakwaarnemer komt vanavond om 18.30 uur naar het hotel. Het masker wordt heel goed ingepakt en wij mogen het meenemen zonder dat we betaald hebben. Ik vraag of de man nog even meeloopt naar de bus want ik wil de mannen van het rijstmeelfabriekje nog wat balpennen, leesbrilletjes en ballonnen voor hun kinderen geven. Binnen de kortste keren sta ik te midden van mannen met een verweerd donkerbruin gezicht en enkel een omslagdoek om hun middel die allemaal hun hand openhouden. Ik vul de gulzige handen en daarna gaan we lunchen.
Onderweg naar het lunchadres stopt Manoj de bus voor een grote staande Boeddha die langs de kant van de weg staat. Een aantal trapjes leiden naar het grote lichtgrijze beeld dat op een lage sokkel staat met een achtergrond van een zwart gesteente. Het is weer een uurtje later als we aan de frietjes met ketchup zitten. We hebben een sandwich besteld maar het brood blijkt op te zijn. We hebben ook niet veel trek dus dat komt goed uit. We zijn weer de enige toeristen in het openlucht restaurant. Toen we aankwamen, vertrokken net twee toeristen. Na de lunch gaan we een village tour doen. De kosten zijn € 20 p.p., geen kattenpis maar ik vertrouw erop dat de tour het geld waard zal zijn. Manoj gaat ook mee en dat is wel zo prettig.
Om 14.30 uur vertrekken we met de jeep vanaf het lunchadres. Het eerste stuk gaat over asfalt maar al snel rijden we tussen de rijstvelden over de smalle paadjes van rode aarde. We staan met zijn tweeën achterin de laadbak van de jeep en spotten vele witte koereigers in de rijstvelden. Ook spotten we kleurige ijsvogeltjes, bruin/blauw, felblauw/zwart en wit/zwart. Als de kinderen het geluid van de jeep horen komen ze aanrennen. Uiteraard heb ik voor iedereen balpennen en ballonnen. Wat hebben ze toch prachtige donkere kijkers. Soms een beetje verlegen maar altijd heel beleefd. De mangobomen gaan nu pas bloeien en soms zie je al kleine vruchtjes. In een helder beekje doen moeders de was en de kinderen krijgen ook meteen een wasbeurt. De moeders staan bij het wassen van de kleren en de kinderen tot hun middel in het water. We stoppen en stappen uit voor een bezoek aan een lokaal huisje. De chauffeur heeft dit van tevoren met de vrouw des huizes afgesproken. De hond staat ons al op te wachten. Het is een huisje van lichtbruine leem of klei met een palmbladeren dak. Rondom het huisje is de groentetuin en de boomgaard (bananenbomen, papajabomen, palmbomen, kokosnotenbomen etc.). Ze neemt ons mee naar binnen en we staan in de slaapkamer van de twee kinderen, aangrenzend is de keuken en daarnaast is het stookgedeelte waar het eten bereid wordt. Achter de keuken is de ouderslaapkamer. In deze kamer hangt heel veel kleding op elkaar aan hangertjes en liggen vele stapeltjes met opgevouwen kleding. Het ziet er allemaal keurig uit. Buiten staat een houten tafel met daarop een tafelkleed waarop de gastvrouw wat schaaltjes en ingrediënten heeft neergezet. Eerst laat ze zien hoe ze de rijst stampt. Dit doet ze voor een aantal dagen tegelijk. Ik mag het ook nog proberen en dat gaat echt niet gemakkelijk. Manoj maakt een foto. Nu volgt de demonstratie kokosnoot. Een scherp voorwerp is bevestigd op ijzeren stangen die op de grond liggen. Hiermee hakt ze in de kokosnoot en verwijdert de schil. Daarna halveert ze met veel kracht de kokosnoot boven een schaal zodat het kokosvocht wordt opgevangen. We mogen proeven, Johan hoeft niet. Het heeft niet veel smaak. Op het erfje ligt een rieten mat. Ze zet een schaaltje op de mat en gaat ernaast zitten. Met weer een ander voorwerp schraapt ze het vruchtvlees uit de kokosnoot en vangt dit op in een schaaltje. Op het erfje ligt op een stapeltje bakstenen een grote zware zwarte steen. Met water maakt ze de steen schoon. Op de steen strooit ze zout, drie gewassen pepers, een gepelde rode ui en de uitgeschraapte kokos. Met een langwerpige ronde steen rolt ze over de ingrediënten zodat deze pletten en de smaak vrij komt. Ze schept het prutje (de kokoscurry) over in een schaaltje en dan mogen we proeven. Het is een beetje scherp, voor mij kan het net. Johan proeft ook maar voor hem is het te scherp. Om de smaak wat weg te spoelen drinkt hij het glas kokosvocht leeg. Heeft hij toch nog het kokosvocht geproefd. Ik drink ook nog even mijn glas leeg. Manoj vindt de curry lekker. Bij hem thuis eten ze deze kokoscurry bij het ontbijt. Niet elke dag maar toch wel een paar keer per week. De vrouw des huizes heeft voor onze chauffeur een drankje voor zijn keel gemaakt. Manoj heeft al sinds het begin van de reis keelpijn en voelt zich ook beroerd. Hij drinkt twee glazen achter elkaar leeg. Ik hoop dat het drankje zal helpen. De chauffeur van de jeep neemt ook een glas met het kruidendrankje. Ik bedank de vrouw voor de gastvrijheid en geef haar 500 rupees en dan stappen we op.
We rijden met de jeep parallel aan een helder water en veel kinderen zijn zichzelf en hun kleren aan het wassen. Een arend zit boven ons in een boom. Ik heb tegenlicht en kan geen mooie foto maken, jammer. De chauffeur stopt bij een groot meer. Ik denk dat dit hetzelfde meer is als bij de oude stad in Polonnaruwa. Hij trakteert ons op verse ananas en die smaakt voortreffelijk. Ik maak nog snel een foto van Johan, Manoj en de chauffeur bij de jeep met op de achtergrond het meer. Daarna rijden we terug. Onderweg stoppen we bij een winkeltje. Ik denk dat Manoj een middeltje zoekt voor zijn keel. Het winkeltje is een houten keetje met een dak van golfplaten. Het is de winkel van Sinkel want het assortiment is veelzijdig. Van potten en bezems tot eieren en groente. Terwijl we stilstaan vraagt de chauffeur of hij ook ballonnen en balpennen voor zijn kinderen mag hebben.
Om 16.45 uur zijn we terug bij het restaurant. De chauffeur zet een stoel klaar zodat ik makkelijker kan uitstappen. Heel vriendelijk maar ik zeg hem dat ik daarvoor nog te jong ben. Ik geef hem de fooi en daarna zeggen we hem gedag. Onderweg (16.51 uur) naar het hotel pin ik 10.000 rupees bij de Commercial bank of Ceylon, Manoj helpt mij hierbij.
Om 17.00 uur zijn we bij het hotel. Eerst douchen en daarna naar de bar voor een lemon jus en bier. Vanuit de bar hebben we, evenals vanuit de lobby, een prachtig uitzicht over het meer. Het gaat schemeren en we verhuizen naar de lobby. We smeren weer goed voor de muggen want we worden liever niet gestoken door die vervelende beestjes.
Om 18.45 uur komt Manoj en een kwartiertje later komt de man van het houtbewerkingbedrijfje. We betalen met onze creditcard en drinken nog wat. De mannen drinken samen een grote Carlsberg en Johan het lokale Tiger bier. De man bedankt ons nog extra voor de leesbrillen. Ik had in een reisverslag gelezen dat de oude mensen hier behoefte aan hebben en vandaar dat ik mijn oude leesbrilletjes heb meegenomen. Als ons bezoek weg is lopen we snel naar de kamer om ons te verkleden en om 20.00 uur schuiven we aan voor het diner. Er is een klein groepje Franse toeristen gearriveerd dus zijn we niet meer de enige Westerse tussen de Sri Lakanen. Het is weer een buffet. We eten een heerlijk soepje maar de smaak kan ik niet benoemen. Johan gaat voor rijst met vis en groentecurry (spicy). Ik neem pasta met tonijnsaus. Daarna ga ik nog even terug voor aardappeltjes met groente en biefcurry (wel spicy). Als toetje nemen we een fruitcoctail en daarna probeer ik de buffalo curd (kwark) met honing. Smaakt niet verkeerd. Na het eten gaan we weer in de lobby zitten maar nu zonder muziek. De Sri Lakanen van gisteren zijn naar huis. Een andere groep Sri Lakanen zit beneden aan een lange tafel bij het zwembad. Volgens Manoj is het personeel van de Commercial bank die een personeelsuitje hebben. We drinken nog wat en denken terug aan de dag van vandaag. We hebben fantastisch weer gehad mensen ontmoet en heel veel gezien. Om 22.15 uur gaan we slapen.
Zondag, 1 maart 2009: Giritale - Ritigale - Giritale Om 7.30 uur gaat de wekker. We worden langzaam wakker. Als ik klaar ben ligt Johan nog op bed. Ik ga buiten op het balkon zitten en geniet in de vroege ochtend van het geweldige uitzicht. Ik spot een prachtige groene vogel. In de verte ligt een eiland in het meer. Op het eiland staat de grootste rijstmeelfabriek van Sri Lanka. Dit vertelde gisteravond de man van het houtbewerkingbedrijfje. Om 8.45 uur gaan we ontbijten. Toast met een omelet en koffie. Om 9.15 zitten we al in de lobby. Bij het zwembad speelt het bankpersoneel een spelletje. Een aantal mannen hebben tussen hun bovenbenen een fles met water geklemd. Op de grond staat een lege fles en die moeten ze vullen met het water dat in de fles zit die ze tussen hun benen hebben. Ze hebben in ieder geval heel veel plezier en dat is goed voor de teambuilding.
Om 9.30 uur vertrekken we naar Ritigale. We zijn nog maar net op weg en dan kom ik erachter dat ik mijn portemonnee vergeten ben. Manoj keert de bus en we rijden terug. Ik vind het vervelender dan hij. Ik sprint naar de kamer en ben in no time weer terug. Nu gaan we echt weg. De zon schijnt volop en de temperatuur loopt al aardig op. Langs de kant van de weg staat een billboard met de tekst: Cooperative Pung Craft for Nature Based Handicrafts. Manoj vraagt of we interesse hebben om een kijkje te nemen. Dat hebben we zeker. We rijden het erf op. Een man en een vrouw staan buiten. Ze hebben twee huisdieren, een aapje en een witte hond met zwarte vlekken. Aan de takken van de bomen hangt een langwerpig rek dat gemaakt is van bamboestokken. Op het rek liggen de materialen uitgespreid waarmee tasjes, placemats, muurhangers, mandjes etc. gemaakt worden. Er wordt riet en palmblad gebruikt. Deze materialen worden gekleurd met natuurlijke kleurstoffen en chemische kleuren. Mevrouw laat me de verschillende methodes van vlechten zien. Daarna loop ik met haar naar de winkel. Alle artikelen die in de winkel zijn geëtaleerd worden thuis door vrouwen en meisjes gemaakt en via deze coöperatie winkel verkocht. Om de vrouwen een beetje te helpen koop ik een tasje. Hiermee is mijn verzameling tassen uit de diverse landen weer uitgebreid. Ik vraag of ze de naam van de winkel wil opschrijven zodat ik thuis wat naslag kan doen. De man geeft de vrouw een visitekaartje waarop ze het mailadres en een aantal telefoonnummers doorstreept. Met mijn tasje onder de arm loop ik naar mijn mannen. We stappen in en rijden weer verder. Op de hoek van een straat staat op een sokkel een glazen vitrinekast met daarin een H. Hart beeld. Even verder staan dranghekken op de weg. Manoj manoeuvreert de bus erdoor heen. Binnen een korte afstand van elkaar vindt op drie plaatsen een politiecontrole plaats. De mensen uit de lokale bussen stappen uit en lopen met hun bagage langs de controlepost. Ook passeren we regelmatig militairen die met een geweer in de hand in de berm van de weg lopen. We rijden richting noorden en het lijkt erop dat hier extra veiligheidsmaatregels worden getroffen. We laten de bewaking achter ons en genieten van de prachtige natuur. Zowel links als rechts van de weg bevindt zich de dichte jungle. We rijden de bewoonde wereld binnen en zien vele kraampjes met rode pepers en specerijen langs de kant van de weg staan. Ik vraag om te stoppen want dit wil ik wel van dichtbij zien. Plastic zakjes met rode pepers bedekken de zijkant van het kraampje en op een grote plank liggen verpakte specerijen per soort opgestapeld. In een plastic teiltje liggen pinda’s in dop. Het vrouwtje dat achter de kraam staat vult plastic zakken met pinda’s en weegt ze af. De stop komt goed uit want Manoj koopt specerijen voor thuis. Hij zegt dat ze hier veel goedkoper zijn dan in de winkel in Colombo. We rijden weer verder. Tussen de palmbomen en bananenbomen staan kleine winkeltjes en huisjes. Midden op een kruising staat een beeld van Boeddha met daarom heen een ijzeren hek. Op diverse spijlen van het hek wappert de vlag van Sri Lanka. We rijden op de A11, een witte jeep met een blauwe vlag met de letters UN rijdt ons voorbij. We verlaten het asfalt en slaan rechtsaf een rode hobbelweg in. Manoj kucht steeds heftiger en heeft nog steeds erge keelpijn. Ik geef hem een aantal fisherman’s friend snoepjes. Ik hoop dat die snoepjes zijn keelpijn wat verzachten want je merkt gewoon dat hij zich niet lekker voelt. In een helder stroompje water doen de vrouwen de was. Aan de rechterkant van de rode zandweg liggen rijstvelden met daartussen houten hutjes en uitkijktorens. De lokale boeren houden hier de wacht zodat ze tijdig de olifanten kunnen verjagen. De rijstvelden zijn verdwenen en maken plaats voor de dichte jungle.
Om 11.30 uur zijn we bij het informatiecentrum en dan is het nog een klein stukje rijden. We zitten nu midden in de jungle en parkeren de bus. De zon kan niet door het bladerdak heen komen zodat het een goede temperatuur is om te wandelen. Een gids klimt met ons mee naar boven. Het pad bestaat uit grote rotsblokken met daartussen dikke boomwortels. Het is opletten geblazen waar we lopen. De natuur is prachtig met die enorme grote bomen. Ik loop als laatste zodat ik alle tijd heb om te genieten van deze prachtige omgeving en zicht heb op de klimmende mannen, Johan, Manoj en de gids. We komen een monnik tegen en dat maakt het geheel toch altijd kleurrijker. De overblijfselen van het klooster, dat grotendeels uit meditatieplatforms bestaat, zijn niet zo spectaculair. We kunnen nog verder lopen om nog meer restanten te bezichtigen maar dat hoeft voor ons niet. Op de terugweg komen we Sri Lakanen tegen. Het is vandaag zondag en vanuit hun geloofsovertuiging bezoeken ze op hun vrije dag een Boeddhistische bezienswaardigheid.
Om 12.45 uur is de tocht ten einde. De oude man (gids) geef ik een fooi (300 rupees) en al snel krijgen we bezoek van nog een paar mannen. Wellicht zijn dit ook gidsen. We geven de mannen pennen en voor hun kinderen zijn er ballonnen. Hoog in de bomen boven ons zit een moeder makaak met een kleintje. Lopend naar de bus vertelt Manoj dat hij niet altijd werk heeft. Van 11 t/m 25 februari had hij geen werk en na onze reis staat er ook nog niets op de planning. We rijden weer via het hobbelige rode zandweggetje terug. We stoppen in Habarana om diesel te tanken en terwijl kan ik een foto maken van het Boeddhabeeld dat ik op de heenreis midden op het kruispunt heb zien staan. De locals hangen wat rond bij de tuk tuk. We rijden weer verder. We moeten nog water hebben en Manoj ziet een winkeltje annex hotelletje waar ze water verkopen. Ik geef hem geld en hij komt terug met een tray met halve liters. Daar kunnen we de hele reis mee vooruit. We laten ze gewoon in de bus staan en dan hebben we altijd water bij ons.
Om 14.00 uur stoppen we bij het restaurant Rukmali in Habarana. We hebben enorme trek. We nemen een sandwich tomaten/kaas en een lekker vers mangosapje. Wat is dat mangosapje lekker. De meisjes van de bediening dragen prachtig gekleurde sarongs en lopen op blote voeten. De jongens in het Giritale hotel waar we logeren lopen ook op blote voeten. De wat oudere jongens dragen soms slippers. Deze keer zijn we niet de enige in het restaurant. Er zijn nog vier Frans sprekende, twee Russische en twee Chinese toeristen. Voor 1.300 rupees hebben we weer gegeten en gedronken. Om het geheel op te fleuren zijn in het restaurant schalen met water gevuld en daarin liggen bloemblaadjes.
Om 14.45 uur rijden we naar het Minneriya Nationale Park. Het is maar 10 minuten rijden. Manoj vindt het nog steeds veel te warm en wij vinden het weer wel best. Hij snapt er niets van dat wij zo goed tegen de warmte kunnen. We moeten nog even wachten op de jeep.
Om 15.30 uur gaan we op pad. Nu heb ik al vier mannen bij me, Johan, Manoj, de chauffeur en een ranger. Wij staan samen met de ranger in de open laadbak. Manoj zit naast de chauffeur. De zon schijnt volop en met een blauwe lucht is het prachtig weer voor een safari. We zien blauwe en groene bijeneters, arenden, pauwen, zwart/witte en blauwe ijsvogels, verschillende soorten reigers, krokodillen, waterfazant, koereigers, heel veel verschillende kleine bruine vogeltjes, waterbuffels en heel veel olifanten. We hebben alle ruimte voor ons alleen. Behalve bij de olifanten, daar staan nog enkele andere jeeps. De olifanten lopen naar het meer. Onze chauffeur wacht tot de andere jeeps wegrijden. De ranger vraagt aan de chauffeur om via een andere kant naar het meer te rijden. Officieel mag je niet van het gebaande pad af maar omdat we nu toch de enige zijn maakt de ranger een uitzondering. Het is toch geweldig om in alle rust te genieten van al dit moois. Het kleine olifantje is nog geen maand oud. Het drinkt bij de moeder maar het is niet gemakkelijk om dat te fotograferen want de tantes beschermen het kleintje aan alle kanten. Tijdens de terugtocht vertelt de ranger dat hij een dochter van 17 maanden heeft. Hij is supertrots want hij zegt “That’s my life”. Toch mooi dat hij dat zo maar tegen een wildvreemde vertelt.
Om 17.30 zijn we weer bij de ingang van het park. Ik geef beiden (chauffeur en de ranger) een fooi van 500 rupees en dan stappen we uit. Het is een super safari geweest, bijna een privé safari. Als we op de weg richting hotel rijden spotten we nog twee axisherten en aan het meer zien we nog een eenzame olifant staan.
Om 18.00 uur arriveren we in ons basiskamp, het Giritale hotel waar het heel goed vertoeven is. De jongens van het hotel, de kamerjongens, barjongens of jongens van de bediening zijn allemaal supervriendelijk en behulpzaam. Ze kennen je, maken een praatje en dat is heel prettig. Johan ploft meteen neer in de stoelen en drinkt een Tiger bier. Hij heeft het super naar zijn zin. Overdag op pad en ’s avonds op tijd terug om lekker te genieten van zijn pilsje met een geweldig uitzicht op het meer. Ik loop naar de kamer om het zweet af te spoelen en intussen stop ik de acculader in het stopcontact zodat één accu alvast kan opladen. De andere twee accu’s moeten ook nog opgeladen worden want ze zijn alle drie leeg. Als ik opgefrist ben loop ik naar de lobby en bestel een super lekkere lemon jus. Allereerst maak ik de safetybox leeg want morgen vertrekken we naar Kandy. Johan maakt foto’s en filmt de zonsondergang. We blijven zitten totdat we gaan eten.
Om 20.00 uur gaat Johan nog snel douchen en ik wissel de accu’s en daarna gaan we aan tafel. Het is vandaag geen buffet maar een keuze menu en er is geen live muziek. We drinken een bier en een lemon jus. We eten rauwkost met een lekkere dressing, wortelsoep, kip met gekookte aardappeltjes met boontjes en worteltjes. Tijdens het eten blijft het kippenvlees bij Johan in zijn keel steken en hij krijgt het spaans benauwd. Drinken helpt niet en hij loopt van tafel. Ik loop hem achterna maar gelukkig is het vlees verder gezakt en voelt hij zich weer een stuk beter. We gaan weer aan tafel voor het dessert, fruit met ijs. Het heeft ons weer goed gesmaakt. We rekenen de drankjes af en nemen ze mee naar de lobby. Ik ga de mobieltjes halen want Johan wil eens proberen of hij met prepaid kan bellen. Ik bemoei me er niet mee. Het is een leuk speeltje voor Johan maar niet voor mij. Om 21.45 uur houden we het voor gezien. Ik moet de koffers nog inruimen en wissel de accu’s en daarna gaan we slapen.
Maandag, 2 maart 2009: Giritale - Sigiriya - Matale - KandyOm 5.30 uur gaat de wekker. Ik ben vannacht een paar keer wakker geweest omdat ik bang was dat het wekkertje niet zou aflopen. Ik had beter een wake-up call kunnen regelen bij de receptie dan had ik wellicht rustiger geslapen. Johan heeft heel goed geslapen. Buiten is het nog donker. We hebben een heel goed verblijf gehad in het Giritale hotel. Jammer dat de drankjes niet op rekening kunnen. Je moet elke keer afrekenen. Misschien doen ze dit bewust om meer inkomsten (fooitjes) te ontvangen. Om 6.30 uur ontbijten we en een uur later zitten we in de bus richting Sigiriya.
Het is 7.45 uur en de kinderen doen hun ochtendgym op het schoolplein. Mooi blauw kort broekje of rokje met daarop een wit bloesje. We rijden over de A11, dit is dezelfde weg als gisteren toen we naar het Minneriya National Park reden. We passeren weer enkele controle posten. De lokale bussen mogen doorrijden en de passagiers hoeven niet uit te stappen. Een middelbare school, de meisjes dragen een zwarte rok van een dunne stof met daarop een witte bloes. Een waterpomp waar de lokale bevolking water tapt. Aan de rechterkant vele eucalyptusbomen. We slaan rechtsaf bij het restaurant waar we gisteren gegeten hebben. Het is een asfaltweg met veel kuilen en we worden aardig door elkaar geschud.
Om ongeveer 8.00 uur zijn we bij de Rots van Sigiriya. Johan gaat niet mee en Manoj zet hem bij het restaurant af zodat het wachten wat aangenamer is. Ik moet eerst nog even naar de wc en als ik terugkom hebben de mannen een gids voor me geregeld. De gids vraagt minimaal $10 en ik ga akkoord. Ik heb geen dollars bij me. Ik steek wat rupees in mijn broekzak. De rugzak laat ik in de bus want hoe minder ik moet dragen des te beter. Het is erg warm en ik hoop dat ik aan één flesje water voldoende heb. Manoj zal mij opwachten bij de parkeerplaats. Langs het gehele complex loopt een gracht. We lopen langs de Koninklijke baden en ineens staan we voor de eerste trede van de in totaal 430 treden. Een filmploeg is aan het werk dus we moeten even wachten. Mijn gids is niet erg gecharmeerd van hun optreden. Ze zijn klaar en wij beginnen aan de klim. Het eerste gedeelte van de tocht zijn stenen treden. Tijdens de beklimming krijg ik continue uitleg van de gids. Ik moet goed opletten waar ik stap. Regelmatig neem ik een pauze om alles rustig in me op te nemen en foto’s te maken. Ik maak ook nog een plaatje van de gids. Via een ijzeren trap komen we bij de fresco’s en de spiegelmuur. Daarna rusten we uit op het Leeuwenplatform. We zijn niet de enige toeristen maar heel druk is het ook niet. Ik maak een foto van de enorme leeuwenklauw met de ijzeren trap die naar de top leidt. Daarna nog even een panoramafoto vanaf het platform. De temperatuur op het platform is goed. Ik heb lang genoeg gezeten en begin aan de klim naar de top. Voordat ik er erg in heb zitten we al op de top. Ik moet eerlijk zeggen dat de klim reuze is meegevallen. Het is werkelijk prachtig weer zodat ik schitterende foto’s van de omgeving kan maken. Daarna begint de afdeling. Dat is moeilijker voor mij dan de klim want ik zie geen diepte. Na een paar misstappen neemt de gids geen risico meer en brengt mij veilig naar beneden. Ik ben ongeveer 2 uur onderweg geweest.
Het inmiddels 10.30 uur, Manoj staat keurig op mij te wachten. Ik vind dat de gids wel meer verdient heeft dan de $10 en ik vraag hem of hij met ons meerijdt naar het restaurant. Johan zit aan de fanta. Ik pak mijn portemonnee en geef de gids zijn verdiende fooi (3.500 rupees en € 5). De gids heeft me tijdens de klim vertelt dat hij jaren terug zeven keer per dag een rondleiding deed en tegenwoordig nog niet één per dag. De gidsen verdelen de rondleidingen eerlijk door onderling te rouleren. Ik reken de fanta af en daarna vertrekken we richting Matale. Manoj weet dat ik mango’s heel lekker vindt en zodra hij een mangoboom ziet hoor ik dat. Nu passeren we zelfs een hele plantage met mangobomen. Het moet niet gekker worden. We passeren de Gouden Tempel en even later rijden we door de drukke stad Dambulla. Langs de kant van de weg staan kraampjes met kleurrijke lappen stof en matjes. Dan zie ik de eerste kraampjes die buffalo curd (kwark) verkopen. Ik vraag om even te stoppen want nu zijn we in de gelegenheid om te stoppen wanneer we dat willen. Naast de curd verkopen ze bezems, touw en rood aardewerk (kruiken en potten). De oudere vrouw vindt het leuk dat ik foto’s maak. Ze wil graag met haar kleinzoon, zonen en dochter op de foto. Voor de kleinzoon heb ik ballonnen. Ze vragen aan Manoj of ik de foto’s wil opsturen. Ik beloof de vrouw dat we de foto’s zullen toesturen. Manoj noteert het adres op een stuk papier en daarna rijden we weer verder. Onderweg hangen witte vlaggen en versieringen van witte papiersnippers vanwege een begrafenis.
Om 12.00 uur stoppen we bij Highland Spice en Herbal Garden in Matale. De man staat ons al op te wachten en begint meteen met de uitleg. Hij spreekt een beetje Nederlands en Engels en dat is heel goed verstaanbaar. Als eerste krijgen we de koffieplant te zien. Deze plant draagt tegelijkertijd bloemen, groene vruchten en rode (rijpe) vruchten. Dan de peper en de vanilleplant. Ik zie voor het eerst hoe vanille groeit. De vanilleplant is een orchidee. Helaas is de plant nu niet zover dat je de stokjes kunt zien. Daarna zien we de cacaoplant met de grote roze vruchten, aloë vera en de rode en gele ananas. Hij laat ook het mimosaplantje zien. Het plantje heeft een heel klein roze bolletje als bloem en als je een blaadje aanraakt klapt het dicht. Dit plantje hebben we in Madagaskar ook gezien maar toen wist ik de naam niet. Tijdens de rondwandeling door de tuin heeft de man al uitgelegd waarvoor de planten gebruikt worden en hebben we ook mogen ruiken en proeven (chocolademelk). Nu krijgen we een demonstratie van de flesjes en potjes met de ingrediënten. De flesjes en potjes zijn genummerd en ik krijg een a4tje met tekst en uitleg in het Nederlands. Dit wordt uiteraard een verkooppraatje. Na afloop krijgen we nog een beenmassage. Johan is er niet zo van gecharmeerd dat een man over zijn benen zit te wrijven. Ik vind het wel prettig. De jongens verdienen op deze manier weer een centje bij door het fooitje dat ze krijgen. Als we naar de winkel lopen laat de man de jakefruitboom zien met zijn enorme grote vruchten. Het mannetje doet naar ons gevoel te opdringerig. Hij pakt een mandje dat hij het liefst helemaal vol zou willen laden. We weten precies wat we willen en laten hem maar praten. We kopen een middeltje om het cholesterol te verlagen, dagcrème van de aloë vera, citronella olie tegen de muggen (één druppeltje op een paar plaatsen op de huid is al voldoende) en olie van de tempelbloem (geurt heel lekker). De drie flesjes en de pot met crème kosten samen 9.100 rupees en dat is toch best wat geld. Ik betaal met mijn creditcard. De man vraagt of alles duidelijk is geweest. Dat zegt hij niet voor niets want ook hij wil graag een fooi. Hij heeft het leuk gedaan en daarom krijgt hij 500 rupees. De rondleiding heeft ruim anderhalf uur geduurd.
Het is nu 13.30 uur en we rijden naar het volgende adres. We rijden op de A9 en op diverse plaatsen hangen glanzende groene slingers en even verder zijn het glanzende blauwe slingers. Er zijn onlangs verkiezingen geweest en de kleur van de slinger typeert de politieke partij. Om 14.00 uur lunchen we in het A&C restaurant in Matale. We eten een sandwich kaas/tomaat en drinken bier en een fanta. (Bier 250, Fanta 90, 2 Sandwich kaas/tomaat 1.100, Totaal 1.440 + 10% = 1.584 rupees = € 11). Om 15.00 uur rijden we naar een ayurvedic adres in de buurt van Kandy. In Matale aanschouwen we eerst nog de mooie Hindoetempel. Daarna volgen we de A9. Wat oudere jongens en meisjes, in smetteloos wit, lopen aan beide kanten van de drukke weg. We zijn de ene drukke stad nog niet uit of we zitten alweer midden in het drukke verkeer van een andere stad. We steken de langste rivier van Sri Lanka over die midden door één van de drukke voorsteden van Kandy stroomt. De Mahaweli Ganga is 370 km lang en komt van Adam’s Peak.
Na ruim een half uur rijden komen we aan op de plaats van bestemming. Was het daarnet nog een drukte van jewelste, hier is het een oase van rust. We krijgen een rondleiding door het ayurvedic centrum en daarna geven ze met twee man sterk aan welke behandelingen mogelijk zijn. De sauna en het turks stoombad zien we in dit warme land niet zitten. Wij willen een totale bodymassage met kruiden en een druppeling van warme olie over ons hoofd. Wat die druppeling inhoudt weet ik niet maar laten we het maar proberen. Per persoon zijn we € 25 armer. Johan wilt persé geen man aan zijn lijf en dat vinden ze heel vreemd. Ze vragen of ik het een probleem vind dat een man bij mij de massage doet. Ik vind het best. Is dat probleem ook weer de wereld uit. Dan blijkt dat er mannen en vrouwen behandelkamers zijn. Johan moet naar de mannenkamer en ik naar de vrouwenkamer. Na wat overleg liggen we uiteindelijk naast elkaar op een massagetafel. Zo te horen vinden ze dat wij er maar rare gewoontes op na houden. De totale massage duurt één uur en twintig minuten. Mijn haren staan rechtovereind en zijn spekvet van de olie. Ik probeer ze in de spiegel van de bus wat te fatsoeneren maar er valt niets van te maken. Ik vind dat ik er niet uit zie terwijl Manoj zegt “you look like Madonna”. Ik heb echt genoten van de massage en ben herboren maar Johan voelt geen verschil zegt hij.
Om 17.00 uur zijn we bij het Topaz hotel in Kandy dat bovenop een heuvel ligt. Een vriendelijk meisjes vraagt me om onze persoonlijke gegevens op een kaartje in te vullen. We hebben kamernummer 111. Ik verontschuldig me voor mijn haren. Ze lacht en zegt “You have a massage”? Manoj neemt met ons de dag van morgen door en dan gaan we op zoek naar de kamer. Ik was eerst mijn spekvette haren. Daarna lopen we naar beneden en ploffen we neer in de rieten stoelen met de dikke kussens die voor de ramen staan. Er is live muziek en de bar is achter ons. Het is een totaal andere beleving dan het Giritale Hotel. Daar was je continue in de buitenlucht met een prachtige natuur om je heen. Nu zitten we binnen in een stadshotel en kijken via het zwembad en een ander hotel (hoort bij het Topaz hotel) uit over de stad Kandy. Het is chiquer maar ook duurder dan het Giritale hotel. Voor twee Tiger bier een een lemon jus betalen we 1.100 rupees (€ 7,70).
Om 20.15 gaan we op zoek naar het restaurant. Het is een heel groot restaurant met heel veel mensen. Vele grote tafels met de toeristen van de groepsreizen (doet me meteen denken aan onze groepsreizen). Uiteraard zijn er ook tafeltjes voor kleine gezelschappen. We krijgen een tafeltje toegewezen en bestellen iets te drinken. Het buffet is zeer uitgebreid. Ik neem een rode bonensoep, rauwkost met dressing, gegratineerde aardappelen, varkenshaas met een heerlijk sausje, div. groente en chocolade ijs en bavarois na. Het smaakt voortreffelijk. Johan proeft de vis, de kip en de varkenshaas met alles wat daarbij hoort. Na het eten lopen we nog even naar het dakterras vanwaar je een uitzicht hebt over de stad met de vele lichtjes. Na ons komen nog een paar toeristen kijken. De bar is donker en de stoelen staan gestapeld. Met andere woorden er is niets te beleven. We gaan buiten op een bankje zitten. Het is fris, zeg maar gewoon koud. Ik heb het snel gezien en ga naar de kamer. Johan komt ook al gauw en om 22.00 uur kruipen we onder de “wol”.
Dinsdag, 3 maart 2009: Kandy - De Peradeniya Botanical Gardens - Kandydansers - De Tempel van de Tand Om 6.45 uur sta ik op. Ik heb goed geslapen, Johan iets minder. We ontbijten om 7.30 uur. Eten een omelet met bacon en vertrekken om 8.30 uur naar de Botanische tuin. We passeren de Hindoe tempel van Kandy en een groot aantal scholen waaronder het bekende Kingswoodcollege dat 4 mei 1891 door L.E. Blaze is opgericht als een middelbare school voor jongens met destijds 11 studenten. Na 20 minuten rijden, stoppen we. Langs de kant van de weg staan bomen met prachtige rode bloemen. We zijn er al. Manoj betaalt de entree en wij lopen alvast naar binnen. We beginnen met een aantal bloemenserres waaronder een orchideeënserre. Daarna een laantje met prachtige bougainville in diverse kleuren. Een grote boom die gesnoeid is als een piramide. Het duurt de mannen (Johan en Manoj) allemaal te lang en ze gaan erbij zitten. Zie ze daar zitten als een paar stipjes. Zo zie je pas echt hoe groot die boom is. Als ik de reus van dichtbij bewonder zie ik pas hoe mooie dikke stam en mooie schors de boom heeft. Er staat een naamplaatje bij: Tembusu (Fagraea fragans). Op de Kerstroos spot ik een kolibrie en op een tak van een grotere boom zit een voor mij onbekend vogeltje (zwart/wit). Een beetje verder zie ik een ijsvogeltje tussen de vele takken. Lange lanen met daarlangs enorme hoge bomen. Juwelen van bloeiende bomen in roze, oranje, rood en geel. Enorme reuzen van bomen met aan de onderkant “vleugels”. Epifyten (planten die op andere planten groeien zonder hieraan voedsel te onttrekken) in enigszins kalende bomen. Manoj heeft vandaag heel veel te bespreken want hij heeft continue het mobieltje aan zijn oor.
Een gatenplant (Monstera deliciosa) is helemaal tot het topje van een enorme reus geklommen. Vrouwen harken in het stof en een man begiet een groene haag. Enorme dikke takken helemaal begroeit met Tylandsia. Een wit koebeest ligt ziels alleen onder een boom. Ze steekt haar kop naar voren zodat ze nog een beetje kan genieten van het zonnetje. Onze steun en toeverlaat poseert op mijn verzoek voor een Agathis robusta (Araucariaceae). Zo kun je heel goed zien hoe groot de boom is. Manoj krijgt een telefoontje van zijn vrouw en hij is helemaal ontdaan. Hij vertelt ons dat zijn beste vriend in het nationale cricketteam van Sri Lanka speelt. Het cricket team is in Pakistan voor testwedstrijden en nu is de bus beschoten en zijn vele spelers gewond, waaronder zijn vriend.
Vrouwen en mannen harken het blad bij elkaar en laden het in een kar die achter een tractor hangt. Ik heb nog weggevertjes (diadeem. knikkers, jojo’s) in mijn rugzak zitten en dit is een mooie gelegenheid om iets uit te delen. Met een big smile schuift de oude vrouw de diadeem in haar haren. In de verte horen we het gekrijs van de vliegende honden. De bomen hangen zo vol met die zwarte beesten dat de takken zelfs doorbuigen. Een van de locals die aan het werk is klapt in zijn handen en de beesten vliegen met zeker duizenden tegelijk op. De lucht is nu zwart gekleurd i.p.v. blauw. Het ventje verwacht nu wel een fooitje en dat krijgt hij ook. Het gekrijs is nu nog erger als daarnet. We hebben genoeg hond gezien en lopen richting de rivier waar een enorme reuze bamboe staat. Ik wil wel op de foto bij die reus van een bamboe. De Peradeniya Botanical Gardens liggen in een bocht van de rivier de Mahaweli ganga, de grootste rivier van Sri Lanka (‘ganga' noemt men een grote rivier, een ‘oya' is een kleine rivier). Het is druk in de rivier. Vrouwen en meisjes doen de was en wassen zichzelf. De mannen wassen de tuk tuk en de vrachtwagen en een vader loopt met zijn zoon door de rivier. We lopen over het grasveld naar een wel hele bijzondere boom. De soort is niet zozeer bijzonder maar de vorm van de boom. Het is de waringin (Ficus benjamina) of treurvijg. Een boom uit de moerbeifamilie (Moraceae) die van nature voorkomt in Zuid- en Zuidoost-Azië en Australië. Het is de officiële boom van Bangkok, de hoofdstad van Thailand. In het wild kan de boom 30 m hoog worden. De plant heeft overhangende twijgen en glanzende, 6-13 cm lange, ovale bladeren met een toegespitste punt. De boom wordt rondom gestut met dikke bamboestammen en de wortels groeien bovenop de aarde. We gaan even zitten zodat ik mijn accu kan wisselen. Manoj wilt wel eens weten hoe ik dat allemaal doe en bekijkt de geheugenkaartjes in het tasjes. Hij vindt die elektronica wel interessant. We hebben lang genoeg gezeten en lopen langs bijzondere palmbomen met vruchten en bloemen. Als laatste zien we een jakefruitboom. Het is uiteraard weer een enorme grote boom. Toch vreemd dat de vruchten ook nog zo laag tegen de stam groeien.
We zijn weer terug bij de ingang en het is 11.10 uur. We hebben ruim twee uur in de tuin gewandeld en uiteraard hebben we nog heel veel niet gezien. Ik zou hier wel een hele dag kunnen vertoeven. Wie weet komen we nog een keer terug. We rijden nu naar een gems shop. Manoj zegt dat we een film te zien krijgen hoe de edelstenen worden gedolven. Als we binnenkomen worden we uitgenodigd voor de film. De man vraagt welke taal we willen, Duitstalig of Belgisch. Dat is weer eens wat anders dan Nederlands, toch grappig. Na een kwartiertje is de film afgelopen en weten we hoe de gems in Sri Lanka worden gedolven. In Rathnapura bezoeken we een gems mijn en kunnen we het proces van dichtbij aanschouwen. We worden de winkel ingeloodst en via de andere kant lopen we snel naar buiten. De film vond ik heel leerzaam maar van die opdringerige verkopers moet ik niets hebben.
We zijn bijna door ons geld heen en we moeten nodig pinnen. Gelukkig is de Commercial Bank of Ceylon ook in deze straat zodat we de voorraad kunnen aanvullen. Ik wil 25.000 rupees pinnen en Manoj helpt me daarbij maar het lukt niet. Bij de ingang van de bank staat een bewaker en Manoj legt het probleem uit. Nu blijkt dat je alleen maar duizendtallen kunt pinnen en maximaal 20.000 rupees per transactie. We pinnen 20.000 en daarna nog 10.000 (koers maart 2009 100 rupees = € 0,70) Naast de ATM lopen we meteen de zijdewinkel in. Vooraan in de winkel wordt in het kort het proces van rups tot zijde uitgelegd en daarna worden we ook hier weer de winkel ingeloodst. Toen we uit China en Vietnam terugkwamen vond ik het jammer dat ik geen sjaal had gekocht dus ga ik nu op zoek. De verkoopster heeft al snel door dat ik belangstelling heb voor de sjaals. Het liefst verkoopt ze er twee maar daar trap ik niet in. Uiteindelijk neem ik de paarse met aan beide uiteinde een brede band van goud- en zilverdraad en zwarte strepen, een prachtexemplaar en ook een prachtprijs (5.000 rupees). Voor Johan kan er nog net een T-shirt van 200 rupees af. De verkoopster vraagt of ik een sarong wil passen. Dat wil ik wel. Ik mag zelf de lap stof uitkiezen en ik ga voor rood. Uit een schap trekt ze een kort rood truitje en dat moet ik in het pashokje aantrekken. Vervolgens wikkelt de verkoopster heel kunstig de zes meter lange sarong om mijn lijf. De jurk staat heel chick maar met mijn wandelschoenen eronder is het wat minder. Toch leuk voor de film en de foto. Manoj komt ook nog even kijken. Nu moeten we nog op zoek naar een instrumentale cd die Johan gaat gebruiken als achtergrondmuziek voor de film. Manoj rijdt ons overal heen en dat is gemakkelijk. We stoppen bij een Indiase winkel Lakshila en lopen de trap op. Ze hebben prachtige spullen maar daar komen we nu niet voor. Ze verkopen cd’s en Johan wil graag een stukje horen. Bouwvakkers zijn aan het werk en moeten stoppen met het werk omdat wij de muziek willen horen. De keus is snel gemaakt en we moeten 1.500 rupees afrekenen.
Het is inmiddels 13.00 uur, tijd om te gaan eten. We lunchen in het Senani restaurant. Het restaurant ligt op een heuvel en biedt een schitterend uitzicht op de Tempel van de Tand die we in de late namiddag gaan bezoeken. Johan drinkt een grote (625ml) Anchor bier (300 rupees) en ik neem een verse mixed fruit jus (230 rupees). We eten een biefsandwich (2 stuks 1.140 rupees) Totaal incl. service charge 1.837 rupees. In de restaurants kun je ook altijd kiezen voor een Sri Lakaans buffet. Wij vinden één keer warm op een dag voldoende en eten liever een sandwich.
Om 14.00 rijden we naar een kleine batikwerkplaats. Onderweg stoppen we voor een schitterend uitzicht over de stad. Volgens mij is dit een vaste stopplaats voor toeristen want binnen no time staan er jongens die hun armen volgestapeld hebben met t-shirts. Jammer dat we vanmorgen al een shirt gekocht hebben, ik had het deze jongens liever gegund. Na enkele minuten rijden zijn we al bij de batikwerkplaats Gunatilake Batiks (PvT) LTD. Het is een donkere en hete werkplaats waar drie meisjes rondom een pan met hete was (soort paraffine) zitten. Twee meisjes smeren met een houten spatel hete was op het doek en het andere meisje brengt met een kwast de grote vlakken van de afbeelding op kleur. Daarna lopen we naar een andere ruimte waar de doeken worden geverfd in de juiste kleur. Er zijn drie verschillende baden nodig om het doek kleurvast te maken. Uiteraard nemen we daarna nog een kijkje in de showroom. Wat we daar zien kan nooit door deze drie meisjes gemaakt zijn. We willen zo’n landkaart van Sri Lanka die de meisjes in de werkplaats aan het maken zijn. Een man en een vrouw gaan op zoek en komen met veel te grote exemplaren aanzetten. Uiteindelijk vinden we toch een doek met de juiste afmeting. We dingen af en kunnen het doek voor 3.500 rupees (€ 24,50) kopen. Het doek zit nog gespannen op een houten frame maar dat moet eraf anders past het niet in de koffer. Op de sleutelhanger die wij cadeau krijgen staat: Presidential award winner in Batiks. Op Internet lees ik achteraf dat dit toch wel één van de beste batik fabrieken van Sri Lanka is.
Na de Batik werkplaats rijden we naar het Kandy meer. De dansvoorstelling begint pas om 17.00 uur dus hebben we even tijd voor onszelf. Eerst hebben we gedacht om terug naar het hotel te gaan maar dat vinden we toch ook maar niks. We gaan gewoon op een bankje aan de rand van het meer zitten. Manoj vindt het maar vreemd dat we zo maar op een bankje willen zitten en niets doen. De bankjes uit de zon zijn allemaal bezet dus dan maar bankje in de zon. We zitten tussen de lokale mensen nabij de Tempel van de Tand. De weg naar de Tempel van de Tand is sinds de aanslag van 26 januari 1998 afgesloten.
Wij hebben geen last van het verkeer. Aan de overkant van het meer raast alles wat vier wielen heeft als een bezetene over de weg. We kijken uit op een rij bomen die aan de drukke straatkant staan. Drie daarvan hangen vol met vliegende honden. Ze schrikken van het harde claxonneren en vliegen met zijn allen op. Dat gaat gepaard met een enorm gekrijs. Het is een schitterend schouwspel om naar te kijken. Het wordt ons een beetje te warm en we zoeken een ander plekje. Manoj komt poolshoogte nemen want hij begrijpt niets van die gekke Nederlanders die alleen maar wat willen zitten. We kijken nu op de achterkant van het terrein van de Tempel van de Tand. Daar wandelt warempel een man met een olifant aan de lijn. De afgesloten weg die thans als voetpad dienst doet is een druk bewandelde route. Veel schooljeugd maar ook winkelend publiek. Een oudere man komt bij ons op het bankje zitten. Hij vertelt dat hij even moet rusten want zijn leeftijd gaat hem parten spelen. Daarna komt zijn verhaal. Zijn vrouw is overleden, twee zonen wonen in het buitenland en één zoon woont in Sri Lanka. Ze hebben allen een goede baan en hij bezoekt zijn zonen regelmatig. De man zelf is volgens mij ook een goed opgeleide man. Hij zegt ons gedag en wandelt weer verder. De tijd gaat snel.
Het is 16.30 uur en Manoj komt aanwandelen. Op zijn mobiele telefoon heeft hij foto’s staan van zijn zoon, zijn vader en zijn zus. Voor het eerst horen we van hem dat hij nationaal kampioen zwemmen is geweest en dat sport alles voor hem is. We gaan wat drinken in het Royal Garden Hotel dat naast de Tempel van de Tand is gelegen. Er wordt uit respect voor Boeddha geen alcohol geschonken. Wij drinken wat fris en Manoj neemt een ginger bier (zonder alcohol), 220 rupees voor drie drankjes. Ik heb het met Manoj over het weeshuis, Somawathi Holland House of Hope dat we nog gaan bezoeken. Hij heeft gedurende de reis vertelt dat mr. Dick en mrs. Marja uit Holland zo’n goed werk verrichten in Sri Lanka. Nu begrijp ik pas wie mrs. Marja en mr. Dick zijn. We zijn zo aan het kletsen dat we ons nog moeten haasten voor een goed plekje bij de dansvoorstelling die om 17.30 uur begint. We zitten vooraan en voor mij zit een lange dame waar ik niet overeen kan kijken. Ik ga op een stenen trede tussen de rijen in zitten zodat ik een vrij uitzicht heb. Ik krijg al snel gezelschap van een dame die wellicht hetzelfde probleem had als ik. Voor mijn fototoestel is het te donker om te fotograferen. Wel jammer want de kleding, instrumenten en de maskers zijn schitterend. Na acht dansvoorstellingen moeten we ons verplaatsen naar het podium. Dan is het de beurt aan de vuureters. Als zij klaar zijn met hun act lopen enkele mannen op hun blote voeten een aantal keren op en neer over de gloeiende kooltjes. Om de kooltjes gloeiend te houden wordt er geblazen en de vonken vliegen in het rond.
Om 18.30 uur is de voorstelling afgelopen en lopen we met de meute mee naar buiten. Manoj staat te zwaaien zodat we weten waar we heen moeten. Hij brengt mijn rugzak naar de bus omdat bij het bezoek aan de Tempel van de Tand de tassen doorzocht worden. We moeten ons in rijen opstellen. Een rij voor de mannen en een voor de vrouwen. We worden gefouilleerd. Ik ben snel klaar want ik heb alleen mijn fototoestel bij me. Johan zijn filmtas wordt helemaal doorzocht. Bij het volgende gebouwtje moeten onze schoenen uit en betalen we voor de filmcamera (300 rupees) en het fototoestel (150 rupees). Met veel trommelgeroffel worden we ontvangen in de Inner Tempel. We lopen meteen naar boven om het hoogtepunt bij te wonen. Dit gebeurt alleen tijdens de poya-uren. De deur, waarachter de schrijn met de tand van Boeddha is opgeborgen, gaat dan open. De schrijn bestaat uit zeven in elkaar passende kleine gouden dagoba’s. Plots gaat de deur open en een beperkt aantal mensen mag naar binnen om de ceremonie bij te wonen. Ik zie het witgouden deurtje waarachter de schrijn is opgeborgen maar dat duurt amper een minuut, langer niet. Goed dat Manoj nog zei waar ik moest kijken anders had ik het zeker gemist. Over 20 á 25 minuten gaat de deur weer open. We blijven niet wachten en bezichtigen een redelijk grote zaal met sierlijke witte wanden en plafonds. Ik denk dat dit een nieuw gedeelte is van het museum, namelijk de Alut Maligawa (zaal van de nieuwe schrijn). Vergulde olifantenkoppen zijn gesitueerd op sokkels bovenop de pilaren. Tussen de pilaren staan marmeren Boeddhabeelden en boven de beelden hangen schilderijen die iets uitbeelden. Onder elk schilderij hangt een toelichting van de uitbeelding. We lopen deze zaal weer uit en komen in een kleine “kapel” met een Boeddhabeeld waar de lokale bevolking offers neerlegt en een gebed doet. Manoj zou nog graag even blijven om ons de opening van de deur nogmaals te laten zien maar aan Johan zijn gezicht kan ik zien dat hij het helemaal heeft gehad met de tempel. Ik ben nog helemaal niet klaar met de tempel. Dat is nu het verschil in interesse. Ik zeg tegen Manoj dat we toch liever gaan. De tempel is mooi verlicht en ik ga toch proberen om een foto te maken. De foto ziet er best aardig uit.
Om 19.45 uur zitten we in de bus richting hotel. We zeggen Manoj gedag en lopen snel na de kamer om te douchen. Een kwartier later zitten we al aan tafel. Het is weer een zeer uitgebreid buffet. Ik neem als voorgerecht: selderiesoep, hoofdgerecht: rauwkost met dressing, aardappeltjes en een paar dunne lapjes bief, nagerecht: chocolade ijs en mangobavarois. Ik heb heerlijk gegeten. Na het eten gaan we nog naar de bar om iets te drinken. Ik heb pen en papier bij me om de belevenissen van vandaag op te schrijven. De tijd vliegt voorbij en we lopen terug naar de kamer. Ik pak de koffers in zover dat mogelijk is, leg de kleren voor morgen klaar en daarna gaan we slapen.
Woensdag, 4 maart 2009: Kandy - Nuwara Eliya - Bandarawela Ik ben al wakker voordat de wekker zich om 7.30 uur laat horen. Om 8.00 uur ontbijten we. Het is weer een heel uitgebreid ontbijtbuffet. Ik eet een hard gekookt eitje en gebakken bacon. Johan neemt een roerei. De koffers worden opgehaald door de kofferjongens en nu blijkt dat het wieltje van de samsonite koffer afgebroken is. We zijn een beetje te vroeg en wachten in de lobby. Volgens het programma zouden we vandaag gaan raften maar we hebben bij aankomst al tegen Manoj gezegd dat we dat niet doen.
Om 9.00 vertrekken we. Via de A5 rijden we naar Nuwara Eliya. Tussen het drukke verkeer rijdt een ossenkar die volgeladen is met sprokkelhout. Het Christendom en het Boeddhisme gaan in dit land goed samen. Aan de ene kant van de weg staat een mooie Christelijke kerk en aan de andere kant staat een Boeddhabeeld in een glazen kast. We stoppen om te genieten van een geweldig uitzicht. Het uitzicht op de groenteterrassen is schitterend maar ik heb eigenlijk nog meer interesse voor de mensen die op de heuvel aan de overkant wonen. De kinderen komen via een trap naar beneden. Ze willen zeker weten wie die nieuwsgierige mensen zijn. Een mooi moment om ballonnen uit te delen. Ik loop naar boven om het kleine meisje, dat moeder in haar armen heeft, ook een ballon te geven. Oma en vader kijken toe. Ik loop terug en halverwege bedenk ik me. Ik geef moeder een kleinigheid. Nog een foto van mijn twee mannen die beneden staan en dan ben ik weer klaar. Van deze momenten kan ik echt genieten. Manoj zegt dat deze mensen heel arm zijn maar een geweldig uitzicht hebben en dat is inderdaad zo. De volgende stop is bij de theeplantages. De vrouwen komen aanrennen met theebladen en bloemknoppen in hun handen en ze gaan in de theevelden staan alsof ze thee plukken. Daar maak ik dus echt geen foto van. Een vrouwtje dat aan de kant blijft staan is wel leuk voor een foto. Er stopt een busje met toeristen en dat is voor ons het moment om verder te rijden. Ik geef Manoj 50 rupees om aan de vrouwen te geven. Ze moeten het onderling maar verdelen. Kilometerslang staan stalletjes met bananen langs de kant van de weg. Weer een stop met een geweldig uitzicht op een meer. Wat is het hier schitterend!! Vele wouden met pijnbomen tegen de berghellingen afgewisseld door groenteterrassen en theeplantages. We passeren de tunnel bij Ramboda.
Het is 11.00 uur, we stoppen bij de Blue Field Tea Facory. We krijgen een rondleiding door de fabriek. We starten bij de band waar de theeblaadjes worden verflenst. Als het theeblad voldoende is verflenst (40-50% vocht verdwijnt), komt het in de rolmachine. Hierbij wordt het blad gekneusd, de bladcellen worden gebroken en de sappen komen vrij die op elkaar kunnen inwerken. Een bijkomend gevolg van het rollen is dat de theebladeren worden gebroken. Hierdoor ontstaan verschillende groftes. Tijdens de fermentatie worden de gerolde theeblaadjes in bakken gedaan en enkele uren in een speciale fermentatiekamer (25ºC) gezet. Er wordt doorheen geblazen met een vochtigheidsgraad van 95%. De gekneusde blaadjes oxideren van groen naar koperkleurig bruin. Bij de bereiding van zwarte thee is het fermenteren één van de belangrijkste onderdelen van het productieproces. De periode waarin de bladsappen op elkaar inwerken en bloot gesteld zijn aan de lucht bepaalt de specifieke smaak, het karakter en de geur van de pure thee. Groene thee is ongefermenteerd. De vochtige, koperkleurige thee gaat in een droogmachine (95ºC). Het droogproces brengt het vochtgehalte in de thee terug tot 4-6%. Een niveau waarbij een goede houdbaarheid gewaarborgd is. Van elke 100 kilo vers geplukt blad is nu zo’n 20 kilo zwarte thee overgebleven. Na het drogen wordt de thee met behulp van schudzeven in verschillende groftes gesorteerd. We mogen nog even aan de achterkant van de droogmachine kijken waar een man hout in de gloeiende oven gooit zodat de droogmachine op temperatuur blijft. Dan is het tijd voor een kop thee. Nog even naar de winkel voor thee voor thuis en dan nog naar de wc. Ik moet met spoed naar buiten want de theepluksters komen de trap af met hun lege zakken. Die superzoom maakt er een super plaatje van. Toch handig, ik sta veraf en de foto is dichtbij.
Tijd om te gaan. Langs de kant van de weg staan stalletjes met verse bloemen oa de calla. We zijn nog amper 20 minuten aan het rijden of we stoppen weer bij een magnifiek landschap. Groenteterrassen. theeplantages, een rivier, prachtige bloemen in de bermen, schitterend. Een jongen komt onze kant op. Manoj spreekt met hem, het is een Tamil. Ik geef hem een paar pennen en wat snoepjes en dan gaat hij weer. Officieel hoort hij op school te zitten. Drie vrouwen lopen langs de kant van de weg en ze beschermen zich met een paraplu tegen de felle zon. We zitten nog maar amper in de bus en dan zien we tientallen theepluksters op de theeplantages. Dit is het beeld dat ik van Sri Lanka heb. In ben helemaal in mijn sas. Ik vraag Manoj of hij aan de vrouwen wil vragen of ze met de poster willen poseren. We stoppen. Als een speer loop ik naar de vrouwen op de plantage. Een man met tractor laadt de zakken met theebladeren op de kar. Terwijl ik foto’s maak en Johan filmt vraagt Manoj aan de vrouwen of ze willen poseren. Uiteraard wil ik ze wel een vergoeding geven want tenslotte houden wij ze wel van het werk. Manoj heeft het voor elkaar. De vrouwen poseren met de NRV poster “Ik reis met NRV”. Ik wil ook nog een foto met Manoj achter de poster. Dit is geweldig. Ik geniet met volle teugen en zal dit moment ook nooit meer vergeten. Ik geef Manoj mijn portemonnee zodat hij de vrouwen een kleine bijdrage kan geven. Ik geef gemakkelijk teveel omdat ik vind dat wij het goed hebben en zij hebben amper iets. We moeten verder maar wat mij betreft kan ik het hier wel een middagje uithouden. Daar gaan we weer. Nu staan er weer kilometerlang groentekraampjes langs de weg. Ik wil stoppen en Manoj zoekt een plaatsje. Dit is ook weer schitterend. De mannen hebben allerlei groentes te koop, sla, wortelen, aardappelen, witte en paarse peen, witte kool, lenteuitjes, tomaten, rode bieten, grote groene pepers, soort andijvie. Een heel kleurrijk plaatje. Ik heb napoleon zuurtjes in mijn zak en deel ze uit aan de mannen. Ze worden wat vrijer en vragen of ik een foto wil maken. De ene man haalt een papiertje met zijn adresgegevens uit zijn zak en vraagt of ik de foto’s wil toesturen. Natuurlijk wil ik dat. We zeggen de groentemannen gedag en vervolgen onze rit naar Nuwara Eliya. We zijn al snel in het stadje en rijden langs het postkantoor naar het lunchadres Glen Fall Resort.
Het is inmiddels 13.15 uur. Buiten op het gras staan partytenten en een schommelbank. We eten buiten, de wind maakt het een beetje fris en Manoj vindt dit een heerlijk temperatuurtje. Eerst lessen we onze dorst en daarna loop ik door de tuin en fotografeer ik de prachtige witte bloemen van een grote boom. In de schommelstoel zitten een paar Engelsen waarmee ik aan de praat raak. Ze hebben net de tocht door Horton Plains achter de rug en zijn heel enthousiast. Bij World’s End was het kraakhelder en ze konden 1.600 meter loodrecht naar beneden kijken en zagen de kustvlakte. De man laat met trots zijn camera en de foto’s zien. Ik moet me excuseren want de ober komt met de spaghetti en de friet aandragen. Het smaakt mij voortreffelijk. De Engelsen eten, net zoals Johan, een bord friet met ketchup. Manoj heeft al in de gaten dat Johan graag friet eet. Kosten van de drankjes en lunch incl. 10% charge 1.677,50 rupees. Ik loop nog een rondje door de tuin en mijn oog ziet een jongetje, dat onder toezicht van moeder en zusje, zichzelf moet wassen in een blauw plastic teiltje. Een leuk tafereel.
Om 14.45 uur maken we een toertje door het op 1.889 meter hoogte gelegen Nuwara Eliya. We zien het bekende koloniale Grand Hotel met daarvoor een groot grasveld met zitjes. Langs het meer lopen veel paarden. We rijden de stad uit, de koeien staan vastgebonden in de bermen en maaien het gras kort. Toch wel gemakkelijk zo’n publieke wei. We stoppen bij de Hindoe tempel van Nuwara Eliya. Ik doe mijn schoenen uit en loop de trap af naar beneden. Johan heeft geen zin om zijn schoenen uit te doen en blijft boven. Ik ben, op de “bewaker” na, de enigste bezoeker. Ik vind een Hindoetempel popperig. In het plafond zitten kleurrijke ornamenten. Binnen no time ziet het zwart van de mensen. Waar die nou ineens vandaan komen is me een raadsel. Ze stoppen een gift in de offerblok en vertrekken weer. Ik heb het gezien en laat een gift achter. Als ik boven kom is het mij duidelijk waar die mensen zo plots vandaan kwamen. Er staat een kleine vrachtwagen met een dichte laadbak en al die mensen klimmen de laadbak weer in. Een komisch gezicht.
Om 15.15 uur rijden we via de A5 naar Bandarawela. Het is ongeveer twee uur rijden naar de eindbestemming. De asfaltweg is heel slecht en zit vol met kuilen. Aan de rechterkant passeren we de Hakgala Sanctuary Botanical Gardens. Moslimmeisjes, van top tot teen in het wit gekleed, lopen van school naar huis. In een riviertje wassen de groentelers de enorme hoeveelheden preistekken. Voor het eerst zie ik witte schapenwolkjes aan de blauwe lucht. Watervallen zien we haast niet. Het heeft de afgelopen twee à drie maanden (afhankelijk van de regio) niet geregend. Ook de waterputten van de lokale bevolking geraken leeg. Gedurende de rit van vandaag heb ik Christelijke kerken, Moskeeën, Hindoe en Boeddhistische Tempels gezien. Manoj vertelt dat Christenen en Boeddhisten heel goed met elkaar kunnen samenleven en zelfs met elkaar trouwen. De zus van zijn vrouw is met een Christen getrouwd. Zij is nu geen Boeddhist meer maar een Christen. Een koe zoekt nog iets eetbaars tussen het vuilnis dat langs de kant van de weg ligt. De hele dag door zie je schoolkinderen in uniform lopen. Elk dorp heeft, hoe klein het ook is, een tuk tuk standplaats. De tuk tuk is hét vervoermiddel van de lokale bevolking. Tijd voor de zoveelste stop. De jonge lichtgroene rijstplantjes staan op één plateau bij elkaar en worden uitgeplant op de modderige terrassen. Een drietal vrouwen steken de groene sprieten stuk voor stuk in de modder. De weg is heel smal, een vrachtwagen, geladen met dikke bamboebomen en een bus moeten elkaar passeren. Het is oppassen geblazen en we springen snel de berm in. We rijden weer verder en nog geen tien minuten later staan we weer stil bij een schitterend landschap met rijstterrassen. Dit is magnifiek! In de bermen staan prachtige bloemen en er staat warempel een waar steenfabriekje, wel héél kleinschalig.
Om 17.00 uur zijn we op de plaats van bestemming, hotel Bandarawela. Het is een koloniaal hotel aan de rand van het centrum. De kamers liggen aan een binnentuin. Onze kamer, room 206, bevindt zich op de eerste verdieping. Langs de kamers loopt een balustrade en naast de deur van de kamer staat een bankje vanwaar je uitzicht hebt op de binnentuin. Een groot hoog metalen tweepersoonsbed met goudkleurige spijlen neemt bijna de gehele kamer in beslag. De badkamer is voorzien van een wit gietijzeren badkuip. Via een deur in de badkamer stap je zo naar buiten, wellicht de nooduitgang. Na het grote stadshotel in Kandy is dit een verademing. De gehele entourage straalt een enorme rust uit. Na een uurtje rust gaan we de boel verkennen. Aan de voorkant van het hotel ligt de tuin met een grasveld. Aan de zijkant staat een enorme grote mangoboom met bloemen maar zonder vruchten. We gaan zitten en drinken wat. Tegen het vallen van de avond worden we door de muggen naar binnen gejaagd. We lezen in de krant over de aanslag op het cricketteam. Manoj komt nog even langs om te vertellen dat we vroeger vertrekken en hij leest nog snel de berichten over zijn vriend en het team.
Om 19.45 uur gaan we eten. Naast ons zijn er nog een paar toeristen. Ik houd wel van deze kleinschaligheid. We worden bediend door een vriendelijk obertje. Het eerste voorgerecht is een aardappelbolletje met groente en daarna een soepje. Het hoofdgerecht is bief met pepersaus en worteltjes/ boontjes. Het nagerecht is een bavarois. Dat je in Sri Lanka zo lekker westers kunt eten is toch super. We gaan nog even in de lobby zitten om iets te drinken en om 21.30 uur gaan we slapen. We zijn moe.
Donderdag, 5 maart 2009: Bandarawela - Ohiya - Horton Plains - Bandarawela Ik lig al even wakker als de wekker om 5.00 uur begint te piepen. Ik heb goed geslapen. Johan wat minder en dat lag blijkbaar aan mij. Ik heb vannacht niet stil gelegen en heb hem regelmatig wakker gemaakt. Na de piep sta ik meteen naast mijn bed en zet de warme kraan van het bad open. Het duurt een eeuw voordat er warm water komt. Ik laat het bad gedeeltelijk vol lopen met het koude water en ik sop me in en daarna dep ik het sop met de spons van mijn lijf. Als Johan zich gaat douchen heeft hij heerlijk warm water. Ik had wat meer geduld moeten hebben. We zijn veel te vroeg klaar dus een mooie gelegenheid om de koffers opnieuw in te ruimen zodat ik weer weet waar alles ligt. We zijn over de helft van de reis en nu kan ik de kleding per soort in één plastic tas opbergen.
Om 6.30 uur lopen we naar het restaurant voor een kop koffie en een kopje thee. Van het vriendelijke obertje krijgen we een potje koffie en thee. Het is net een kleine professor met zijn brilletje op zijn neus. Om 6.50 uur komt Manoj met de bus voorrijden. De breakfast- en lunchboxen worden in de bus gezet en daarna vertrekken we naar het station. Manoj koopt voor ons een kaartje. We reizen 2de klas, tussen de locals en we gaan één uurtje treinen. We zijn niet de enige die met de trein meegaan. De schoolkinderen lopen over de spoorrails zodat ze een aantal kilometers minder hoeven te lopen. Het is wel korter maar ook veel gevaarlijker. De trein waar we straks instappen rijdt door naar Colombo. Manoj heeft de naam van het station waar we moeten uitstappen op een papiertje geschreven. Mooi op tijd, 7.15 uur, komt de trein aantuffen. Manoj schiet als een speer de trein in om voor ons een goed plaatsje te zoeken. We gaan zitten maar even later komt Manoj ons halen want hij heeft nog een beter plaatsje gevonden, wat is het toch een schat. Hij zegt wel tig keer dat we niet moeten vergeten om uit te stappen want anders zitten we straks in Colombo. Het kan zijn dat hij later is dan wij want de weg die hij met zijn busje moet afleggen zijn niets dan haarspeldbochten. We zwaaien Manoj gedag. Ik ga op verkenning uit en ik heb al snel contact met een paar jongens die met opa en oma op reis zijn. Ik heb mijn zakken vol met snoep en dat lusten ze wel. Nog snel een kiekje en dan ga ik genieten van de vergezichten, theeplantages, theefabrieken, groenteakkers en pijnbomen. We krijgen bezoek van een jongetje. Eerst komt hij heel verlegen om het hoekje kijken maar als ik hem een snoepje geef begint hij te kletsen. Ik mag ook nog een foto van hem maken. Hij verdwijnt weer en komt even later met zijn zusje. Die wil ook wel een snoepje. Opeens staan ze met z’n drieën. Het jongetje met zusje en nog een klein lief ventje. Ze willen graag dat ik van hun drieën een foto maak. De eerste is niet zo mooi maar de volgende is een schitterend plaatje. Ik heb weer oog voor buiten want daar is het ook schitterend. Ik wil de trein op de foto en dat kan alleen als de trein een bocht maakt. We stoppen bij het station in Haputale en bij het volgende station moeten we eruit. De conducteur hangt in de deuropening van de coupé en ik heb hem het papiertje met het station Ohiya laten zien en gevraagd of hij ons wil informeren als we het station aandoen. Het meisje komt vragen of we de foto’s willen opsturen maar ik heb geen pen en papier bij me. Even later geeft ze ons een papiertje met het adres. Ik beloof haar dat we de foto’s zullen opsturen. Een oudere jongen is naast ons komen zitten. Hij lacht wat en uiteindelijk vraagt hij waar we vandaan komen. Een man met een mandje met allerlei snacks komt langs. De oudere jongen naast ons neemt een zakje. Hij komt naast me zitten en biedt mij een snackje aan. Ik proef het en het smaakt. Daarmee is alles gezegd. Johan wilt niet maar moet er toch eentje van hem nemen. Ik maak nog een foto van de jongen en dat vindt hij helemaal geweldig.
We naderen onze eindbestemming en ik loop nog even naar de andere coupé om de kinderen gedag te zeggen. We stappen uit en ineens staat daar Manoj voor ons neus. Hij was echt bang dat die sukkels van Hollanders niet zouden uitstappen en mee naar Colombo zouden rijden. Ik zeg tegen hem dat ik de conducteur gevraagd heb om ons te waarschuwen. Nu blijkt dat Manoj de conducteur bij het instappen ook al had gevraagd om ons bij Ohiya te laten uitstappen. Onze chauffeur is toch wel heel bezorgd om ons. De kinderen en de ouders zwaaien ons uit. Ik moet heel erg plassen en Manoj gaat dat regelen. De beheerder van het station geeft Manoj de sleutel waarmee hij de deur van het “toiletgebouw” kan openen. Snel plassen, deur op slot en dan kan de sleutel weer terug. We moeten wachten want er komt een trein aan en die stopt op het station. Ik heb nu de tijd om een foto te maken van een tuk tuk die ook staat te wachten. Als de trein verder rijdt steken wij de spoorlijn over en nemen plaats in het busje.
Het is bijna 8.30 uur en we moeten nog ontbijten. Eens kijken wat ze in de breakfastbox hebben gestopt. Sandwich met kaas en tomaat, verse ananas en een banaan. Het beleg mochten we zelf kiezen en het smaakt nog goed ook. Via smalle weggetjes met haarspeldbochten weet de chauffeur de bus of Van, zoals Manoj de bus noemt, naar boven te loodsen. Eenvoudig is het zeker niet want hij sleurt voortdurend aan zijn stuur. Als we de eindbestemming bereikt hebben zegt hij dat hij moe is van het sturen. Manoj betaalt de entree voor Horton Plains National Park en dan blijkt dat we er nog niet zijn. Het bochtenwerk hebben we achter de rug. Ik heb langs de kant van de weg enkele boomvarens gespot. Boomvarens vind ik één van de prachtigste planten op aarde. De natuur is hier heel anders dan we tot op heden gezien hebben. Nu zijn we er wel. Manoj parkeert de bus onder een boom. We nemen drie flessen water mee voor onderweg. Het etiket van de fles en het plastic van de dop moeten we eraf halen voordat we het park binnengaan. Een mooie regeling, deze maatregel zorgt ervoor dat dergelijk afval tenminste niet in de natuur belandt. Horton Plains ligt op 2.100 meter hoogte.
Om 9.00 uur beginnen we aan de 9 km lange rondwandeling naar de top van de Kirgalpotta (World’s End). Langs het pad staan vele lage rododendronstruiken. Op het moment staan ze in knop. Op een informatiebord staat te lezen dat ze in april rood bloeien. Lijkt me een schitterend zicht zo’n rode bloemenpracht verspreidt over het gehele park. Het pad is stoffig, het gras is dor en hier en daar ligt een poel met glashelder water. We spotten een zwart/wit vogeltje en Manoj ontdekt een kameleon in een rododendronstruik. Soms lijkt het landschap op een savanne en even later lopen we door een droog “regenwoud”. Vreemd gevormde bomen met een rode bloemenkruin met een strak blauwe hemel als achtergrond, ogen heel bijzonder. We horen de zwarte apen krijsen maar zien ze niet. We komen een viertal toeristen tegen die al op de terugweg zijn. Zij zijn wellicht al héél vroeg in de morgen vertrokken want ze hebben de vesten om hun middel geknoopt. Het is warm maar wel goed om te doen. We dalen af naar Baker’s Fall. Ondanks mijn goede wandelschoenen maak ik een schuiver en raakt mijn knie het steengruis. Gelukkig enkel wat schaafwonden onder mijn knie. Ik moet ook opletten waar ik loop en niet om me heen kijken. Ik loop nu wat voorzichtiger naar beneden. Ondanks dat er de laatste maanden geen druppel regen is gevallen stort er toch best wat water naar beneden. Tegen de zwarte rotsen van de waterval pronkt een schitterende regenboog. Hier is het koel. De boomvarens groeien in deze vochtige omgeving en zelfs de rododendron bloeit. Als ik dat water hoor kletteren moet ik ineens ontzettend plassen. Ik heb het gezien en ik wil verder. Ik laat de mannen voorgaan zodat ik kan achterblijven om snel even te plassen. Dat lucht op. De klim naar boven is vermoeiend, even pauzeren en dan weer verder. We spotten een geel/blauw vogeltje. Onder de bomen is het koel maar zodra we in het open landschap komen is het toch behoorlijk warm. Een windje zorgt soms voor wat verkoeling. Het gehele traject is hobbelig door de losse keien en dat loopt toch wat moeizamer. We zien de mist onze kant opkomen. Dit is geen goed teken want dan zal het wellicht bij World’s End mistig zijn en kunnen we geen 1.600 meter naar beneden kijken. Het zou mooi zijn dat het helder zou zijn maar ik vind de wandeling en de mysterieuze flora ook zeer bijzonder.
Om 12.30 uur zijn we bij World’s End en beneden is het compleet mistig. We blijven nog even wachten en slechts enkele minuten ontstaat een klein gaatje en dan trekt alles weer dicht. Aan de takken van de bomen hangen grijzen slierten, zou dit ook Tylandsia zijn? We lopen verder via een smal pad van rode geschuurde aarde en keien. Het lijkt wel een waterbedding. Tussen de keien met de kleuren rood, oranje en geel bloeien lieflijk blauwe bloemetje. Manoj bepaalt zijn eigen tempo en loopt alvast vooruit. Bij het Kleine World’s End ligt hij op ons te wachten. Hij ligt letterlijk languit op een muurtje. Bij het begin van de reis heeft hij ons verteld dat hij een hekel heeft aan wandelen en nu loopt hij met ons de 9 km, toch goed van hem. Ik kan geen foto’s meer maken want de accu’s zijn leeg.
Om 14.30 uur zijn we terug van de 9 km lange wandeltocht. Ondanks de dikke mist bij Big World’s End is het toch een schitterende wandeltocht geweest. Op de terugweg kijken we uit naar een geschikte picknickplaats. We zien een leuk plaatsje, zetten de bus aan de kant, halen de rubberen matten uit de auto en pakken onze fleecevesten zodat we fatsoenlijk kunnen zitten. In de lunchbox zitten sandwiches met bief, tomaat en sla. Ze smaken nog lekker fris ondanks dat ze al vanaf 6.50 uur in de bus liggen. Manoj maakt foto’s van ons en Johan filmt nog wat. We ruimen de boel op en rijden weer verder op zoek naar de boomvarens die ik op de heenweg gezien heb. Ik zie er nu nog veel meer dan vanochtend. Johan maakt met zijn videocamera foto’s want mijn fototoestel werkt niet zonder stroom. Hier is het nu ook erg mistig en dat maakt de plaatjes nog mysterieuzer. De gehele terugreis naar Bandarawela is bochtenwerk met zeer gevaarlijke haarspeldbochten. Omhoog en dan weer omlaag en ook nog een heel slecht wegdek. Over deze weg heeft Manoj vanochtend één uur gedaan toen hij ons op het station in Ohiya stond op te wachten. Ik zeg hem dat hij op de heenweg wel héél hard gereden moet hebben, hij zegt niets maar lacht. Hij wilde op het station zijn voordat wij aankwamen en daarom moest hij wel pittig doorrijden. Ik heb zo’n slaap dat ik regelmatig indommel en dat mag niet want het landschap is wonderschoon. “Tukje doen”, zegt Manoj. We komen langs de grootste militaire academie van Sri Lanka. Het complex is hectares groot. Na enkele kilometers zien we zulke mooie sawa’s dat we toch even stoppen. Even verderop grazen waterbuffels in de berm en die willen we ook graag van dichtbij zien.
Om 16.30 uur zijn we bij het knusse hotel. We brengen snel de spullen naar de kamer en zoeken een zonnig plekje op het grasveld. Ik heb trek in koffie en Johan wil natuurlijk zijn pilsje. Manoj komt aanlopen en we vragen of hij iets wil drinken. Hij is de enige chauffeur in het hotel. Normaal gesproken zijn er collega’s zodat ze gezelschap hebben aan elkaar. Ik was van plan om voor Manoj alvast wat woorden op papier te zetten zodat ik niet alles op de laatste dag hoef te doen maar dat kan ik nu wel vergeten. De tijd vliegt voorbij. Het wordt donker en de muggen beginnen te plagen. We pakken de drankjes op en gaan in de lobby zitten. Daar weten de muggen ons ook weer te vinden. Nog een keer goed smeren en dan maar hopen dat ze ons met rust laten.
Om 19.45 uur gaan we eten. In het restaurant is het iets drukker dan gisteren. Vijf tafeltjes zijn bezet. We krijgen een heerlijk voorgerecht maar ik kan de smaak ervan niet thuisbrengen. Dan komt de tomatensoep en voor het hoofdgerecht neem ik vis en Johan varkensvlees. Het toetje is een bavaroistaartje. Alles smaakt weer voortreffelijk. Na het eten gaan we in de lobby nog iets drinken. Daar is het rustig. Om 21.10 uur rekenen we de drankjes af (2.500 rupees). Vanochtend piepte de wekker al om 5.00 uur en na al die inspanningen van vandaag is het tijd om te gaan slapen.
Vrijdag, 6 maart 2009: Bandarawela - Rathnapura De beestjes die vannacht op het dak hebben huisgehouden, hebben onze nachtrust behoorlijk verstoord. Om 7.00 uur staan we op. Voordat de wekker zich om 7.30 uur laat horen zijn we al bijna gepakt en gezakt. Om 7.45 uur zit ik aan een hard gekookt eitje en Johan aan een omelet. Na het ontbijt lopen we de stad in want we hebben nog een zee van tijd. Op straat is het al een drukte van jewelste. Een stalletje met verse bloemen, winkels vol met vers fruit en een waar postkantoor met drie authentieke brievenbussen bij de entree. Ik baal als een stekker want ik heb mijn fotocamera niet bij me. Gelukkig kan Johan nog wat plaatjes schieten met zijn videocamera. Nadat ik een foto heb gemaakt van de oude ober verlaten we om 9.00 uur Bandarawela. We rijden over de A16 en stoppen in Haputale om een rondje door het drukke centrum te doen. Ik fotografeer een oude man die op een stoepje voor zijn winkel zit. Hij vraagt of ik de foto wil opsturen. Hij staat op en loopt de winkel in en komt terug met een papiertje met daarop zijn adresgegevens. Dat is nummer vier waar we straks foto’s naar toe gaan sturen. Een grote diversiteit aan winkeltjes. Katoenen witte zakken met rijst, maïs en graan, jute zakken met aardappelen, plastic kratten met rode uien, zakjes Sunligt zeeppoeder, kleding, broodjes en andere lekkernijen. Vrachtwagens met kleurrijke houten laadbakken en met een nog kleurrijker interieur, wurmen zich door het drukke centrum. We zijn bij ons busje aanbeland en vervolgen onze tocht. Echter niet voor lang want na vijf minuten stoppen we bij de Hindoetempel van Haputale. Een vrachtwagenchauffeur stapt uit, laat de motor draaien, de vrachtauto rijdt zelfs nog, stopt een bijdrage in de offerblok en rijdt weer verder. Op deze manier vragen de chauffeurs bescherming aan de goden. We rijden verder. Bochten en nog eens bochten, omhoog en dan weer omlaag maar wel een goed wegdek. Kraampjes met tuinplanten, wasgoed dat op de keien ligt te drogen, veel vrachtwagens met hout, kleurrijke autobussen en vrachtauto’s typeren het straatbeeld.
Om 10.45 uur verlaten we de A16 en gaan richting de A4. De prikkeldraad langs de kant van de weg dient als waslijn. De theestruiken, rijstvelden en pijnbomen vormen het landschap. We passeren theefabrieken, Dagoba’s bij de Boeddhistische tempels, Hindoetempels, Christelijke kerken en een kleurrijk gepleisterd woonhuis dat dienst doet als moskee. Langzaam maar zeker laten we de bergen achter ons en de bochtige weg wordt een rechte weg. De pijnbomen zijn vervangen door hoge palmbomen en bananenbomen en de theevelden zijn verdwenen. We stoppen bij terras rijstvelden. Als we uitstappen krijgen we een klap in ons gezicht. Wat een hitte, dit is weer even wennen. Manoj vindt het veel te warm en gaat in het busje zitten, wat een watje. De bananenboom in de berm draagt een prachtige bloem. Ik begrijp niet goed wat de mannen daar beneden in de sawa’s aan het doen zijn. We stappen in en rijden weer verder. Onderweg zien we aan beide kanten rieten hutjes staan in de velden. Dit blijken gems mijnen te zijn. In de dorpen cq stadjes die we passeren, staat vaak midden op het kruispunt een vierkante toren met in de top een klok. Nog geen twintig minuten later, 11.30 uur, stoppen we langs de weg richting Warigama. Zeker tien man is bezig met de oogst van de rijst. Tientallen koereigers pikken een graantje mee. Dit is een plaatje om in te lijsten. De mannen waarmee Manoj staat te praten nodigen ons uit om de gems mijnen te bezichtigen. Wij bedanken daarvoor want die staan straks nog op het programma. We rijden weer verder. In een kleine werkplaats worden betonnen holen en palen gemaakt. Een korte stop bij een groot staand betonnen Boeddhabeeld.
Het is inmiddels 12.00 uur en we passeren een school. Zo te zien is het sportdag. We vragen Manoj om te stoppen. We lopen een eindje terug zodat we recht voor het sportveld staan. Eerst blijven we netjes aan de straatzijde staan maar het zou mooier zijn om alles van dichtbij te kunnen zien. We lopen het terrein op. Schoollieren van groot naar klein zijn gekleed in verschillende uniformen. De meeste zijn helemaal in het wit met een stropdas, ook de meisjes. De meisjes die handbal spelen hebben rode en donkerblauwe rokjes aan met daarop een witte bloes. Vaders en moeders staan met elkaar te praten en de kinderen vinden het leuk dat ze aandacht van ons krijgen. De pret duurt maar kort want de hoofdonderwijzer stuurt ons terug. Het was toch leuk en we hebben mooie foto’s kunnen maken. Ik maak nog snel een foto van het straatbeeld en dan lopen we terug naar het busje. We zijn inmiddels in Rathnapura, letterlijk vertaalt edelstenenstad, aangekomen. Manoj vraagt of we in het hotel willen eten of in het cafetaria dat we net passeren. We wachten nog even en eten wel in het hotel. “Keep the city clean” meldt een bord aan het begin van de stad. We slaan linksaf een hobbelweg in. We worden helemaal door elkaar geschud. Het is bijna een uur hobbelen voordat we bij het hotel Ratnaloka Tour Inn zijn. Het hotel ligt in de middle of nowhere. Als we arriveren opent de portier de poort. Terwijl ik aan het kleurrijke welkomstdrankje nip, pen ik voor de zoveelste keer onze persoonlijke gegevens op het incheckformulier. We krijgen kamer 404 toegewezen, een grote kamer met een koelkast en een super grote badkamer. Het is heel eenvoudig maar alles ziet er keurig uit. Het lijkt erop of wij de enige toeristen zijn. We hebben trek en lopen naar het restaurant. Boven op de gang houden twee mannen, keurig in uniform, de wacht. Ook saai als je de hele dag op de gang moet staan en je ziet haast geen kip. Aan de buitenzijde is het restaurant open en binnen stikt het van de muggen. We hebben inmiddels al best wat reisjes naar de tropen gedaan maar we hebben nog nooit zoveel last van muggen gehad als hier. Misschien ligt het aan het seizoen. Ik bestel een biefburger en Johan een bord friet met ketchup. Bief is er wel maar de burger niet. Dan maar een sandwich met bief. Ik drink een lemon jus en Johan een Carlsberg. Na een half uur worden de vers gebakken frietjes en de sandwich geserveerd. Het smaakt goed (lunch excl. drankjes 585,20 rupees incl. charge en tax). We lopen terug naar de kamer en worden netjes door de geüniformeerde mannen begroet. In het hotel is een gems museum. De man die het museum runt is onze gids voor het bezoek aan de gemsmijn. De eigenaar van het hotel is een vermogend man. De handel in gems levert hem kapitalen op. Hij zou van dit hotel iets heel moois kunnen maken maar dat interesseert hem niet. Er komen hier amper toeristen zodat het personeel niets te doen heeft. Voor het personeel is het uiteraard wel prettig dat ze, ondanks dat er geen werk is, toch nog mogen blijven. Volgens de reisbeschrijving zouden we naar de gemsmijn fietsen maar die mogelijkheid blijkt er niet te zijn.
Om 14.30 uur rijden we met het busje via een niet te berijden pad naar de mijn. Lopen was veel beter geweest en persoonlijk had ik dat ook liever gedaan. Wellicht rijdt Manoj met de bus omdat de gids meegaat. Links en recht zie ik al verschillende hutjes staan. Uiteindelijk stoppen we bij één van die hutjes. Zes mannen lopen daar rond in de rotzooi. Ze hebben een hele diepe schacht gegraven waar continue het water wordt uitgepompt. De mannen leven weken achtereen in een klein betonnen gebouwtje. Om beurten gaan ze een keer naar huis. Het is heel zwaar en vies werk. Om tekst en uitleg te geven loopt de gids naar een oude schacht die niet meer in gebruik is. Duizenden jaren geleden is de kiezelstenenlaag (illam) afgezet door de rivieren die uit de bergen kwamen. In deze kiezellaag, die op zijn beurt bedolven is onder een laag grond, zitten de edelstenen. Om de kiezel te delven zakken de mannen af in de diepe donkere schacht waar slechts één klein lichtje brandt. Met een zeef scheppen ze het kiezelstenenzand op. Vandaag wordt er niet geschept. Dit doen ze maar een aantal dagen per week en dan wordt de hoop met kiezelstenenzand continue bewaakt. Eén van de mannen laat een edelsteentje zien dat hij gevonden heeft en stopt het weer snel terug. We hebben lang genoeg in de rotzooi rondgelopen en vertrekken. Het is maar een klein eindje rijden zodat we snel terug zijn. Manoj parkeert de bus voor de poort van het hotel. De gids gaat terug naar het hotel en wij gaan een eindje lopen.
Het begint te druppelen. Manoj verwacht meer regen want hij neemt de plu’s mee. Er gaat een smal weggetje naar boven en dat volgen we. Ik heb mijn broekzakken vol met snoep en in een plastic tas heb ik ballonnen, balpennen, opblaasbare ballen en kleine weggevertjes. Dat is volgens Manoj geen goed idee want de tas schijnt door. De camera uit de tas en alle spullen in de cameratas. De druppels worden groter en we gaan samen onder de plu. In de armoedige huisjes wonen Tamils en volgens Manoj zijn de mensen erg arm. Kinderen zijn er volop. Het is gelukkig weer droog. De kinderen vinden het erg leuk om gefotografeerd te worden Ze klimmen haast op je nek om de foto’s terug te kunnen zien op het display. Ze staan geen minuut stil en dan valt het niet mee om een duidelijke foto te maken. Het uitdelen van snoep en de hebbedingetjes verloopt niet altijd even soepel. In no time ben ik door mijn voorraad heen en ik durf maar amper mijn hand in mijn zak te steken want dan heb ik heel de meute weer om me heen staan en kan ik geen stap meer verzetten. Als ik mijn broekzakken binnenste buiten keer zien ze dat er niets meer in zit en dan worden ze rustig. De kinderen blijven poseren en lopen dan weer als een speer naar de camera om zichzelf terug te zien. Zelfs in deze uithoek rijdt een lokale bus. We keren om en lopen terug. De kinderen volgen ons tot het hotel. De portier loodst ons via het portiershokje naar het terrein van het hotel zodat hij de poort niet hoeft te openen. We hebben dorst en drinken wat in de lobby. Deze is in het verlengde van het restaurant en is aan de zijkanten open. Manoj drinkt een biertje mee en terwijl neemt hij het programma voor morgen met ons door. Hij vraagt of hij 4.000 rupees van ons kan lenen voor de excursie van morgen (entree, chauffeur en gids). Hij is vergeten te pinnen. Manoj stort het geld aan het begin van de reis op de bank en gedurende de reis pint hij. Net zo veilig. In de lobby zitten de twee Engelsen die we één dag geleden in het hotel in Bandarawela zijn tegengekomen. Als tijdverdrijf werk ik het reisverslag bij en lees ik wat in de Insight Guide. Het blijft warm en we zweten zonder dat we iets doen.
Om 19.00 uur gaan we douchen zodat we fris aan tafel kunnen. In het restaurant zijn drie tafeltjes gedekt. Wij zijn de eerste die aan tafel gaan. Rond de lamp krioelt het van de muggen. De deet die we hebben gesmeerd houdt de muggen op afstand. We krijgen een bordje rauwkost, een groentesoepje, gepaneerde vis met boontjes en worteltjes met lekkere frietjes en fruitmix na. Als we gegeten hebben gaan we in de bar met airco zitten. De ober zet CNN op maar veel nieuws vangen we niet op. Om 21.00 uur gaan we naar de kamer. Ik pak de koffers in zover dat mogelijk is en daarna gaan we slapen. Morgen roept de wekker al om 4.15 uur.
Zaterdag, 7 maart 2009: Rathnapura - Sinharaja regenwoud - Hambantota Om 4.15 uur worden we door telefoongerinkel uit onze diepe slaap gehaald. Het is de wake-up call. Het matras is een beetje aan de harde kant maar met de propere witte lakens en de goed werkende airco hebben we uitstekend geslapen. Ik spring meteen uit bed en ga douchen. Om 5.00 uur lopen we naar beneden. Alleen in de lobby brandt een lamp, voor de rest is alles pikkedonker. De ober heeft speciaal voor ons tweeën thee gezet en de breakfastboxen klaargemaakt. In het hotel is het muisstil en buiten kun je ook een speld horen vallen. Ineens wordt de rust verstoord door het geronk van een motor, onze jeep komt aanrijden. Manoj komt kijken of we wakker zijn. Hij neemt de koffers, de rugzakken en de cameratas mee. Wij nemen enkel twee flessen water en de fotocamera mee.
Om 5.30 uur stappen we achter in de laadbak van de jeep. Manoj en de chauffeur van de jeep hebben afgesproken dat ze elkaar op een bepaalde plaats zullen treffen zodat wij vanuit de jeep de bus in kunnen stappen. Het is een vreemde gewaarwording om zo in het donker over het ongelijke plaveisel te hobbelen. Na een uur rijden komen we erachter dat het toch niet zo comfortabel is in zo’n laadbak. Persoonlijk vind ik dit een geweldige ervaring. Je voelt en proeft het land. Johan is wat minder gecharmeerd. Gewoon niet op reageren en dan gaat het vanzelf over. Ik ken hem al bijna veertig jaar en weet intussen hoe ik daar mee om moet gaan. We zien de zon boven de bergen opkomen. De theeplantages zijn in de mist gehuld. Heel mysterieus! De chauffeur stopt en stapt uit en vraagt of we misschien een foto willen maken. Dat heeft hij heel goed aangevoeld. Het worden schitterende plaatjes. Hij vraagt of we al willen ontbijten. Het is amper 6.30 uur en we hebben nog helemaal geen trek. Nu kunnen we tenminste zien waar we rijden. We klimmen alsmaar hoger en de omgeving is schitterend groen.
Om 7.30 uur arriveren we bij het informatiecentrum van het Sinharaja regenwoud. De chauffeur koopt de tickets en ik zoek een toilet want het is hoge nood. De gids stapt samen met ons in de laadbak en dan rijden we weer verder. Ik dacht dat we er al waren maar blijkbaar is dat niet zo. Via een heel smal, stijl en hobbelig weggetje met haarspeldbochten rijden we verder de berg op. Het landschap wordt alsmaar mooier. Hoge palmbomen, bananenbomen, Jackfruitbomen, kapokbomen, theeplantages en schitterende tropische begroeiing (planten en bloemen) kleuren het landschap weelderig groen. Een half uur hotsen en botsen is echt geen pretje maar het prachtige landschap maakt alles goed. Eindelijk zijn we boven op de berg en klauteren we uit de laadbak, We pakken de breakfastboxen en gaan ontbijten op een bankje in het laatste stuk oerjungle van Sri Lanka. We hebben de sokken over de broekspijpen getrokken zodat de bloedzuigers er niet onder kunnen kruipen.
Om 8.30 uur beginnen we met de gids aan onze 2½ uur durende track. Het luide gezoem van de cicaden en het gezang van de vogels die zich schuil houden, zijn geweldig. Dit is het echte regenwoud. Ik vind het wel jammer dat het pad waarop wij lopen zo breed is. In Madagaskar, Ecuador en in Maleisië moest de gids de beplanting nog afkappen om voor ons het “pad” te banen. Op een gegeven moment kan ik zelfs in een gebouwtje naar de wc. Dit is maar goed ook want het is weer hoge nood. Toch heb ik hierbij een dubbel gevoel. Ik heb in de reisgids gelezen dat dit pad dwars door het regenwoud loopt en opengehouden wordt. Bij de ingang worden op een informatiebord de verschillende trails aangekondigd: Waturawa 2½ km, Moulawella 6,5 km, Giant Nawada Tree 6 km, Sinhagala 14 km. De gids wijst op een boompje. Hij kerft in de barst en de binnenkant is geel. De lokale bevolking kapt deze boompjes. De stam wordt in stukken gehakt en gekookt. Het is de vervanger van onze aspirine en wordt gebruikt bij allerlei kwaaltjes. Een liaan die door de bomen slingert blijkt rotan te zijn. Het blad van deze rotan lijkt op het blad van een palmboom. Als klap op de vuurpijl zien we ook de pitcherplant (bekerplant). Struiken met roze en paarse bloemen. Een schitterende vegetatie. We verlaten het brede pad en slaan rechtsaf. Dit pad leidt naar één van de grootste bomen van het regenwoud. Het is een pittige tocht met een paar aardige klimpartijen en het zweet rolt over mijn voorhoofd. Johan zijn shirt is kletsnat van het zweet. Je moet goed op de grond kijken want de wortels van de bomen groeien weelderig boven op de grond. De tocht loont de moeite. De biologen vermoeden dat deze kanjer 400 jaar oud is. Op het moment draagt de geweldige kroon hele kleine witte bloemetjes. Vele bloemetjes zijn al gevallen en vormen een wit tapijt op de bruine aarde. De stam van de boom reikt zo hoog zodat je de kroon zelf niet kunt zien. De weg terug is een stuk gemakkelijker. We zijn terug op het brede pad. We zien veel rotan en ineens schiet een pluizig zwart beest met een lange staart weg. Ik heb het beest goed kunnen zien. De gids noemt de naam nog maar die ben ik helaas vergeten. Johan en de gids lopen nu een heel eind voor mij. Ik geniet van alle planten en ik heb nu alle tijd om de planten en bloemen te fotograferen.
Als we bijna aan het eind van de tocht zijn staat Johan te zwaaien. Ik moet opschieten want er is blijkbaar iets te zien. Het blijkt een wilde haan te zijn. De nationale vogel van Sri Lanka. De kip zien we even verder over het pad lopen. De tocht is ten einde. De begroeiing is prachtig maar het pad is te breed om het echte regenwoud gevoel te hebben. We hebben geen enkele bloedzuiger gezien en muggen zijn er ook niet. De gids stapt samen met ons in de laadbak en daar gaan we weer. Na een half uur rijden stapt de gids uit en ik geef hem zijn fooi. Aan de twee uur durende terugreis lijkt geen einde te komen. Zelfs ik word dat continue geschud een beetje zat.
Om ongeveer 12.30 uur treffen we Manoj op de afgesproken plaats. Nadat de chauffeur zijn fooi in ontvangst heeft genomen zeggen we hem gedag. Eerst strekken we de benen en daarna gaan we lunchen. Het is een zelfbedieningsrestaurant oftewel een cafetaria. Johan en ik nemen een soort worstenbroodje met een mango- en passievruchtensapje. Manoj neemt een kipburger en iets dat gepaneerd is met een pepsi cola (totaal 396 rupees). Na de lunch rijden we in één ruk door naar Hambantota. Ik leg de stoel helemaal plat en ga slapen. Manoj ziet een bank en stopt. Ik schiet snel mijn schoenen aan en moet uitkijken dat ik niet op mijn veters trap want die hangen nog los. Manoj pint eerst en daarna proberen we het met mijn pas. Het pinnen lukt niet bij deze bank. Dan proberen we het morgen maar. Manoj geeft mij de geleende 4.000 rupees terug en daar kan ik wel een dag mee vooruit. De stoel gaat zover plat dat het wel een smal bed lijkt. Ik slaap bijna de gehele rit. Bij het oprijden van de oprit van het Peacock Beach hotel maakt Johan mij wakker.
Het is inmiddels 16.00 uur. Bij het hotel spelen jongens cricket. Manoj vertelt dat zijn baas gebeld heeft en dat hij mij graag wil spreken. Hij heeft zijn baas verteld dat ik sliep en dat we bij aankomst in het hotel zullen terugbellen. Als welkom krijgen we een ketting met één tempelbloem omgehangen en daarnaast bieden ze ons een lekkers sapje aan. Manoj belt zijn baas en geeft de telefoon aan mij. Ik vertel de lokale agent dat de reis geheel naar onze wens is en dat we een geweldige chauffeur hebben die heel goed voor ons zorgt. Op het einde van de rondreis zal hij ons nog een bezoek brengen in Negombo. We nemen het programma van morgen door en daarna gaan we op zoek naar onze kamer. We hebben kamer 209, een ruime kamer met een balkon met uitzicht op de onstuimige zee. De kamer en de badkamer zien er keurig uit. We droppen de spullen in de kamer en lopen naar het strand. Het zand is zwart, rood en geel van kleur en het is verboden om te zwemmen. Johan gaat steeds dichter bij het water lopen en ineens krijgt hij een golf water over zich heen. Hij is zeiknat en zit ook helemaal onder het zand. Op het strand staan cactussen met gele bloemen en daartussen zit een schildpad. We lopen terug naar de kamer om te douchen en daarna gaan we op zoek naar de bar met terras. Het is een groot dakterras met uitzicht op zee. Naast ons zijn er nog een aantal lokale gasten. Het lokale bier is Three Coins (300 rupees) en de fanta is in verhouding met de andere hotels best prijzig (140 rupees) de lemon jus is 264 rupees.
Het is goed vertoeven op het terras maar om 19.00 uur verdwijnt de barman. Omdat we niks meer te drinken kunnen krijgen lopen we naar de kamer om ons te verkleden en daarna gaan we op zoek naar het restaurant. Als ik de deur van het restaurant opentrek komt de kou ons tegemoet. Een vriendelijke jongen begeleidt ons naar het tafeltje. Twee lokale families en nog twee westerse toeristen zitten te eten. Op een gegeven moment komen de twee westerse toeristen onze kant op. Ze herkennen ons maar ik kan ze zo snel niet thuisbrengen. Ineens valt mijn franc. Het zijn de twee Engelsen waarmee ik in Nuwara Eliya in de tuin bij een restaurant heb zitten kletsen. Zij hebben me verteld dat ze vrienden in Friesland hebben. Ze vragen hoe onze tocht in Horton Plains is geweest en wat we verder nog gaan doen. Zij blijven twee nachten in Hambantota. Toch leuk die spontane belangstelling. De lieve jongens serveren ons een voorgerecht, soep, vis met groente/ aardappelpuree en kwark (buffalo curd) met honing. Ze hebben plezier in hun werk en dat stralen ze uit. Om 21.00 uur hebben we gegeten en zoeken we ons bed op. Vanmorgen waren we om 4.15 uur al uit de veren en morgenochtend gaat de wekker om 5.00 uur.
Zondag, 8 maart 2009: Hambantota - Bundala National Park - Galle We worden wakker van de wake-up call. Ik kijk op de wekker en het is 5.00 uur. Ik heb heel goed geslapen maar Johan wat minder. Om 5.45 uur lopen we gepakt en gezakt naar beneden. We zetten onze spullen in de lobby en gaan zitten. Nu maar hopen dat iemand voor ons thee gaat zetten. Even lijkt het erop dat er niemand is maar dan komt er toch een mannetje aanlopen om te vragen wat we willen drinken. We krijgen een kannetje thee en een kannetje water om de sterke thee te verdunnen. Manoj komt heel moeizaam aanlopen. Ik vraag wat er is. Hij heeft gisteren met de jongens cricket gespeeld op zijn blote voeten en tijdens het spelen is hij met de bovenkant van zijn tenen over het scherpe zand geschoven. De huid van twee tenen ligt helemaal open. Hij heeft gisteren zijn voet “ontsmet” met het zoute zeewater. Hij kan zijn gewone schoenen niet aan want dat doet pijn. Nu heeft hij zijn slippertjes aan onder zijn nette broek, komisch gezicht. Ik heb een uitgebreide reisapotheek bij me en geef hem een viertal pleisters zodat hij zijn zere tenen kan verbinden. Mijn reisapotheek doet goed dienst deze reis want de fishermann’s friend en vickx snoepjes hebben Manoj ook al van zijn keelpijn verlost.
Om 6.05 uur vertrekken we. We rijden via de A2. Het heeft nog niet lang geleden geregend want het wegdek is nog nat. Langs de kuststrook liggen hopen met zout vanwege de zoutwinning in deze streek. We passeren enkele controleposten en om 6.30 uur zijn we bij het Bundala National Park. We lopen eerst naar het informatiecentrum. Vanuit dit punt kijken we uit op de wetlands. Dan is het nog even wachten op de jeep. Ik ga weer met vier mannen op pad en dat is toch een veilig gevoel. Als eerste zien we een pauw in een boom zitten. Daarna rijden we op het helse gekrijs af. In de bomen krioelt het van de apen. De apen, grijze langoren, hebben een zwarte snoet en springen van de ene boom naar de andere boom. Het is zo’n spektakel dat ik maar amper een foto kan maken. Ze zitten geen seconde stil. Terwijl we genieten van de apen rent er een katachtig dier voorbij. Jammer dat we dat niet eerder opgemerkt hebben. We rijden verder en zien een wild zwijn met een stel biggetjes het struikgewas inschieten. We rijden parallel aan het water en zien aalscholvers, zwaluwen, bijeneters, papagaaien, ijsvogels, waterfazant, reigers, diverse watervogels, krokodillen, waterbuffels, wilde hanen, arenden en heel veel pauwen. De gids noemt de namen van de vogels in het Nederlands. Dat vind ik toch heel knap. De jeep stopt bij de ruige rotsen die enorme schuimkragen op het water van de lagune creëren. We stappen uit en strekken de benen. Het landschap bestaat uit enorme zandverstuivingen met een aparte plantengroei. Ik laat de mannen achter me en ga op pad. Kleine vetplanten met lila bloemetjes en zaaddozen, schijfcactussen met vruchten en grotere vetplanten met lichtblauwe bloemen. Ik word geroepen. Ik loop terug en stap in. De chauffeur crost door de zandduinen en opeens zitten we vast. De jeep kan niet meer voor- of achteruit. Met kunstige stuurmanoeuvres en een spuit gas lukt het de chauffeur om de jeep los te trekken. Na twee uur vogelsafari is het tijd om terug te keren. De natuur in het park is heel divers. De vele mooi gekleurde vogels en de schitterende natuur hebben ons twee uur kunnen boeien. Ik heb het vermoeden dat wij als enige in het park hebben rondgereden. Toch geweldig, een heel park voor onszelf. Na de gebruikelijk fooien (500 rupees p.p.) nemen we afscheid van de gids en de chauffeur.
Het is inmiddels 8.30 uur, tijd voor het ontbijt. Manoj geeft ons de breakfastboxen. Sandwiches met kaas en tomaat, een hard gekookt eitje en een plak cake. De tomaat is nog heerlijk fris ondanks dat de tasjes al twee uur in de bus staan. Vanochtend was het natuurlijk nog heel fris maar intussen is het al aardig warm. Nog even plassen. Als ik terugkom van het toilet schiet er een leguaan weg. Shit, geen toestel bij me. Als ik in het stuikgewas de leguaan volg kijk ik op twee zwarte snoetjes. Twee aapjes verschuilen zich tussen de takken. Om 9.00 uur rijden we weg. De gehele rit ligt de oceaan aan onze linker zijde. Na de tsunami is een heel nieuw dorp gebouwd. Nette geel gepleisterde huisjes met rode dakpannen. In het rode zand en tussen de keien bloeien dezelfde blauwe bloemen als in het Bundala National Park. De zon verdwijnt zo nu en dan. Over de blauwe hemel hangt een dunne sluierbewolking. De waterbuffels grazen op de geoogste rijstvelden en ineens steekt zomaar een kudde de weg over. Zover ik kan kijken zie ik aan de rechterkant groene rijstvelden met hier en daar waterplassen met lotusbloemen. Kraampjes met meloenen en bananen afgewisseld door stalletjes met bloeiende planten en vis. Ik zie nog best wat puin dat de tsunami hier heeft achtergelaten. In Tangalle passeren we een prachtige oude Christelijke kerk. Even later stoppen we bij het strand van Tangalle. Op het strand hebben een zevental mannen een onder onsje. Ze zitten op een uitgespreid picknickkleed en koken hun potje en drinken whisky en cola. Ik heb het gezien en wil verder. Aan de rechterkant is een meubelwerkplaats. De stapels gezaagde planken liggen te wachten op hun eindbestemming. Een bed en kast zijn al vormgegeven en staan aan de straatzijde geëtaleerd voor de verkoop. Een half uur later stoppen we bij een mooie baai. Bij een blauw geschilderd houten kraampje met een veranda van palmboombladeren bieden de locals koningskokosnoten aan. Het sap van de kingcoconut (thambili) is een goede dorstlesser. De kingcoconut is oranje van kleur, de bruin/groene kokosnoten worden gebruikt om arrack te maken. Ik maak nog snel een foto van een lokale bus die komt aanrijden met op de achtergrond een witte dagoba. Tien minuten later stoppen we voor een groot grijs Boeddhabeeld. De plaats waar het Boeddhabeeld staat ben ik vergeten op te schrijven. Deze plaats ligt een kwartier rijden van Matara vandaan.
Om 11.30 uur rijden we de stad Matara binnen en zien we de restanten van het Hollandse fort en een grote moskee. Manoj stopt om te tanken, een mooie gelegenheid om plaatjes te schieten van de oude koloniale gebouwen. We rijden verder door de smalle drukke straat. Aan de linkerkant staan honderden kinderen allemaal keurig in het wit gekleed. Dit is de kleding voor de Sunday Temple School. Het is einde schooltijd want de ouders komen de kinderen ophalen. Mooi dat we dat hebben mogen meemaken. Als we de stad uit zijn worden we begroet door de vele stalletjes met koningskokosnoten en stokken met bananen. Grote bill boards met reclameboodschappen typeren de A2. Een half uur later arriveren we in Weligama. Op de oceaan gooien de vissers de netten uit en de zwermen vogels willen ook een visje meepikken. Op het strand liggen smalle vissersbootjes. We vragen Manoj om te stoppen. Als een speer lopen we naar het strand. Ik bekijk de boten en zie warempel de teksten: Gemeente Brasschaat, een plaats in België 20 km bij ons vandaan, Gemeente Vlaardingen en’t Swin Zwijndrecht op de boten staan. Is dit nu toeval, of moest het zo zijn? Ik maak van alle bootjes een foto zodat ik, als we straks thuis zijn, de foto’s kan toesturen naar de gulle gevers. Dit raakt mij van binnen. Ik loop naar Manoj toe en ga naast hem op het bankje zitten. Ik vertel hem over de boten. Hij ziet aan mijn gezicht dat ik danig onder de indruk ben en zegt dat het goed is dat wij zien wat er met de giften gedaan is. Ik vraag Johan om een foto van ons te maken zodat ik dit moment voor altijd heb vastliggen. Parallel aan het strand en de weg staan stalletjes met vis. Soms ligt de vis gewoon op een stuk beton. Tussen de stalletjes en het strand grazen de koeien in het beetje groen dat daar groeit. Zes mannen zitten met z’n allen op een smal wit betegeld muurtje. Misschien is dit het ontmoetingspunt om de zondag door te brengen. Terwijl wij langs de viskraampjes lopen, rijdt Manoj langzaam met het busje verder zodat we meteen kunnen instappen.
We zitten nog maar amper op onze plaats of we stoppen weer. Vóór ons ligt het Eiland van graaf De Maunay. Een klein eiland dat geheimzinnig in het stille water van de baai lijkt te drijven. Dit paradijsje dat ook wel Taprobane Island wordt genoemd staat plaatselijk bekend als Yakinige-duwa (Duivelinne-eiland). Aan de overkant van de weg zijn de locals naar buiten gekomen. Wij zijn de bezienswaardigheid. Ik graai in mijn rugzak en heb nog haarelastiekjes, vouwblaadjes, balpennen en flesjes shampoo. Een meisje steekt de weg al over om de spulletjes te komen halen. We vervolgen de rit. De stokken van de paalvissers staan in het water maar er is geen visser te bekennen. Het is zondag, dus rustdag. Na een klein half uurtje rijden we het terrein op van het South Beach Resort in Kathaluwa, Ahangama. Het is 12.45 uur, tijd voor de lunch. Vanaf ons tafeltje hebben we uitzicht op zee. Ik drink een lemon jus (150 rupees) en Johan een grote fles Tiger bier (225 rupees). Mijn lunch is een sandwich met tomaat en ei (225 rupees) en Johan neemt alleen friet (200 rupees). Totaal incl. 10% charge 880 rupees. Na het afrekenen vraag ik het lieve obertje of ik een foto van hem mag maken. Een prachtig manneke met stralend witte tanden. Ik loop met mijn fototoestel naar de straatzijde en zet de lens van mijn toestel tussen de ijzeren spijlen van het hekwerk. Zo kan ik mooi de tuk tuk chauffeurs fotograferen. Ze worden wakker en vragen of ik een ritje wil maken. Ik lach ze vriendelijk toe en knik nee. Ik wilde alleen een foto. Tegenover het restaurant is de inrit naar de villa Modarawattha. Na een uurtje rijden we verder.
Om 13.44 uur stoppen we in Koggala bij de Commercial Bank of Ceylon. Manoj helpt me bij het pinnen, toch wel fijn. Met dit geld moeten we ons de komende dagen toch kunnen redden. Ik zie druppels op de voorruit, het regent. Manoj vertelt ons dat vele pelgrims uit het gehele land de afgelopen dagen naar Kandy zijn afgereisd om te bidden voor regen. In Kandy is het op het moment een drukte van jewelste. Als er reden is om de hulp van Boeddha in te roepen wordt eens in de zoveel jaren een extra bedevaart opgetuigd. Het heeft de afgelopen twee á drie maanden niet geregend en dat is een reden voor deze extra pelgrimstocht. Ik had liever gehad dat ze de bedevaart nog een paar dagen hadden uitgesteld. Over een paar dagen vliegen we namelijk naar huis en dan mag het zoveel regenen als nodig is.
Om 14.00 uur slaan we rechtsaf een smal pad van zand en stenen in. Het pad naar het Somawathi Holland House of Hope. Ik ben heel nieuwsgierig naar wat we gaan zien. We stappen uit. Ik laat de tas met kleine hebbedingetjes voor de kinderen nog maar even in de bus staan. We worden welkom geheten door een oudere mevrouw. In de hal hangen foto’s van het tot stand komen van het complex, een portretfoto van alle kinderen en een portretfoto van het echtpaar Somawathi, de eigenaren van de grond waarop het Somawathi Holland House is gebouwd. De mevrouw neemt ons mee naar het ICT-lokaal. De deur zit op slot en wordt speciaal voor ons van slot gedraaid. In het lokaal staan tegen elke muur een aantal pc’s met een printer. Het zou zo een ICT lokaal in Nederland kunnen zijn. Als we het lokaal verlaten gaat de deur weer meteen op slot. We lopen de mevrouw achterna en in de gezamenlijke ruimte treffen we zeker vijftig kinderen aan voor de tv. De kinderen mogen maar één uur tv kijken en daarna moeten ze zichzelf op een andere manier vermaken. We blikken even in de centrale keuken waar alle kinderen ’s middags samen eten. Het ontbijt en het avondeten wordt door de zorgmoeder in hun eigen huis klaargemaakt en daar wordt ook gegeten. Daarna stappen we een lokaal binnen met aan de muur alle attributen die een timmerman nodig heeft om zijn vak uit te oefenen. Zelfs de werkbanken zijn voorzien van bankschroeven. We lopen naar buiten en bezoeken als eerste een jongenshuis. In dit huis woont de zorgmoeder met haar acht kinderen. De foto van de kinderen en de moeder hangt bij de voordeur. De moeder doet open. Ze is alleen thuis en ze laat ons de slaapkamers van de jongens zien en op de valreep trekt ze de deur van de berging open en daar staan een paar mooie fietsen. Daarna lopen we naar een meisjeshuis. De bouwvakkers zijn bezig met het bouwen van nog meer gezinshuizen. We kloppen aan bij het meisjeshuis. De moeder doet open. We treffen het want alle meisjes zijn thuis. We nemen een kijkje in de keuken waar de moeder het eten aan het klaarmaken is. De meisjes nemen ons mee naar de slaapkamers en naar de gezellige woonkamer. Ze gaan met zijn achten naast elkaar staan en zingen een liedje voor ons. Ze vinden het natuurlijk heel leuk dat we foto’s maken en ze poseren maar wat graag om daarna de foto terug te kunnen zien. Als we terug willen lopen naar het hoofdgebouw staat het te spoelen. Boeddha geeft zichtbaar gehoor aan het gebed van de pelgrims. Een meisje loopt door de stromende regen om voor ons een paraplu te halen. Met de plu boven ons hoofd komen we droog aan de overkant. Van dat kleine stukje lopen zitten onze schoenen helemaal onder de modder. De kinderen en de moeders schieten de vuile slippers uit en lopen op hun blote voeten over de vloeren. Wij kunnen toch niet met zulke vuile schoenen over de vloer lopen. Johan is slim en steekt zijn schoenen onder de stroom water die van het dak afloopt. Ik volg zijn voorbeeld en zo lopen we toch nog met schone schoenen over de vloer. Om dit project draaiende te houden is veel geld nodig en daarom loop ik het kantoortje binnen om een donatie te doen. Alle beetjes helpen. Manoj haalt de tas met cadeautjes voor de kinderen uit de bus zodat ik deze aan de mevrouw kan geven. We nemen afscheid en lopen als een speer naar de bus om niet zeiknat te worden. We zijn toch een groot uur in het huis geweest.
Na een half uurtje rijden, komen we aan in Galle. Het stortregenen is overgegaan in druppelen. We stoppen bij het Hollands Fort. We zijn nog maar amper het fort opgeklommen of het begint steeds harder te regenen. Manoj vindt het maar niks dat we nat worden. We stellen het bezoek uit tot morgen en rijden naar het Hotel Lady Hill. De koeien lopen gewoon los door de straten. Dat is toch een beetje vreemd voor een stad. Als welkom krijgen we een Margriet (bloem) en een groen drankje aangeboden. We moeten heel wat trappen op voordat we bij de kamer zijn. Vanaf het balkon hebben we een wijds uitzicht maar daar is het nu niet zo aangenaam want het regent nog steeds pijpenstelen. Ik schrob onze schoenen schoon en zet ze op het balkon te drogen. Vanaf boven zwaai ik naar Manoj. Hij rijdt met het busje naar een ander hotel. De meeste hotels beschikken over een accommodatie waar de chauffeurs kunnen logeren. Dit hotel dus niet. Manoj heeft ons verteld dat de accommodaties van de kleinere hotels redelijk zijn maar in Kandy is het bijvoorbeeld bar en bar slecht. Het is er smerig en het eten is slecht. Elke avond maakt hij het busje schoon maar vanavond is dat niet mogelijk want het hotel beschikt niet over de faciliteiten. Wij hebben hem gezegd dat we dat geen enkel probleem vinden. Dus maar goed dat we onze schoenen nog schoongespoeld hebben met het regenwater. Ik vind het een beetje absurd dat de chauffeurs niet op een menselijke wijze kunnen overnachten. Ze zijn minimaal twee weken van huis en zijn heel de dag in touw voor ons. Eigenlijk zou NRV moeten eisen van de lokale agent Ceylon Ways, dat de chauffeurs kunnen overnachten in een goede accommodatie met een goede maaltijd. Wellicht is dit een aandachtspunt voor de medewerker van NRV die de hotels bezoekt. Uit de kraan komt enkel koud water dus dan maar een koude douche. Op zich niet zo erg want het is warm zat.
We hebben met Manoj afgesproken dat we om 17.00 uur iets gaan drinken in de bar. Ik heb voor hem een bedankbriefje geschreven en hij krijgt een mooie fooi voor al zijn goede zorgen. Dus alvast een beetje afscheid. Morgen brengt hij ons naar het hotel in Negombo en dan rijdt hij meteen naar huis. Ik neem mijn fototoestel mee want ik wil een foto van ons drieën. Vanaf het dakterras hebben we een schitterend uitzicht over de stad. Het regent nog steeds en dat maakt het wat heiig en dat belemmert het vergezicht. De mannen drinken de grote flessen Lion bier en ik natuurlijk een lemon jus. We bladeren de Insight Guide door en de meeste plaatjes in het boek hebben we bezocht. Manoj legt onze gezichten nog vast op zijn mobieltje. Ik geef Manoj de enveloppe. Hij laat de enveloppe lang voor zich liggen maar op een gegeven moment vraagt hij of hij hem open mag maken. Hij leest aandachtig mijn briefje en ik vraag of het duidelijk is. Hij bedankt ons. Ik vraag de barman of hij een foto van ons wil maken. Even checken of de foto naar mijn zin is. Het is een mooi plaatje. We vermaken ons prima en de tijd vliegt voorbij. Naast ons zitten volgens mij Duitsers maar als ik om 20.00 uur tegen Johan zeg dat ik ga afrekenen worden we aangesproken door een Nederlander. Hij heeft al gehoord dat we Brabanders zijn. Hij woont al jaren, een half jaar in Sri Lanka en een half jaar in Nederland (Enschede). Hij heeft Duitse gasten bij zich en zij eten in de bar maar wij eten toch liever beneden in het restaurant. We zijn de enige gasten in het restaurant. Terwijl we zitten te eten zegt Manoj ons gedag. Het eten is iets minder dan we de afgelopen weken gewend zijn. Ik reken de fanta’s af.
Het is nog vroeg, 21.00 uur, maar we gaan toch maar naar de kamer. Ik ruim de koffers in, leg de kleren voor morgen klaar en drie kwartiertjes later liggen we op één oor. We kunnen niet slapen omdat het te warm is op de kamer. We mijden de airco zoveel mogelijk want daar is Johan tijdens de reis van vorig jaar twee weken ziek van geweest en dat gebeurt ons geen tweede keer. We zetten de plafond-fan in gang en die produceert een fris briesje. Het duurt niet lang of we zijn in dromenland.
Maandag, 9 maart 2009: Galle - Negombo Om 6.30 uur gaat de wekker. We hebben redelijk goed geslapen. Er komt koud water uit de warme kraan dus dat wordt voor mij een kattenwasje. Als we klaar zijn, lopen we naar beneden voor het ontbijt. We zitten met nog één gast in het restaurant. De jonge ober vraagt ons, hoe we het ei wensen. Ik ben erg gecharmeerd van een hard gekookt eitje. Johan heeft liever een roerei. Het lijkt wel of de kip de eieren nog moet leggen. Eindelijk komt de jongen aandragen met de eieren en de toast. Het ziet er zeer verzorgd uit en het smaakt voortreffelijk. Na het ontbijt lopen we naar het dakterras om foto’s te maken van de omgeving. Het is een flauw blauwe hemel en het is ontzettend heiig. Van de haven is maar amper iets te zien. Aan de ene kant zie ik in de verte een grote grijze Christelijke kerk en aan de andere kant een Moskee.
Vanochtend om 5.00 uur werd ik wakker van de stem van moe-adzdzin die de moslims opriep tot het gebed (adzaan). Persoonlijk vind ik de oproepen tot het gebed uiterst irritant. Waarom luiden ze niet gewoon de klok net zoals de Christenen dat doen. Naast het hotel is het een grote bedrijvigheid, mannen en vrouwen komen tezamen. Door de vele takken die voor het gebouw hangen kan ik niet zien wat ze aan het doen zijn. In de tuin staan mangobomen. Als ik op de trap sta, kijk ik op het topje van de boom. De boom draagt trossen met groene vruchten. De meeste vruchtjes zijn nog klein maar er hangen ook wat grotere exemplaren tussen. Nu moet ik nog naar de ingang van het hotel want daar staat een hele grote boom met gele tempelbloemen. Het is een pracht exemplaar. Intussen is Manoj gearriveerd. De koffers worden ingeladen en dan kunnen we op pad. Het is maar enkele minuten rijden naar het Hollands Fort. Vanaf de vestigingswal kijken we uit op het nieuwe cricketstadion en het busstation. Tijdens de tsunami zijn honderden bussen meegesleurd met de hoge golven en zijn het cricketstadion met de gebouwen erachter vernield. Intussen is alles weer hersteld. Bij het cricketveld hangt de Nederlandse vlag. Volgens Manoj is het toeval dat deze vlag dezelfde kleuren heeft als de Nederlandse vlag. De vlag is het symbool van de school die op het moment cricket speelt. De oude stevige vestigingsmuren hebben de tsunami overleefd en langs het kleine stuk waar geen vestigingsmuur staat konden de hoge golven de stad binnendringen. Op het gras van de vestigingswal doen twee locals hun ochtendgymnastiek. In het weekend zijn de vestigingswallen een geliefd plaatsje voor de verliefde stelletjes. Manoj rijdt verder met de bus en wij lopen over de muur die langs de oceaan ligt. Een man spreekt ons aan en toont ons witte katoenen tafelkleden en witte katoenen kinderjurkjes die zijn vrouw gemaakt heeft. Het is jammer voor de man maar ik heb echt geen interesse. Parallel aan de muur staan oude koloniale huizen. Ze zien er oud en vervallen uit. Zeker twintig mannen zijn bezig met het herstellen van de vestigingsmuur. Door de stenen aan elkaar door te geven belanden de stenen uiteindelijk op de plaats van bestemming. Een tweetal jongens met lange haren, duiken voor geld vanaf de vestigingsmuur in de oceaan. Ze zijn een beetje boos als we niet op hun aanbod ingaan.
We stappen in het busje en rijden naar de Hollandse Gereformeerde kerk. Een wit geschilderd kerkje met op de vloeren Nederlandse graven. Het mannetje dat de vloer veegt wijst me op het gastenboek. Ik schrijf onze namen bij in het dikke boek. Vóór mij heeft een familie uit Bleiswijk het gastenboek getekend. Nog een kleine bijdrage voor de kerk en dan gaan we weer. Voor de kerk zit een oude man met een stok en een witte zwachtel om zijn been. Wellicht wil de man met het verband om zijn been aandacht trekken. Ik geef de arme stakkerd een kleinigheid (100 rupees) zodat hij voor vandaag wat minder zorgen heeft. Iets over negenen verlaten we Galle en rijden we langs de oceaan naar onze eindbestemming Negombo. Langs de kust staan nog vele gehavende verlaten huisjes. Ook ligt op verschillende plaatsen nog puin. Hier en daar hangt zelfs nog een gehavend bootje tussen de bomen. Deze taferelen zullen ons altijd blijven herinneren aan die verschrikkelijke tsunami. Rechts van de weg (de oceaan ligt aan de linkerkant) zijn hele nieuwe dorpen gebouwd. We stoppen in Peralya, een dorpje dat op een paar kilometer van Hikkaduwa ligt. In dit dorp zijn de meterhoge golven diep het plaatsje binnengedrongen en zijn vele dorpelingen omgekomen. Op het moment van de metershoge vloedgolf passeerde de trein van Colombo naar Galle. De gehele trein met passagiers is meegesleurd en volgens het monument waar ik nu voor sta zijn 1270 passagiers hierbij om het leven gekomen. Naast het monument staat een vriendelijke mevrouw met haar stalletje en ze verkoopt flesjes water, kleine groene vruchtjes, koningkokosnoten en zoetigheden. Aan de overkant van de straat staat een grote grijze stenen herdenkingsplaat met daarop oa de vlag van Japan. Achter dit herdenkingsmonument ligt een vijver. In de vijver staat een vierkant betonnen plateau met daarop een meterhoog staand Boeddhabeeld met daarnaast een betonnen bruggetje. Als we weer in het busje zitten zie ik nog net de trein van Colombo naar Galle achter de palmbomen doorflitsen.
Twintig minuten later stoppen we in Gangabada en maken we een boottocht over de Madu rivier. We zitten nog maar amper in het bootje of we spotten de eerste varanen. Ze zijn best groot en ik vind het griezelbeesten. Het is een strak blauwe lucht en we genieten met volle teugen van de prachtige natuur langs de rivier. In de rivier wordt zand gedolven en er wordt uiteraard ook gevist. Een man die op de oever van de rivier woont komt in een sneltreinvaart naar onze boot gevaren. Hij heeft een aapje bij zich dat hij ons aanreikt. Wij zijn niet zo gecharmeerd van het aapje. Manoj stopt de man iets toe en hij vaart weer terug. De schillen van de kokosnoten liggen opgesloten tussen staande stokken zodat ze niet kunnen afdrijven. Deze schillen moeten een aantal weken in het water weken en daarna worden van de vezels touwen gemaakt. Je ziet zelfs al iets touwachtigs. De boot legt aan bij een zogenaamd kaneeleiland. Een oudere man met een verweerde huid demonstreert hoe hij van de kaneelboom, kaneelstokjes maakt. De man gebruikt hiervoor stammen die zo dik zijn als een bezemsteel. Hij haalt de schors eraf en daarna schaaft hij lange plakken van de stam. De ene plak is groter dan de andere. Hij rolt de plakken met de verschillende lengtes in elkaar zodat er een kokertje ontstaat. Dit is het kaneelstokje. Daarna krijgen we te zien hoe van de vezels van de kokosnoot touw wordt gemaakt en als laatste laat de man zien hoe hij palmbladeren vlecht. Het hutje waar we in zitten heeft een dak van gevlochten palmbladeren. Ik koop kaneelstokjes en een piepklein flesje met het sap van de kaneelboom. Dit sapje verlost je van allerlei kwaaltjes. Dus als ik straks hoofdpijn heb, neem ik geen paracetamol, maar masseer ik mijn voorhoofd met een paar druppeltjes kaneelsap. De man heeft ook nog kaneelpoeder in zijn assortiment maar dat hoef ik niet. Als we in het bootje stappen schiet er net een kleine varaan weg. Normaal gesproken ben ik altijd te laat maar nu ben ik net op tijd voor een foto. We maken nog een rondje langs een eilandje met daarop de Koth Dua Tempel.
Na een heerlijke tocht van ongeveer twee uur stappen we weer aan wal. Nog een fooitje (500 rupees) voor de bootman en dan stappen we het busje weer in. Na een kwartiertje rijden stoppen we in Kosgoda. De stranden rondom Kosgoda vormen een beschermde plek voor schildpadden die met uitsterven bedreigd worden. Zodra we uitgestapt zijn begint de man met zijn uitleg. Hij is zeer gedreven. Eerst gaan we naar een bak waar de schildpadjes een dag oud zijn. In de volgende bak zijn ze twee dagen oud en in de andere bak zijn ze drie dagen oud. De schildpadjes van drie dagen zijn oud genoeg en worden vannacht uitgezet in zee. Uiteraard mag ik ook z’n klein schildpadje vasthouden. In weer andere bakken zwemmen grotere schildpadden. Een aantal green turtles voor onderzoek, een witte schildpad, heel zeldzaam, een blinde schildpad en een schildpad zonder poten. Deze laatste is na de tsunami aangetroffen op het strand. Er zijn vijf soorten schildpadden die in omgeving van Kosgoda broeden: Olive ridleys, Greens, Leatherbacks, Loggerheads en Hawksbills.. Daarna laat de man de plaats zien waar de eieren die ze gevonden hebben, opnieuw worden ingegraven. Dan nog even naar het winkeltje voor een t-shirt en uiteraard een fooi voor de man.
Het is inmiddels lunchtijd geworden en om 12.45 uur eten we bij Ceylon Hotels Corporation in Benthota Awanhala. Wij bestellen een sandwich met kaas en tomaat en drinken een lemon jus en bier. In de meeste restaurants gedurende de reis krijgt de chauffeur een gratis maaltijd als zijn gasten in het restaurant eten. Het cafetaria in Rathnapura en dit restaurant zijn soort wegrestaurants en die kennen dat niet. We betalen de lunch en de cola voor Manoj. Het kost voor ons twee keer niks en voor hem zijn het toch weer uitgaven. Achter onze tafel staat een diepvries met verpakt ijs en daar heb ik wel trek in. De chauffeur en ik nemen een ijsje en Johan koopt nog een blikje Tiger bier voor zijn verzameling.
Om 13.45 uur rijden we in één ruk via Colombo naar Negombo. De koeien lopen los op straat. We moeten er zelfs voor stoppen. Manoj vertelt dat de koeien ’s morgens door de eigenaar worden losgelaten en ’s avonds weer worden opgehaald. Jonge Moslim meisjes in boerka, helemaal in het wit. Toch jammer dat je niet kunt zien hoe mooi de meisjes zijn. Stalletjes met verse en gedroogde vis, met koningskokosnoten en met bezems en ragebollen. Ook hier zie ik weer gehavende vissersbootjes in de bermen liggen. In Watugedara passeren we de grootse Boeddha Tempel. Een tijdlang rijden we niet vlak langs de oceaan maar doorkruisen we de vele dorpjes. Nu hebben we de azuurblauwe zee weer in beeld en meteen zie ik ook weer vele verwoeste huisjes. De spoorlijn loopt hier vlak langs het strand. Vele kilometerslang staan kraampjes met stapels brandhout en planken. Hier en daar staan zelfs complete houten banken en stoelen langs de kant van de weg. Ook rijden er vele vrachtwagens volgeladen met meubels. In Moratuwa passeren we een mooi oude Christelijke kerk. Het verkeer op de Gall Road is zeer chaotisch, het is een getoeter van jewelste. De tuk tuks rijden kris kras door het drukke verkeer. We zijn aangekomen in de voorsteden van Colombo. De drukke steden Ratmalana, Mount Lavinia en Dehiwala zijn als het ware aan elkaar geplakt. In deze laatste plaats zie ik een mooie lichtbeige gepleisterde Christelijke kerk.
Om 15.15 uur bereiken we Colombo. Een Boeddhabeeld in een glazen kast, waakt over het drukke verkeer. Manoj rijdt met ons langs de bezienswaardigheden van de stad. Ik zie een Mac, dat is voor mij ook een bezienswaardigheid. In de meeste landen die we bezocht hebben, hebben we ook gegeten bij de Mac, in Sri Lanka helaas niet. De ene lijnbus claxonneert nog harder dan de andere. Hier zou ik gek worden. Manoj wijst ons het grote oogziekenhuis aan. Na een half uur rijden we Colombo weer uit. Via de Negombo Road rijden we naar het eindstation, het Blue Oceanic Hotel. Het wordt bewolkt en de blauwe lucht wordt donkergrijs. In Wattala krioelen de auto’s en tuk tuks nog steeds rakelings langs elkaar. Hier waakt Boeddha niet maar een groot Christusbeeld overziet vanuit de hoek van de straat het verkeer. Hier is ook een Mac. Het is nog 23 km rijden naar Negombo. We zijn in Kandana en het verkeer is eindelijk tot rust gekomen. We passeren de plaatsen Ela en Seeduwa en ook hier staan Christus, Maria of Jozef met het kindje Jezus op de hoek van de straat. In Seeduwa zie ik een mooi koloniaal huis. Om 16.15 uur passeren we de Internationale luchthaven Bandaranaike en tien minuten later arriveren we in Negombo. We doen nog een rondje Negombo. We zien het Hollands kanaal, de lagune, de vismarkt en de Katholieke Kerk.
Om 17.00 uur komen we aan bij het hotel. De souvenirs, die de gehele reis in de bus konden blijven liggen, moeten we meenemen. We pakken ook nog een paar flesjes water mee .Wat nog over is van snoepjes, koekjes en water is voor de kids van Manoj. We krijgen van Manoj een voucher voor de transfer naar het vliegveld en hij heeft afgesproken dat de medewerkers van de receptie onze terugvlucht zullen herbevestigen. Nu komt het grote afscheid. Manoj bedankt ons nogmaals en dan gaan we zoenen. Johan knuffelt ook nog even en daarna zwaaien we totdat we hem niet meer zien. Wat zullen we deze kanjer missen. Hij was onze steun en toeverlaat. Ik was bang dat ons beetje Engels een probleem zou zijn maar dat is geen enkel probleem geweest. Hij regelde alles bij de hotels en restaurants, stopte wanneer wij dat vroegen of op eigen initiatief, liep met ons de 9 km in Horton Plains, hielp mij bij het pinnen. Een lieve vriendelijke “jongen” van 32 jaar met een mooie glimlach, veel geduld en voor wie niets teveel was. Nu kan hij weer naar zijn vrouw en twee kinderen. Een dochter van 7 jaar en een zoon van 5 jaar. Zoonlief telde de dagen af totdat papa weer thuis zou komen. Manoj vertelde ons dat hij elke dag met zijn zoon cricket speelt en dat heeft de jongen nu 12 dagen moeten missen. Dankzij de huidige techniek, de mobiele telefoon, kon Manoj dagelijks met het thuisfront communiceren. Vreemd, je trekt 12 dagen met elkaar op en dan is het ineens afgelopen. We gaan op zoek naar kamer 3016. We komen uit op de hoogste verdieping. Een ruime kamer met een ruim balkon. Tussen de bomen door zie ik het azuurblauwe water. In de bomen springen de palmeekhoorns van boom naar boom en de kauwen laten ook van zich horen. Hiervan ben ik minder gecharmeerd. Even een break en daarna gaan we op verkenningstocht. In de omgeving van het hotel zijn veel souvenirwinkeltjes en restaurantjes met een terras. We kiezen één van de terrasjes en gaan zitten. Het is de Cherry Bar. Op straat is het druk met afgeladen brommers en fietsen. Alle plaatsen worden volledig benut zelfs de buis van de fiets. Een mooi gezicht, twee van die grote jongens zo dicht bij elkaar. Het is intussen donker geworden en de muggen beginnen te plagen. Ook al smeren we ons voortdurend in met deet, het is niet afdoende voor deze muggen. Eén voordeel is dat de muggenbeet niet jeukt. Toch loop je een risico als je geprikt wordt door een “foute”mug.
Om 20.00 uur eten we in het hotel. We krijgen een keuzemenu, tonijn of bief stroganoff en we mogen gebruik maken van het saladebuffet. We worden met z’n tweeën aan een tafel gezet waar voor acht personen gedekt is. Niet zo gezellig. Op een gegeven moment wordt een wildvreemde man bij ons aan tafel gezet. Wij vinden dit niet zo prettig en de man blijkbaar ook niet. Uiteindelijk krijgt de man een andere plaats toegewezen. We krijgen dunne runderreepjes in saus, sperzieboontjes, worteltjes met aardappelpuree en ijs na. Het smaakt goed maar het is geen gezellig restaurant. De bediening racet continue rakelings langs de tafels. Ik begrijp niet waarom de crew voor zoveel gasten een keuzemenu serveert. Een buffet zou veel meer rust geven. In Club Dolphin in Waikkala (Negombo) en Kandy waren ook veel gasten en daar was het perfect geregeld. Zowel het buffet als de tafels voor de gasten. We hebben ons drankje nog niet op en nemen het mee naar de lobby. In het hotel logeren voornamelijk Duitse gasten op all inclusive basis. Wij zijn niet zo’n strandhotel liefhebbers, geef ons de kleine hotelletjes in het binnenland maar. Het personeel weet wie je bent en daar voelen we ons thuis. In de lobby speelt een bandje maar de sfeer van Sri Lanka ontbreekt. Om 22.30 uur gaan we slapen. We hebben een gast in de kamer die ons voortdurend lastig valt. Ondanks het gezoem slapen we uiteindelijk toch in.
Dinsdag, 10 maart 2009: Negombo Iets na zevenen worden we wakker. We hebben heel onrustig geslapen vanwege die irritante mug. Hij kikt wellicht op de deetlucht. Ik ben vannacht ook een paar keer naar de wc geweest want mijn darmen zijn niet helemaal in orde. Ik wijt dit aan het ijsje dat ik gisteren gegeten heb. De datum van houdbaarheid was al een paar maanden overschreden. Normaal gesproken til ik daar niet zo zwaar aan. Sri Lanka is geen Nederland en daar had ik wel rekening mee moeten houden. Om 8.00 staan we op en om 9.00 uur zitten we aan het ontbijt. Ik eet eerst een aantal banaatjes en daarna nog drie toast met jam. Nog wat slappe thee en dan maar hopen dat mijn darmen rustig blijven. Na het ontbijt lopen we naar de receptie want zij zullen voor ons de terugvlucht herbevestigen. De jongen achter de balie snapt er niets van en belt uiteindelijk met Ceylon Ways, de lokale agent. Ik neem de telefoon over van de jongen. De eigenaar van Ceylon Ways, de baas van Manoj, vertelt mij dat hij vandaag om 12.00 uur naar het hotel komt en dat hij alles in orde zal maken. Dat is gelukkig ook weer geregeld.
We lopen richting strand. Op zee krioelt het van de zeiltjes. De vissers varen uit, wat een prachtig gezicht en wat jammer dat ik mijn fototoestel nu niet bij me heb. We lopen terug naar de kamer want als we op het strand blijven zijn we niet bereikbaar voor de receptie. Fijn dat de man langs komt maar aan de andere kant moeten we nu op de kamer blijven totdat de “manager” van Ceylon Ways zich meldt. Ik ga op het balkon zitten maar houdt het niet lang vol. De kamerjongen komt de kamer doen. Hij zet de tv aan en we zien dat vele pelgrims de Adam’s Peak beklimmen, het grote heiligdom van de Boeddhisten en in mindere mate voor de Christenen, Hindoes en Moslims. Daarna verschijnen beelden van Kandy waar op het moment nog vele Boeddhistische pelgrims bidden voor regen. Dan verschijnt er Break News op het beeldscherm. Wij kunnen het niet verstaan maar de kamerjongen vertelt dat de Tamil tijgers in Matara een bomaanslag hebben gepleegd op de Moskee.
Om ongeveer 11.45 uur meldt de baas van Manoj zich bij de receptie. Het is een druk mannetje. Hij komt om te vragen hoe onze reis is geweest maar hij heeft meer belangstelling voor een man die bij hem staat. Ik laat hem de foto’s van de theeplantages met de NRV poster zien maar daar heeft hij weinig belangstelling voor. We moeten vooral tegen onze touroperator NRV zeggen dat hij speciaal vanuit Colombo naar Negombo is gereisd om ons te bezoeken. In feite is dit bezoek meer eigen belang dan dat hij interesse heeft of alles naar onze wens is geweest. Voor mij mag hij dit bezoek achterwege laten. Het telefoontje dat we in het hotel van Hambantota hebben gekregen is voldoende. We moesten nu verplicht een aantal uren op onze kamer blijven terwijl we lekker onder een palmboom hadden kunnen zitten. Gelukkig hebben we nog gezellig gekletst met de vriendelijke kamerjongen en interessante tv beelden gezien. Feitelijk geen verloren tijd.
Om 12.45 uur gaan we op zoek naar een eettentje. Het druppelt een beetje en de zon zit achter de wolken. Het is een goede temperatuur om te wandelen dus besluiten we om een heel eind te lopen en daarna om te keren. Ik maak foto’s van een Katholieke kerk, een Mariakapelletje, bloeiende bomen, straatbeelden en locals die onderweg zijn. De wolken verdwijnen en de zon drijft de temperatuur in een snel tempo omhoog. We zoeken snel een eettentje want Johan heeft zijn pet niet op en zijn hoofd is al aan het vervellen en ik heb mezelf ook nog niet ingesmeerd. Bij het Beach Hotel staan borden buiten met de teksten: verse Hollandse koffie, verse vis en schaaldieren, pasta en pizza, pannenkoeken en frites met mayo. Dit doet afbreuk aan het schitterende land. Dit hoort niet bij Sri Lanka. We gaan zitten en bestellen tomatensoep, friet en een cola en fanta. We moeten 561 rupees (incl 10% charges) afrekenen. We lopen terug naar het hotel en zoeken een plaatsje in schaduw van de bomen. Toch fijn met al die bomen op het strand. Ik kan niet lang stilzitten en maak foto’s van de vruchten en de bloemen in de verschillende bomen. Een aloë vera is tot een complete boom uitgegroeid en draagt oranje vruchten. De palmeekhoorns rennen over het zand en springen van de ene boom naar de andere boom. We gaan bij de snackbar van het zwembad iets drinken. Naast de snackbar staat een tentje waar je verschillende watersportattributen kunt huren en op het strand ligt een oruva waarmee je naar het rif kunt varen. Ze hebben geen klanten en dat is triest voor de ondernemers. Vanuit de snackbar kijken we zonder hindernissen op de azuurblauwe zee. De palmeekhoorntjes lopen op de tafels en zuigen het vocht op van de bierviltjes. Ze kruipen zelfs in de glazen om het laatste vocht met hun tongetje naar binnen te werken. Als ons glas cola leeg is, lopen we naar de kamer en relaxen wat op het balkon. Johan speelt nog wat met zijn mobieltje en als we thuis zijn zal blijken dat hij continue met de voicemail van thuis heeft gebeld. Als we thuis zijn en de voicemail afluisteren horen we de kauwen van Negombo. We moeten er wel om lachen maar dit grapje heeft wel ruim € 50 gekost. We zullen ons het mobiel bellen toch meer eigen moeten maken.
We hebben lang genoeg gezeten en om 17.00 uur lopen we weer naar het terras schuin tegenover het hotel. We mogen niet op ons vertrouwde plekje plaatsnemen. We moeten achterin gaan zitten en Johan zijn fles bier wordt in een thermosfles van tempex gestopt. Ik snap er niets van. Nu blijkt het vandaag volle maan te zijn, medin poya, een Boeddhistische feestdag. Uit respect voor Boeddha mag er geen alcohol geschonken worden. Nu begrijpen we ook waarom bij de snackbar geen bier geschonken werd. Mensen kijken is altijd leuk en de tijd vliegt voorbij. We moeten wel goed smeren met deet want de muggen weten ons weer goed te vinden. De eigenaar van de bar, annex restaurant komt ons de hand schudden en vraagt of alles naar wens is.
Om 19.30 uur betalen we de drankjes en nog iets extra’s voor het vriendelijke obertje. Hij geeft ons spontaan een hand en we beloven dat we morgenavond komen eten. We steken de weg schuin over en lopen snel naar boven. Als we in de kamer zijn wordt op de deur geklopt. Twee jongens staan voor de deur met attributen om de muggen te verdrijven. Een apparaatje gaat in het stopcontact en ze spuiten nog een luchtje waar de muggen niet dol op zijn. Twintig minuten later staan we helemaal opgefrist in het restaurant. Het is een buffet. We krijgen een tafeltje voor twee aangewezen. Dat is al een stuk beter dan gisteren. Ik neem aardappelgratin, groentecurry, rauwkost en koude plakken varkenshaas. Het smaakt heel lekker en het toetje, chocolademousse met pure chocoladesaus is helemaal geweldig. Het personeel is heel relaxed en vriendelijk. Ze komen zelfs een praatje maken. Dit is toch vele malen beter dan het à la carte menu van gisteren. In het restaurant wordt vanwege poya geen alcohol geschonken. Na het diner gaan we nog even in de lobby zitten maar we zijn zo uitgekeken. Er is niets te beleven. Het lijkt wel of alle gasten buiten de deur zijn om iets te drinken. Om 21.00 uur gaan we naar de kamer, ik lees wat en Johan kijkt tv.
Woensdag, 11 maart 2009: Negombo Om 7.00 uur staan we op. We zijn al even wakker. Het was vannacht warm en daarom hebben we de plafond-fan die boven het bed hangt in werking gestelt. In de kamer is ook een airco maar als er een alternatief is zoals deze flafond-fan dan gaan we daar voor. We zijn wel een paar keer wakker geworden van het geluid maar ondanks dat hebben we heerlijk lang geslapen. Om 7.45 uur zitten we al op het balkon. De kauwen krijsen zoals thuis en morgen zijn we thuis. Nu horen we de branding van de golven en die zullen we morgen moeten missen. We lopen naar het strand. Een aantal toeristen rennen langs de oceaan. De lucht is strakblauw en het is al behoorlijk warm. We moeten nog een aftiteling hebben voor de film en ik heb een idee. Ik schrijf “einde” in het natte zand en dan moet Johan snel handelen want anders spoelt het water de tekst weg. Een jongen komt nieuwsgierig aanlopen en maakt een praatje. Hij vertelt dat hij tai chi lessen geeft aan Engelse toeristen. Momenteel is het hoogseizoen maar er zijn amper toeristen, de zaken gaan heel slecht. Hij werkt voor een Engelse touroperator en krijgt de helft van zijn salaris doorbetaald als hij geen werk heeft. Normaal gesproken geeft hij in het hoogseizoen dagelijks les maar dit jaar is het echt bizar.
We gaan ontbijten. Voor mij lekker vers stokbrood met jam, kaas en sla en Johan smult van zijn omelet. Daarna pakken we een stoel van het terras en gaan onder een palmboom zitten. Evenals gisteren, varen de oruvas (smalle houten bootjes met zeilen) uit. We genieten de gehele voormiddag van het schitterende zandstrand, de beplanting op het strand en de vele oruvas die voor de kust de netten uitgooien. Een schitterend schouwspel. Terwijl we daar zitten, stallen de verkopers kun koopwaar uit in het mulle zand. Een man verkoopt lederen tassen, riemen, slippers en hoeden. Weer een andere man heeft houtsnijwerk bij zich, olifanten en oa miniatuur oruvas. De vrouwen verkopen mooi bedrukte omslagdoeken. Helaas kan ik niets met die doeken. Een oud vrouwtje vraagt om t-shirts. Wat vind ik het jammer dat ik de shirts al weggeven heb. Ik vraag of ze even wil wachten. Ze is niet op haar mondje gevallen en vraagt of ik de spullen in een zak wil doen. Wel een bij de handje. Ik loop naar de kamer en pak een paar lange broeken die ze mag hebben. Ik hoop dat ze er iets mee kan. Johan koopt een lederen riem van éen van de mannen. We dingen af en uiteindelijk krijgen we de riem voor die prijs. Als ik de man toch de vraagprijs betaal moet hij lachen en bedankt ons.
Om 13.30 uur lunchen we in de snackbar bij het zwembad. Ik neem een hamburger met friet en een glas vers geperst sinaasappelsap. Johan neemt alleen maar frietjes. In een struik voor ons zit een kameleon. Ondanks dat het beestje erg beweeglijk is, lukt het me een foto te maken. Na de lunch zoeken we ons plekje onder de palmboom weer op. Uit de zon en met een koel briesje is het daar goed vertoeven. Aan praatjes geen gebrek. De ene verkoper heeft nog maar net zijn spullen opgeruimd of de andere stalt ze weer uit. Ze zeggen allemaal hetzelfde, namelijk “bad times”. Ondanks dat blijven ze vriendelijk en beleefd. Toch wel triest voor die mensen. Op het strand ligt een oruva waarmee je naar het rif kunt varen. Deze mannen hebben vandaag geluk want regelmatig varen ze uit met toeristen. De verkopers krijgen het warm en gaan met heel hun hebben en houwen onder de bomen zitten. Een paar mannen repareren op het strand het witte zeil van een oruva. Om 16.00 uur lopen we naar de kamer. Ondanks dat we in de schaduw hebben gezeten, zijn mijn benen toch een beetje rood geworden. De zon staat pal op het balkon en daar is het veel te warm. Johan gaat even plat en ik fatsoeneer de koffers zodat straks alle spullen erin passen. Vannacht zeggen we vaarwel tegen dit schitterende land.
Om 18.00 uur steken we bij het hotel schuin over naar de Cherry Bar. We zitten nog maar amper op het terras of het begint te druppelen. We verhuizen naar de bar. Maar goed ook want binnen no-time barst een tropische onweersbui los. Het stortregenen duurt zeker 1½ uur. De fietsers en bromfietsers rijden zonder regenkleding door de stromende regen. Ze zijn zeiknat. Ik bestudeer de menukaart en die ziet er goed uit. We besluiten om hier iets te eten. We lopen naar het openlucht restaurant. Daar zitten twee lokale gasten en een westerse toerist. Het duurt heel lang voordat we iets op ons bord krijgen. Als het dan uiteindelijk zover is, smaakt het voor geen meter. Dit is het slechtste eten van de gehele vakantie. Het vriendelijke obertje vindt het vreemd dat we willen betalen terwijl onze borden nog vol zijn. We bedanken het obertje voor de vriendelijke bediening van de afgelopen dagen en vertellen hem nog wel even dat het eten niet lekker is. Hij kijkt ons een beetje verontwaardigd aan. Het regent nog steeds en omdat we niet zeiknat willen worden, rennen we naar het hotel. Het is inmiddels 20.45 uur als we de kamer binnenstappen. We zien een plas water op de vloer staan. Shit, we hebben een lekkage. Het bed is ook zeiknat. Op twee plaatsen heeft het gelekt. Johan loopt naar de receptie en al snel komt de house-keeping met twee man sterk. De vloer wordt gedweild, het matras wordt omgedraaid en we krijgen schone lakens. Als de house-keeping klaar is, is het voor ons tijd om te gaan slapen. Van slapen zal niet veel komen maar we moeten het toch proberen. Johan zet de wektijd op 1.30 uur.
De telefoon gaat en Johan neemt op. Johan begrijpt er niets van en geeft de hoorn over aan mij. Manoj aan de lijn. Hij vertelt heel enthousiast dat hij ons vannacht naar de luchthaven zal brengen. We zijn helemaal gelukkig. Nu zien we hem toch nog voordat we naar Nederland vetrekken. Nog geen tien minuten later gaat de telefoon weer. Ik neem op en daar is Manoj weer. Zijn baas heeft net gebeld dat een taxi ons komt ophalen. Wat een teleurstelling. Hij wenst ons nog een goede reis toe en het laatste geluid dat uit de hoorn komt is “doei”. We gaan slapen.
Donderdag, 12 maart 2009: Negombo - Colombo - Amsterdam Om 0.30 uur word ik wakker en ik kan niet meer slapen. Om 1.30 uur piept de wekker. We hebben alle tijd want de taxi komt ons pas om 3.00 uur ophalen. Om 2.00 uur krijgen we de wake-up call. De koffers zijn gepakt en Johan zet ze op de gang. Voor de kamerjongen maak ik een verrassingspakketje met daarin de half lege flessen douchecrème en shampoo nog wat evergreens en nog een klein fooitje. Om 2.30 uur zitten we bij de receptie (de entree) te wachten. In het hotel is het pikkedonker en bij de entree stikt het van de muggen. Eindelijk komt er een man uit het donker opdagen. Het is de macho met de Mexicaanse hoed die we de afgelopen dagen overal tegenkwamen. We vragen hem of hij onze koffers wil ophalen. We zouden dat zelf wel gedaan hebben maar er is geen lift en je moet tig trappen af. Er komt nog een gast aanwandelen. Ook een Nederlander die op de taxi wacht. Zijn taxi komt er al aan. Even later, 2.55 uur arriveert ook onze taxi. Het is ongeveer 15 á 20 minuten rijden naar de luchthaven. Het inchecken gaat heel vlot. We vullen de departercard in en lopen door de douane.
Om 4.40 uur kunnen we boarden. We moeten onze schoenen uit en die moeten zelfs door de scan. Dan is het wachten geblazen. Het vliegtuig vertrekt om 6.30 uur, stipt op tijd. We vliegen met een Airbus 340-200. Johan en ik zitten niet naast elkaar. Ik vraag de stewardess of we met iemand kunnen ruilen. Ze vraagt of we even geduld willen hebben. Naast Johan komt niemand zitten dus verhuis ik naar zitplaats 9a. We zitten tussen de Nederlanders. Het is een Fox groep. We krijgen het ontbijt geserveerd. Ik word al misselijk als ik de geur van het omelet ruik. Ik kan er niets aan doen maar dat vind ik zo vreselijk stinken. De koffie smaakt goed. Een croissantje met jam, jus en een bakje fruit is voor mij voldoende. Na het ontbijt krijgen we nog een flesje water van 200ml en daarna moeten de luikjes dicht en het licht gaat uit. Ik heb nog pinda’s bij me en die peuzelen we samen op.
Na 6 uur en een kwartier landen we in Amman. De aanvliegroute ter hoogte van Amman is één grote zandbank. We landen stipt op tijd. In het vliegtuig staat aangegeven dat de vlucht naar Amsterdam vertrekt vanaf gate 6. Dat is een stuk eenvoudiger dan op de heenreis. Binnen een paar tellen staan we bij gate 6 maar we mogen nog niet in de rij. Eerst moeten de passagiers voor de vluchten naar Frankfurt en Tel Aviv boarden. Eindelijk, we mogen boarden. Dit is wel een hele bijzondere check. Onze schoenen mogen we aanhouden. Ik hoef niets uit of af te doen, zelfs mijn fleesevest niet. Johan moet zijn riem, horloge en bril afdoen. Dat moet door de scan en hij wordt zelf van top tot teen gefouilleerd. We zitten nog maar amper of we moeten naar de bus die ons over de luchthaven naar het vliegtuig brengt. We vliegen met een Airbus A320. We hebben 3 stoelen voor ons tweeën. In het vliegtuig zijn nog vele stoelen leeg. Het vliegtuig taxiet naar de startbaan en om 11.45 uur gaan we de lucht in. Op naar de eindbestemming Amsterdam. Vliegtijd is 5 uur en 20 minuten.
Om 15.37 zetten we voet op Nederlandse bodem. Het is 8 graden en dat zal even wennen zijn. Het taxiën duurt een eeuw. Als we stilstaan wil iedereen tegelijk het vliegtuig uit. We lopen met de meute mee naar de bagageband. De bagage wordt om 16.13 uur verwacht. Met de shuttlebus van 16.45 uur rijden we naar het hotel waar we na een kwartiertje arriveren. Ik haal bij de receptie het uitrijkaartje op. We laden de koffers in en dan kunnen we naar huis. Vanaf Amsterdam tot Gorinchem is het file en daarna kunnen we doorrijden. Om 20.00 uur zijn we eindelijk thuis.
We kijken terug op een fantastische reis die we nooit zullen vergeten. Deze reis staat in onze top 3 tezamen met de reizen naar Madagaskar en Ecuador. Normaal gesproken denk ik er niet aan om een tweede keer naar een land te gaan omdat er nog zoveel meer te zien is op de wereld. Op de terugweg naar huis was ik er al van overtuigd dat we nog een keer terugkeren naar dit schitterende Sri Lanka. Het land heeft mij van binnen geraakt. Bijzonder vriendelijke mensen en een veelzijdig land. Prachtige natuur, wildparken, archeologische steden, authentieke dorpjes, theeplantages en fabrieken, mooie stranden en nog veel meer moois.
 |